M.E.N.S.E.N.

JEAN-PIERRE GEELEN

Daar zit je dan, 16 jaar oud, met je vrienden aan de rand van een sloot. 'Helemaal verkarperd.' Het was maandag te zien in V.I.S.S.E.N., een 'filmische zoektocht naar de oervisser in de mens', van Pieter-Rim de Kroon en Maarten de Kroon. De teledoc was het hoogtepunt op tv van de afgelopen dagen.

Het (prachtig ingekleurde) beeld en de montage deden het werk. Zo ontstond een vermakelijke schets van enkele van de twee miljoen 'sportvissers' die Nederland telt. Hun drijfveren lieten zich raden. Voor de een was zijn 'hobby' een 'pure meditatie', de ander zag er jachtinstinct in, weer een ander wilde 'gewoon in de natuur bezig zijn'. Het beeld sprak boekdelen: van de voelbare opwinding van twee aandoenlijke jongens die op snoek uit waren, tot de zichtbare opluchting van de man die zijn huwelijk leek te ontvluchten aan de waterkant.

Kritisch was V.I.S.S.E.N. niet erg. Alle geportretteerden leken poeslief voor hun vangst. Alsof zij met hun vuile handen niet talloze slachtoffers maken. Het onderdeeltje waarin een onderzoeker aantoonde dat vissen pijn voelen, deed wat plichtmatig aan. Geen visser die het deerde. Een van hen beweerde doodleuk dat de snoekbaars die hij zojuist in het IJ-water achter Amsterdam-C.S. had gevangen zich 'blij' voelde dat ie op het droge aan de haak lag. Dat kon hij zien, beweerde de dwaas onweersproken.

Desondanks was V.I.S.S.E.N. het aanzien zeer waard. Door de blik op een onbekende wereld: niet alleen die onder water, maar ook de hightech wereld daarboven. Bamboe hengeltjes hebben plaatsgemaakt voor ultramoderne speeltjes, zoals op afstand bestuurbare bootjes die lokaas op de juiste plek lozen, een radarsysteem om de vis te lokaliseren, bij voorkeur te gebruiken op het water, in een opblaasbare stoel met zwemvliezen aan. Wie liever aan de kant blijft, doet rustig een tuk in zijn tentje - een apparaatje op de lijn registreert wanneer er 'beet' is, en zendt desgewenst nog een sms naar de mobiele telefoon.

Vissen, er is geen kunst meer aan. Dat maakt de visser niet uit. Die is uit op dat onbeschrijflijke gevoel van de ondergaande dobber, de haast buitenaardse wezens die in hun aas happen en diens onverwachte krachten die vrijkomen bij het binnentakelen, zo vertelden zij. Anderhalf uur lang boeiend.

Dinsdag zwommen opnieuw snoeken door het scherm. Het was in BBC's jaarlijkse Springwatch, deze week met een nieuwe reeks lente-tv vol livebeelden van mezennestjes en vossenjongen.

Het oorspronkelijke presentatieteam van Bill Oddie, Kate Humble en Simon King is inmiddels vervangen door jongere exemplaren: Chris Packham, Michaela Strachan en Martin Hughes-Games. Dat is nog even wennen, zowel voor de presentatoren als voor de trouwe kijker: de chemie oogt nog niet erg organisch.

Hoe ongelukkig dat is, bleek toevallig in Vroege vogels, dat net zijn laatste aflevering van het seizoen beleefde. Oude rot Midas Dekkers deed een column op welbekende wijze. 'Weet u wat het met de wereld is? De wereld is te groot.' Hij verruimde niet zijn blik, maar vernauwde hem. Op een vierkante meter verdiepte hij zich in het leven van de mier. 'Wij mensen zien altijd mieren ijverig over de aarde heen rennen, maar wij vergeten dat de meeste mieren ergens daaronder in een mierennest lekker zitten te toepen, te klaverjassen of gewoon een beetje te suffen.'

Duidelijk: de beste natuur-tv gaat over M.E.N.S.E.N.

undefined

Meer over