Lyriek, fusies en pan-Latino stijl

Op de Music Meeting is een rondje over de aarde zo gemaakt. De verrassing? Een tamboerijnvirtuoos die een walking bass' uit zijn instrument tovert....

De negentiende editie van de Nijmeegse Music Meeting ging vrijdag van start met een bedwelmend programma vol lyriek uit zonnige streken. De toon werd gezet door een optreden van de Zuid-Afrikaanse zanger/gitarist Louis Mhlanga en de Tilburgse contrabassist Eric van der Westen. Stem en bas staken elkaar qua zoetgevooisdheid naar de kroon en de chemie tussen beide heren leidde in een oogwenk tot een naadloos amalgaam.

Al na twee songs werd met enige bombarie een speciale gast aangekondigd: zanger en gitarist Habib Koïté uit Mali. Diens bijdragen voegden weinig toe. Ze deden zelfs afbreuk aan de magie.

Die bleef volledig intact bij de Griekse chanteuse Savina Yannatou en haar begeleidingsgroep Primavera en Salonico. Zij brachten het publiek in vervoering met een zinderend rondje Middellandse Zee, waarbij Sardijns, Albanees, Bulgaars en Ladino elkaar moeiteloos afwisselden. Zo sober als Yannatou's podiumpresentatie is, zo kameleontisch is haar stemgebruik. In de zaal bleek het samenspel van zangeres en instrumentalisten nog enerverender dan op hun al onwaarschijnlijk fraaie live-cd Terra Nostra.

Ook de matinee op zaterdag pakte aardiger uit dan andere jaren. Saxofonist Gijs Hendriks en organist Berry van Berkum wisten met mooi mengende improvisaties de lastige akoestiek van de Antonius van Paduakerk geheel naar hun hand te zetten.

Het zaterdagavondprogramma bestond op wat kleine smetjes na ook uit geslaagde fusies. De grootste verrassing die de Music Meeting dit jaar bracht, was zonder meer het Global Jazz Trio, bestaande uit een Italiaan, een Chinees en een Afghaan. Duizelingwekkend waren de toonclusters en melodielijnen die Wu Wei ontlokte aan zijn imposante sheng, het mondorgel waarvan alle moderne accordeons zijn afgeleid. Met ongeloof keek het toegestroomde publiek toe hoe tamboerijnvirtuoos Carlo Rizzo al trommelend een loepzuivere walking bass' uit zijn instrument toverde. Zoveel beheersing over de variabele spanning van het vel mag inderdaad een wereldwonder heten.

Ook Marcos Suzano uit Brazilië bespeelde een tamboerijn met een snoertje, toch een beetje een vreemd gezicht. Hij deed dat om over het toneel te kunnen stuiteren, want hij was de leider van de groep, die helaas weinig meer wist te produceren dan saaie jazzrock, Weather Report zonder sterke composities en boeiende solo's.

Dat laatste was ook het probleem bij de Cubaanse zangeres en gitariste Yusa, die spannende liedjes bracht in een lastig vast te pinnen pan-Latino stijl, met een vaart en inzet die in de rock niet zou misstaan. Haar band kreeg te veel ruimte en vulde die met jazzy uitweidingen waarin de ideeën vóór het einde opraakten.

De Mauretaanse zangeres Malouma doet qua power niet onder voor Aretha Franklin, maar zodra ze haar wiegende woestijnblues verruilde voor westerse r & b, viel ze toch door de mand.

Gelukkig eindigde de avond even spetterend als hij begon. Manecas Costa maakte de reputatie die hem dankzij een recente cd was vooruitgesneld waar; de water drum, een kalebas in een teil water, leverde de kern van de gumbé, de ritmische taal van Guinée-Bissau, en Costa zong en tokkelde er zijn melodieuze songs overheen – eenvoudige maar rake thema's, door zijn ensemble omspeeld met veel verfijnde details, waarin vreugde en weemoed volmaakt in balans bleven.

Terwijl in de grote zaal het Arabo-Andalusische crossovergezelschap Radio Tarifa uit Spanje zich van zijn snoeihardste popkant liet horen, met solo's die wel degelijk hout sneden, veranderde René Lacaille van het eiland Réunion de piepkleine Annazaal in een tropisch paradijs waar het slavernijverleden nog vers in het geheugen ligt, getuige de slepende swing. Schijnbaar achteloos klaterden de syncopen en tegenritmes uit zijn knoppenaccordeon. Alsof de Balkan was losgeraakt en weggedreven naar de Indische Oceaan.

Meer over