Lozen van Verdonk is moedige zet

Dankzij Verdonks exit kan de VVD weer een liberale middenpartij zijn. En dat is goed, zegt Luuk van Middelaar...

Op 2 september 2004 zette fractievoorzitter Van Aartsen de rechtse rebel Wilders uit de VVD-fractie. Drie jaar later wordt Rita Verdonk de deur gewezen door Mark Rutte. Op de overeenkomsten is al veel gewezen. Toch zijn de verschillen instructiever om te begrijpen in welke situatie de VVD zich nu bevindt.

Een eerste verschil is dit. Terwijl Van Aartsen en Wilders een inhoudelijk conflict over de politieke koers hadden (met de Turkse toetreding tot de Unie als springende punt) wordt het motief voor Verdonks verwijdering ons gepresenteerd als procedureel. Zij was ‘geen goede collega’, zei Rutte.

Dit kan een kwestie van leiderschapsstijl zijn. Opmerkelijk is wel dat Rutte’s human-resource-operatie plaatsvond twee dagen voor het VVD-congres waar partijvoorzitter Van Zanen de leden een ‘gedragscode’ wil laten aannemen (Forum, 13 september). Met die gedragscode wil het hoofdbestuur ‘stijl en respect’ van het partijdebat in goede banen leiden. Ook hier ligt de nadruk dus op de procedure. Behalve aanbevelingen biedt de gedragscode ook sancties, die kunnen leiden tot royement.

Door deze samenloop lijkt het of Verdonk de gedragsregels schond al voor ze van kracht waren. Het brengt de leden in een delicate positie. Het partijcongres wordt vandaag in zekere zin gedwongen tot het zegenen van Rutte’s machtsgreep door instemming met Van Zanens regels. Nog afgezien van de Verdonk-fans in de partij: juist liberalen die het minst ophadden met haar standpunten, worden niet blij van deze koppelverkoop.

Het was ook daarom overtuigender geweest als het conflict met Verdonk op inhoudelijke gronden was uitgevochten. Geen kiezer of partijlid laat zich door procedurele manoeuvres verwarren. Zoals ook niemand tijdens de VVD-lijsttrekkersverkiezing geloofde dat de kemphanen ‘Rita’ en ‘Mark’ dezelfde standpunten hadden. De koers stond op het spel. Rutte deed dus donderdag een beslissende politieke zet. De logica van het spel dwingt de VVD nu om de strijd met Wilders/Verdonk hard en inhoudelijk aan te gaan. Dat de weggelopen kiezers ‘eigenlijk bij ons’ horen, is niet geloofwaardig meer.

De reden daarvan ligt in het tweede verschil tussen 2004 en 2007: het vertrek van Wilders heeft het politieke toneel veranderd. Destijds wilde men dit in de VVD liefst zien als een betreurenswaardig bedrijfsongeval, te wijten aan slecht fractiemanagement door Van Aartsen (toen al die human-resource-verleiding!).

Met het succes van de PVV bij de laatste verkiezingen is deze redenering irrelevant geworden. Er staat nu definitief een partij rechts van de VVD. Daar moeten de liberalen zich inhoudelijk toe verhouden. Juist deze veranderde politieke situatie maakte Verdonks positie binnen de VVD onmogelijk. In de beeldvorming – en voor beider aanhangers – is er nauwelijks verschil tussen de koers van Wilders, buiten de partij, en van Verdonk, erbinnen. Wat vroeger de ‘gewone’ verdeeldheid in de VVD was, die tot en met Bolkestein onder één kap was te verenigen, leidde nu tot volkomen onduidelijkheid.

Dit bleek tijdens de Tweede-Kamer-verkiezingen van eind 2006. De formule met nummer één Rutte en nummer twee Verdonk kon in het nieuwe landschap niet werken. De onophoudelijke frictie tussen beide VVD-campagneteams was er een signaal van, niet de oorzaak. De verdeeldheid was inhoudelijk en werd als zodanig door de kiezers gelezen. Concreter: de Wilders-stemmers kwamen – ondanks lokaas Verdonk – niet naar de VVD terug, vanwege Rutte. Omgekeerd bleven ook potentiële Rutte-liberalen weg, vanwege Verdonk.

Aan deze onduidelijkheid hebben Rutte en zijn fractie nu zelf een einde gemaakt, door Verdonk de wacht aan te zeggen. De VVD-fractie bestendigt hiermee de keuze uit 2004. Dit is een moedige, historische beslissing, waarvoor steun moet komen van de hele partij.

De gevolgen voor het politieke landschap zijn nog niet geheel te voorzien. Toch lijkt het erop, met terugwerkende kracht, dat de VVD onder druk van de politieke crisis uit Fortuynjaar 2002 nu alsnog is opgebroken in een liberale middenpartij en een rechts-nationalistische partij (of partijtjes).

Er zullen VVD’ers zijn die pleiten voor een terugkeer van alle ‘liberaal-nationalen’ onder één dak. Dat betekent in de huidige constellatie: én Verdonk, én Wilders. Gezien de politieke polarisatie is dat de komende jaren ondenkbaar.

Wat mij betreft is deze breuk een positiever scenario dan dat het liberale hart zich willoos laat meevoeren in onbekende nationalistische diepten, zoals een dik decennium geleden de Oostenrijkse zusterpartij FPÖ overkwam met Jörg Haider (die daarom destijds door de VVD van Bolkestein uit de Liberale Internationale werd gezet).

De taak voor de VVD van Rutte is dubbel: oppositievoeren tegen het kabinet-Balkenende-IV en de grenzen afbakenen ten opzichte van Wilders/Verdonk. Die grenzen moeten niet worden gedefinieerd in termen van toon, maar van inhoud. Op de retorische glijbaan van ‘een beetje raar’ naar ‘knettergek’ is voor de VVD geen houvast te vinden, terwijl liberalen wel haarscherp kunnen uitleggen waarom ze uit naam van de vrijheid tegen een Koranverbod zijn maar voor de vrijheid Mohammed-cartoons te publiceren, of tegen een moskeebouwverbod maar voor het uitzetten van haatzaaiende buitenlandse imams. Laat Rutte zijn bedrijfsongeval snel als politieke herschikking aan het publiek presenteren – voordat de feiten het doen.

Meer over