Lucia di Lammermoor

Vooral het slot van deze Donizetti, waarin sopraan Ivanova als Lucia alle reserves laat varen, rechtvaardigt bezoek aan de opera.

BELA LUTTMER

Donizetti: Lucia di Lammermoor. Nationale Reisopera. Solisten, Koor van de Nationale Reisopera, Het Gelders Orkest o.l.v. Antonino Fogliani. Regie: Wim Trompert. Vormgeving: John Otto. Enschede, Wilminktheater (12/5), vervolgens tournee. Uitzending op 2/6 via Radio 4.

Wim Trompert heeft zijn revanche. Na een onwennige Don Pasquale is hij terug bij de Nationale Reisopera met een enscenering die staat. Zijn Lucia di Lammermoor, opnieuw een opera van Donizetti, speelt zich af in een tijdloos, scheef decor dat ruimte laat voor de wankele emoties van Lucia.

Voor haar gevoelens is geen plek in de mannenmaatschappij waarin het draait om macht en waarin haar broer de dienst uitmaakt. Ze moet Edgardo, de man van wie ze houdt, verlaten voor ene Arturo. Haar leven eindigt met een waanzinaria die nog altijd doorklinkt in de hoofden van Emma Bovary en Anna Karenina.

Mooi dat Trompert zijn regie niet volstouwt met vondsten die afleiden van de grote, emotionele lijn. Hij zet in op een bruidsjurk die Lucia in een droom van haar lichaam rukt, lang voordat ze gedwongen wordt tot het huwelijk uit berekening, en laat zo haar onverklaarbare angsten zien.

Aan het slot zorgt hij voor een verrassing. Als Lucia is weggekwijnd van verdriet, doorsteekt Edgardo zichzelf niet met een dolk, zoals het libretto voorschrijft. Hij is verslagen maar blijft overeind. Pas wanneer de kompanen van Lucia's broer hun geweren op hem richten, valt hij.

De voorstelling wordt bij elkaar gehouden door een vernuftig toneelbeeld van John Otto, met schuine bruggen waarover legertroepen van verschillende kanten binnenvallen. Door een iets andere belichting ontstaat er een beekje en waan je je in een zacht, zomers landschap. Een breed videoscherm geeft uitzicht op zee, of, als Lucia haar leven verwoest ziet, een brandende stad.

Voor een authentiek Italiaanse sfeer tekent Antonino Fogliani. Deze dirigent debuteert bij de Reisopera maar neemt een schat aan internationale ervaringen mee. Desondanks klonk het eerste bedrijf bij het Gelders Orkest en ook bij de solisten wat onzeker. Pas na de pauze groeide het zelfvertrouwen en begonnen de strijkers en blazers steeds vrijer te ademen bij Fogliani's zorgvuldig gekozen tempi.

De kwade genius Enrico, broer van Lucia, krijgt in powerbariton Roland Wood de stem die hem toekomt en ook Gregory Warren (Arturo, aan wie hij zijn zus uithuwelijkt) is met smaak gecast. De Finse bas Mika Kares is groots als priester maar de glansrollen zijn voor Peter Auty (Edgardo) en de Bulgaarse Petya Ivanova (Lucia). Vooral Ivanova, die in de eerste scènes een matte indruk maakte, laat aan het slot alle reserves varen.

Bebloed en verwilderd zit ze op de rand van het podium. Haar leven is verwoest. In haar slotaria gaat ze een dialoog aan met een fictieve gesprekspartner, de solofluitist van het orkest. Vanuit een meisjesachtig eenvoudige toon zingt ze langzaam maar onontkoombaar op haar dramatische ondergang af. Alleen al voor die aria én voor de fluitist van het Gelders Orkest loont het de moeite naar Arnhem, of Den Bosch, of Groningen te reizen.

Biëlla Luttmer

undefined

Meer over