Luifel behoedt gebouw voor karakterloosheid

Gerechtelijke diensten Middelburg. Architect: Hubert-Jan Henket...

IDS HAAGSMA; HILDE DE HAAN

Het nieuwe gerechtsgebouw in Middelburg lijkt rijp voor de psychiater. Van buiten oogt het op veel plekken sereen, elegant zelfs, met zijn ruime luifels die sierlijk de bocht van de binnenhaven volgen. Veel beter dan zijn plompe en arrogante eigentijdse buren - het belastingkantoor en de Zeeuwse Bibliotheek- doet het gebouw van Justitie een zelfverzekerde, liefdevolle handreiking naar de oude binnenstad. Sterker nog: in al zijn bescheidenheid lijkt het gebouw ook helder zijn karakter bloot te leggen. Die strakke gele gevels langs de kade zijn duidelijk de kantoorvertrekken, dat ronde grijze bouwdeel dat als een fors uitgevallen slagschip uit het water oprijst moet wel de zittingzalen herbergen en die grote glazen wand moet de ingang zijn. En daarachter moet een immense hal zijn.

Zo op het eerste gezicht, vanuit de Middelburgse binnenstad, lijkt het gerechtsgebouw een zeldzaam toonbeeld van helderheid en ingetogenheid. Dat de achterkant wat grof en eentonig is, bij vlagen lelijk ook met zijn stalen blinde deuren, ach, dat kan toch nauwelijks afbreuk doen aan het overheersende beeld van rust en zorgvuldige detaillering.

Dat is een pijnlijke misvatting. Want bij nader inzien blijkt het gebouw te lijden aan een vergevorderde schizofrenie. Dat blijkt al meteen in de immense hal die alles in zich heeft om op een rustige wijze waarlijk een hal te zijn, maar waar de schotjes van de kantine en de stugge, weinig uitnodigende plaatsing van de trap subiet een eind aan maken. Het blijkt een voorbode van meer ellende.

In het deel met de zittingzalen stapelen zich de ene na de andere chaotische verdieping op elkaar. Het geworstel om alle gevraagde ruimtes in dit voor een groot deel ronde complex te stouwen, is van alle grillige muurtjes, nissen en gehakkelde rondingen af te lezen. Al moet gezegd dat architect Hubert-Jan Henket soms op verbluffende wijze oplossingen vond voor de meest rare problemen. En hij is erin geslaagd om bijna alle zittingzalen een bewonderenswaardig uitzicht naar buiten te geven. Maar het blijft een krampachtige doolhof.

Het is maar de vraag of daarvoor Henket op het schandblok moet. Niet dat hij zich kan verschuilen achter de immens moeilijke opgave. Het is waar dat Justitie met een zeer complex eisenpakket aankomt waarin het publiek, de rechters en de verdachten ieder een eigen circuit' moeten hebben die elkaar nergens kruisen, behalve in de zittingzalen. Dat is lastig, heel lastig zelfs, maar het is aan de architect om dat op te lossen. Henket heeft dat vraagstuk opgelost, al mist zijn oplossing elke helderheid en vanzelfsprekendheid die het gebouw aan de buitenkant pontificaal etaleert.

En dat kan alleen maar gebeurd zijn onder de immense druk waaronder dit ontwerp tot stand is gekomen. Dat heeft een voorgeschiedenis. In 1989 besloot het Ministerie van Justitie om in een periode van tien jaar maar liefst veertien gerechtsgebouwen te renoveren, uit te breiden of te vernieuwen. Daarvoor verkocht de overheid zijn ziel en zaligheid aan de projectontwikkelaar MBO die alle werkzaamheden voor zijn rekening neemt en uiteindelijk de gerealiseerde gebouwen aan het rijk verhuurt.

Vanuit vrekkig cententellers-standpunt is dat misschien een briljante oplossing, maar voor een overheid die ook pretendeert een architectuurbeleid te voeren en graag een voorbeeld wil stellen ronduit rampzalig. Al was het maar omdat MBO telkens bedingt dat de gerechtsgebouwen zo moeten worden ontworpen dat ze op termijn als gewone kantoren verhuurd kunnen worden. In het bargoens van de ontwikkelaars heet dat 'marktconform bouwen' wat feitelijk staat voor anonieme, karakterloze gebouwen die alleen maar verhuurbare

vloeroppervlakken genereren.

De gele kantoorvleugels in het Middelburgse gerechtsgebouw zijn marktconform en de monotone, amuzikale repetitie van standaardramen in de gevels verwijst daarnaar en wat jammer nu dat die ene grote raampartij op de hoek bij de Binnenhaven - de enige vrijheid die Henket klaarblijkelijk werd toegestaan - nou net de imposantie en het ritme mist om die kantoorblokjes boven de middelmaat uit te tillen. Nu is het alleen de luifel met zijn ranke, hoge stalen kolommen die het gebouw behoedt voor volstrekte karakterloosheid.

Het mammoetcontract tussen de overheid en MBO kent echter venijniger scheermesjes. Zo geil is de overheid er tegenwoordig op gebrand als echte marktpartij te opereren, dat ze zelfs met forse boetebedingen komt als het gebouw ook maar een minuut te laat wordt opgeleverd. Met als gevolg dat er in dit land door architecten nerveus wordt gejakkerd achter beeldschermen om maar op tijd de tekeningen uit de plotters te krijgen. Wie vindt het dan nog vreemd als indelingen labyrintisch worden, als detailleringen slecht blijven. De vermanende wijsvinger mag priemend naar de overheid die met haar dikke architectuurnota hard en onbarmhartig om de oren moet worden geslagen.

Want het rammelt in het Middelburgse gerechtsgebouw. De grijze tegeltjes aan de buitenkant van het zittingcomplex zitten schots en scheef, de lichtval van boven in de hal blijkt voor het grootste deel te zijn geblokkeerd, de binnenplaats is niet uitgebuit en zo zijn er ontelbaar veel meer gemiste kansen.

Het is duidelijk: Henket is de tijd niet gegund zijn indrukwekkende, heldere concept in alle rust uit te werken. Al gaat ook hij niet helemaal vrijuit. Een architect die de fraaie stalen verbindingen van de loopbruggen maskeert met houten hokjes die zo zijn gestuct dat het betonnen consoles - steunpunten - lijken, alleen maar om de nodige leidingen op te bergen, zo'n architect vloekt in de kerk.

Ids Haagsma

Hilde de Haan

Meer over