Luchtmacht heeft steeds meer moeite met vliegen

De luchtmacht kost jaarlijks 1,4 miljard euro. Aan peperduur materieel heeft de luchtmacht geen gebrek. Maar de inzetbaarheid ervan wordt steeds minder....

Van onze verslaggever Stieven Ramdharie

Bij een crisis kunnen twee van de drie direct inzetbare F-16-squadrons slechts beperkt worden gebruikt. Reden: onvoldoende ervaren vliegers om de F-16's te bemannen en nauwelijks hightech munitie om mee te schieten.

Het krijgsmachtdeel, jaarlijks goed voor het uitgeven van 1,4 miljard euro, kreunt en steunt. En het einde is nog niet in zicht. Opnieuw dreigt de politiek fors te schrappen in de F-16-vloot, bleek deze week. Daarnaast moet de luchtmacht weer een nieuwe vredesmissie uitvoeren. De Chinook-heli's gaan naar Zuid-Irak.

Ook deze luchtmachteenheid wordt geplaagd door een lage inzetbaarheid van het peperdure materieel. Vanaf augustus moeten drie van de dertien Chinooks de 1100 Nederlandse militairen in Irak bijstaan.

'Op deze manier doorgaan, kan eigenlijk niet meer', meent generaal-majoor b.d. Willem Glaser, oud-plaatsvervangend commandant van de Tactische Luchtmacht. 'Met het huidige Nederlandse ambitieniveau wordt het steeds moeilijker waar te maken wat er verlangd wordt.'

Hoe staat het krijgsmachtdeel, dat een jaar terug met de deelname aan de Joint Strike Fighter (JSF) een fikse prijs binnenhaalde, ervoor nu zich alweer een nieuwe missie aandient? Niet al te best, blijkt uit het jaarverslag dat de Tweede Kamer donderdag besprak. Materieel dat de afgelopen tien jaar voor vele miljarden is aangeschaft of ingrijpend gemoderniseerd, kan met moeite de lucht in.

Vorig jaar beschikte de luchtmacht over 101 geoefende vliegers, 19 minder dan de norm van 120. Oefenprogramma's worden niet gehaald doordat niet genoeg F-16's beschikbaar zijn, onder meer door een tekort aan onderdelen. Maar ook de vredesmissies, zoals de vele vluchten boven Afghanistan, hebben tot gevolg dat vliegers in Nederland niet gevarieerd genoeg kunnen oefenen. Defensie verwacht niet dat eind dit jaar het tekort aan geoefende vliegers is weggewerkt.

Ook bij de Apache-eenheden en de transportheli's kon vorig jaar minder worden gevlogen dan was gepland, ruim 3400 uur op een totaal van de 11.500 uren die waren begroot. De zes F-16-squadrons vlogen noodgedwongen 1340 uur minder dan de geplande 22 duizend. Vooral de missie met de zes F-16's in Afghanistan, waar de luchtmacht al sinds vorig jaar aanwezig is met 169 man, is een zware dobber.

Glaser: 'Er worden daar veel vlieguren gemaakt, zo'n vier tot zes uur per missie. Normaal is dat anderhalf uur. Dat betekent meer onderhoud, meer reserveonderdelen, meer personeel. Na 250 uur hebben de F-16's een inspectie nodig waarbij ze helemaal uit elkaar worden gehaald. Ze zijn dan zeker een maand uit roulatie.'

De nood van de luchtmacht is niet nieuw, al lijkt het wel erger te worden. Door de stijging van de dollar en de hogere prijzen van kerosine en reserveonderdelen, zag de luchtmachttop de exploitatiekosten de afgelopen jaren flink stijgen. Tot overmaat van ramp hekelde de Algemene Rekenkamer het slechte financiële beheer. Twee jaar geleden zag de luchtmacht zich zelfs gedwongen startbanen te schrappen en soberder te oefenen.

Volgens luchtmachtwoordvoerder Jos van der Leij kan het krijgsmachtdeel zijn werk nog gewoon doen. 'De middelen zijn beperkt, maar de inzet in Bosnië en boven Afghanistan laat zien dat we onze taken goed kunnen uitvoeren.'

Glaser, voorzitter van de vereniging Onze Luchtmacht, vreest echter dat de door het vorige kabinet voorgestelde maatregel om het aantal F-16's te verminderen van 108 tot 90, de problemen bij de luchtmacht alleen maar zal vergroten. Want minder vliegtuigen betekent dat de overblijvende vliegers minder vlieguren kunnen produceren om aan de 'operationele standaard' te voldoen.

Defensiedeskundige Antonie Dake ziet bij de luchtmacht een wanverhouding tussen investeringen en onderhoud. Dake: 'Bij de luchtmacht hebben ze twee Ferrari's, maar slechts één garage.'

Meer over