Louter verliezers en een gevallen held

THEATER De Glazen Kin door Het Volk, tekst: Louis Ferron, regie: Aike Dirkzwager, Theater Bellevue 1 april. Aldaar t/m 15 april (12.30 uur)....

Boksers spreken kennelijk tot de verbeelding van theatermakers. Niet alleen door hun springende, zwetende lijven en de dramatiek van de doffe vuistslagen, maar zeker ook door hun taalgebruik. Louis Ferron heeft er voor het stuk De glazen kin een fraaie bloemlezing uit samengesteld: 'Die snavel van je sla ik tot achter je hersens', of 'Hij kon z'n ouwe niet meer van zijn wijf onderscheiden' en 'Als je dobbertje maar overeind blijft.'

Dit zijn citaten uit de eerste minuten en die strakke straattoon blijft vijftig sterke minuten hangen. Maar of de bokswereld, die toch niet bekend staat als het toonbeeld van subtiliteit, blij zal zijn met dit tragisch-sportieve doorkijkje, valt te betwijfelen.

Daar kan John Buysman, die er geen fans onder de boksers bij heeft gekregen door zijn solo Hengst, van meepraten. In dat indringende stuk zagen we de gefrustreerde Engelse bokser Henry Cooper, die net onder de absolute wereldtop is blijven steken.

In De glazen kin is het Harko Meuring, gespeeld door Bert Bunschoten, niet gelukt zijn loopbaan in stijl af te sluiten. Europees kampioen, maar daarna te lang doorgegaan. Geflikt door zijn manager die hem nog in obscure arena's liet knokken toen hij al afgekeurd was. Dat heeft zijn hersens geen goed gedaan.

Hij slijt zijn dagen in een verloederd koffiehuis dat hij van zijn laatste centen heeft gekocht. Een paar trouwe vrienden houden hem moeizaam op de been. Dat wankele evenwicht wordt verstoord door de komst van een journalist die een boek wil schrijven over de gevallen held. Aan het eind van de strijd is de ring gevuld met louter verliezers. Bij de bokser komt een verrassende rol van zijn moeder aan het licht, en de journalist blijkt door zijn eigen vrouw gevloerd in een huwelijksstrijd over vijftien ronden.

De glazen kin is zeker niet zo explosief en dramatisch als Hengst. Daarvoor lijkt de tijdbeperking van een lunchvoorstelling voor Ferron een te groot obstakel. Wellicht is het ook niet zo kies om toeschouwers rond het middaguur knock out te slaan. Maar het mededogen dat de vrienden met de geestelijk verwonde bokser hebben is ontroerend beschreven en gespeeld. En Bert Bunschoten weet de tragiek die zo dicht onder de oppervlakte ligt bij sport in het algemeen en boksen in het bijzonder, perfect te treffen.

Heel beklemmend is de clowneske uitdossing van zowel de journalist als de lieve loyale vrienden. Die opgeklopte nep-vrolijkheid hangt als een pessimistische grauwsluier over het verhaal. De uitgerangeerde, aangeslagen bokser, met gaten in zijn geheugen, is in deze aankleding de normale man, waarvan er blijkbaar dertien in een dozijn gaan. Dat maakt het verhaal nog treuriger, maar het stuk nog mooier.

Meer over