Los 33

Morgen komen de 33 mijnwerkers die sinds 5 augustus opgesloten hebben gezeten in de mijn San José eindelijk weer bovengronds. Als de reddingscapsule Phoenix althans doet wat hij geacht wordt te doen, de mijnwerkers één voor één door een smal boorgat opnieuw ter wereld brengen - de symboliek ligt er soms te dik bovenop.

Het verhaal van opgesloten mijnwerkers is al een mythe nog voor de mannen hun geliefde weer in de armen kunnen sluiten - voor Yonni Barrios staan zelfs zijn vrouw én zijn minnares klaar; niets is de afgelopen maanden verborgen gebleven.


Over honderd jaar zullen ze in Chili nog zingen over Los 33, van wie iedereen dacht dat ze waren gestorven, maar die na 69 dagen opstonden uit hun graf.


Koper en goud waren tot dusver de delfstoffen uit de San José-mijn, maar daar zijn nu verhalen bijgekomen. En verhalen zijn meer waard dan goud, als ze tenminste goed genoeg zijn. Wij zijn nu eenmaal gek op verhalen, vooral op onwaarschijnlijke waarin de held het onoverwinnelijke toch overwint, zoals Joris de draak of Mark Tuitert Shani Davis.


We hebben zulke verhalen nodig. Ze geven ons moed. Oké, het kan gebeuren dat je in een mijn zit en het hele zooitje in elkaar sodemietert. Maar het kan óók gebeuren dat ze boven na zeventien dagen in de gaten krijgen dat je nog leeft en je eten en drinken sturen en films van Brad Pitt. En dat ze naar je beginnen te boren, waarna je twee maanden later triomfantelijk met je kop boven de grond komt en hartelijk welkom wordt geheten.


Geen wonder dat zich bij de San José duizend journalisten hebben verzameld om getuige te zijn van de climax van het wonderverhaal van de 33 begraven mannen. Als Luis Urzúa donderdag als laatste bovenkomt is hij, behalve gered, ook in één klap onsterfelijk.


Ariel Ticona is ondergronds vader geworden, Mario Sepulveda vierde zijn 40ste verjaardag op 622 meter diepte met taartjes. De verloofde van Claudio Yanez stemde via de buizenpost na tien jaar treuzelen eindelijk toe in een huwelijk. En dat zijn nog maar een paar van de ingrediënten voor de succesfilm Los 33. De mijnwerkers verkopen straks de écht sterke staaltjes exclusief aan de hoogste bieder, ze hebben al een advocaat in de arm genomen die de contracten moet regelen.


We hebben alle verhalen over onderlinge haat en dreigende gekte nog te goed, alsmede de staaltjes van opofferingsgezindheid en diepe kameraadschap. Plus natuurlijk de practical jokes - 33 mannen bij elkaar, altijd lachen.


En wat deed de oud-voetbalprof Franklin Lobos - in zijn goede tijd bijgenaamd El Mortero Mágica - al die maanden ondergronds? Had hij een bal? Had hij soms een doeltje getekend op de mijnwand - ik denk van wel.


De sportfysioloog Jean-Christoph Romagnoli voorzag alle mijnwerkers van een persoonlijk trainingsschema. Hij toonde zich bezorgd over Edison Pena (34), die dagelijks vijf kilometer door de mijngangen draafde. 'Hij overdrijft', zei Romagnoli.


De hollende mijnwerker; fantastisch verhaal, dat doet denken aan Opkomst en ondergang van de zwarte trui van Bob den Uyl, over een wielerkoers in een verlaten mijn. Alleen was dat verhaal verzonnen.


De mannen hadden elke dag een uur mediatraining. De alcoholisten onder hen zijn afgekickt, de rokers gestopt. Zo kan het dus gaan. De aarde slokt je op als een loser die nog geen drie zinnen achter elkaar kan zeggen en verslaafd is aan drank en tabak, en hij braakt je weer uit als een superfitte held met een vlotte babbel en een bereconditie - herboren.


Meer over