Loopbaanadvies voor topsporters

Topsporters moeten zich intensief bezighouden met hun loopbaan na of naast hun sportcarrière. Dit om te voorkomen dat ze later in een zwart gat vallen. Dat vindt voormalig topschaatser Erben Wennemars.

JOHN VOLKERS

AMSTERDAM - Wennemars, oud-topschaatser, tv-maker en assistent-coach, is twee dagen per week in dienst van Randstad als adviseur van het project 'Goud op de Werkvloer'. Hij is overtuigd van het nut van het project. Als Randstad 'ooit een keer' onverhoopt mocht stoppen als partner van het nationaal olympisch comité NOC*NSF, moet het een structurele plaats in de Nederlandse topsport krijgen.

'Het is heel goed dat zo'n project bestaat. Want het is volgens mij nog steeds standaard dat een topsporter in het zwarte gat valt. Als je stopt, ik heb het zelf meegemaakt na de Spelen van Vancouver, komt er veel op je af. Iedereen wil je leegtrekken.'

Wennemars, onderdeel van een projectteam met een programmamanager (ex-beachvolleyballer Bram Ronnes) en vier loopbaanadviseurs, is al actief tijdens de carrière van de Nederlandse sporters. Zijn ervaring: 'Er zijn heel veel topsporters die werk zoeken. Ze moeten wel werken, want niet iedereen heeft het salaris van een schaatser.'

Zijn werkgever, NOC*NSF-partner Randstad, maakt serieus werk van de diensten die aan de Nederlandse topsport worden geleverd. Afgelopen jaar kreeg de betrokken afdeling 260 Nederlandse topsporters op bezoek die een advies over werk dan wel studie wilden. 'Die vier loopbaanadviseurs zijn er fulltime mee bezig.'

Wennemars is na de Winterspelen van Vancouver, in februari 2010, met 'Goud op de Werkvloer' aan de slag gegaan. Tientallen bedrijven zegden toen, per getekend convenant, toe sporters als werknemer te adopteren. Het streven is honderd banen te scheppen. Dat doel komt in zicht, volgens adviseur Wennemars.

Een van zijn eerste klanten was een schaatser die nog niet gestopt was, olympisch kampioen 2006 Bob de Jong. 'Bob kwam naar ons toe en wij regelden voor hem een werkplek bij het bouwbedrijf BAM. Pas daarna ging hij ook schaatsen voor de BAM-ploeg van coach Jillert Anema.'

In principe ontfermt het team van Wennemars zich slechts over de allerbeste sporters van Nederland. Er wordt, altijd op verzoek van NOC*NSF, bemiddeld voor toppers met de A- dan wel de B-status. Dat zijn er vijfhonderd. Ook talenten, de zogenoemde hp'ers (high potentials), worden geholpen. 'Jammer genoeg hebben we de voetballers er niet bij.'

Soms bekommeren ze zich bij Randstad ook om sportlieden met een lagere status. 'We proberen in principe voor alle sporters iets te doen. Gerard Dielessen en Maurits Hendriks, directeuren van NOC, hebben me wel eens gezegd dat ze zich geen raad weten met al die sporters die ontsporen.'

'Goud op de Werkvloer' stelt zich op namens de sporter. 'In het normale werkproces heeft Randstad altijd oog voor de werkgever. Maar in deze specifieke gevallen werken wij vanuit het standpunt van de sporter. Het belang van de sporter staat voorop. Training is belangrijker dan werk. Dat moeten de bedrijven weten die zich committeren aan ons project.'

Ook bij het andere project van zijn werkgever, de Randstad Topsport Academie (RTA) voor een HBO-studie commerciële economie, is vooral oog voor het belang van de sporter. Wennemars weet hoe het in zijn tijd was. 'Ik wilde naar de HTS in Zwolle en bij Jong Oranje schaatsen. Ze zeiden dat ik dan beter een andere school kon zoeken. Nu is iedere school dol op sporttalent en willen ze iedereen hebben.'

undefined

Meer over