Lokkertje van de sultan

De sultan van Oman ziet de olie opraken. Hij hoopt dat westerse toeristen de leemte zullen vullen. Dobberend over een Luie Rivier....

Door Eric van den Berg

Sinbad heeft er zijn zeilen gehesen, de Koningin van Sheba had er haar paleis – dit is een land van verhalen, van legendes, van Arabische sprookjes.

Er is een sultan, dat helpt al, met een vijftal paleizen en drietal vliegtuigen, die zijn eigen vader het land heeft uitgezet. Er is het volk, dat de heerser, nu 65, altijd omschrijft als ‘een goed mens’, want hij doet veel voor het volk, en hij is de islam trouw. En er waart altijd mysterie rond: niemand weet alles precies, wil het weten, of mag het weten.

‘He is a good man’, zeggen ook de mannen van Ali Baba Coffee Shop, in Ruwi, de winkel- en zakenwijk van Musqat. ‘Hij is bevriend met alle presidenten en koningen, Clinton, Elizabeth. Die verblijven in het Al-Bustan Hotel, daar heeft Sultan Qaboos een eigen verdieping. Weet je wat daar een flesje water kost? Twaalfhonderd baisa! Hier betaal je honderd.’

In Oman liggen de eerbied en bewondering op elke hoek van de straat. Die niet zelden de naam draagt van Sultan Qaboos bin Said, verlicht alleenheerser sinds 1970. Toen stootte hij zijn vader, Said bin Taimur, van de troon, zette hem het paleis uit en liet hem de keus: pa, waar wil je de laatste jaren van je leven doorbrengen? Het antwoord: het Dorchester Hotel in Londen. En zo geschiedde.

En zo geschiedde* vermoedelijk. Want als het over de Koninklijke Familie gaat, valt het nogal eens stil. De geschiedenis en de feiten zijn niet van het volk, maar liggen op het nachtkastje van Qaboos. Omani’s recapituleren voorzichtig de verhalen, over hoe anders Qaboos’ vader toch was. Hoe hij vanuit zijn paleis met een telescoop de straten bespiedde, om te zien of er niet toch iemand met een spijkerbroek, korte broek of een zonnebril rondliep, of iets anders dat meer naar McDonald’s dan naar wierook of mirre rook.

Dat was het Oman van de Middeleeuwen. Bijna letterlijk, want Said hield zijn land afgesloten van de rest van de wereld. Eerst door gewoon geen wegen aan te leggen, later, in de jaren vijftig, door het land te islamiseren. Het lukte hem een diep verdeeld land te verenigen – imams en volkeren in het binnenland erkenden het gezag aan de kust niet – maar de moderne tijd was overgevlogen. De telefoon kwam pas in 1964. Toen zijn zoon, opgeleid in Engeland, de macht overnam, waren er in het hele land drie scholen en een ziekenhuis met vijftien bedden.

Nu heeft elk stadje minimaal een school en een ziekenhuis. Zijn er Qaboos-moskeeën, Qaboos-boulevards, Qaboos-winkelcentra, en hangen Qaboos-portretten in het kleinste restaurantje en de grootste bank.

Iedereen rijdt in een auto met airco – lopen doe je niet in een land waar het ’s zomers zo heet is dat je schoenzolen wegsmelten. Bovendien kost een liter benzine slechts 120 baisa (0,25 euro), wat goedkoper is dan een liter drinkwater in fles (180 baisa).

Er lopen goede snelwegen, met om de paar honderd meter een snelheidscamera, door het hele land: van de stad naar de Wahabi-woestijn en de Jebel Akhdar, de Groene Bergen. Soms ogenschijnlijk van niets naar weinig, van leeg naar iets minder leeg. Langs het asfalt lopen overal blauwrode buizen, die aanduiden dat daar onder de grond gas wordt getransporteerd, en zwartrode voor de olie.

Het besef, alom: Oman, een relatief kleine olieproducent op het Arabische schiereiland, produceert 800 à 900 duizend vaten per dag. Nu nog wel, zegt Qaboos steeds. Hij voorziet dat de olieproductie en dus ’s lands inkomsten al over vijftien jaar zijn gedecimeerd. Dus moet er geld uit andere bronnen komen. Nieuwe fabrieken, betere havens, en bovenal: meer toeristen.

Geen strobreed wordt de buitenlander nog in de weg gelegd. Visa worden verstrekt op het vliegveld, hotels naar westerse snit duiken op. Bij Musqat is zelfs een deel van de kust weggehakt, een zeeschildpaddenkolonie verplaatst en een snelweg van vijf kilometer aangelegd voor het grootste hotelcomplex van het land: Shangri-La’s Barr Al Jissah Resort & Spa. Geopend afgelopen januari: 680 kamers, zestien bars en restaurants, drie zwembaden, en een 500 meter lange ‘Lazy River’, waarop de gasten in rubberbootjes van het ene naar het andere hotel dobberen.

In de luxe hotels – voor wat het waard is, er is er een met zes sterren – lijkt Oman gekoloniseerd. Aan de Long Bar drinken mannen in korte broek cocktails en biertjes, vrouwen liggen in bikini op het privéstrand, hier kan de receptioniste vergeten dat de shuttlebus naar de Mutrah-souq, de bekendste bazaar van de stad, vanochtend niet rijdt, want: ‘O ja, het is vrijdag’.

Omani’s doen niet heel erg moeilijk, dat scheelt. Topless is uit den boze, dat wel, en in de Sultan Qaboos Grand Mosque, de op twee na grootste moskee ter wereld, moeten vrouwen gesluierd. Maar mannen- én vrouwentoeristen mogen er naar binnen. Want de sultan wil met deze kolos, gereed gekomen in 2001, pronken: het marmer aan de buitenkant komt uit Oman zelf, dat aan de binnenkant uit Italië, de kroonluchter van 8000 kilo komt uit Oostenrijk en Duitsland, de klok komt uiteraard uit Zwitserland, en aan het blauwe tapijt hebben in Iran 600 vrouwen drie jaar gewerkt.

Kosten? Ssst. Vermoedelijk iets van 26 miljoen rial (55 miljoen euro), maar daar mogen we het niet over hebben, zegt de tourgids. ‘Het was een cadeau van de sultan aan het volk, en dan heb je het niet over bedragen. Het is een teken dat hij trouw aan zijn geloof is.’

De Grand Mosque is de enige van de vijfduizend moskeeën die voor toeristen toegankelijk is. Bij de eeuwenoude forten, opgetrokken door de imams, staan meer deuren open, 26 van de 400. De beroemdste: het fort van Nizwa, op tweeënhalf uur rijden van Musqat. Degene die dit fort bewoonde, werd vaak als de heerser over Oman gezien. Vooral omdat de bouwer ervan eeuwige roem heeft afgedwongen: imam Sultan bin Saif al Ya’arubi joeg de Portugezen het land uit.

Zie hier wat Oman wil bieden, dat wat Dubai niet heeft: cultuur, verhalen. Dubai, hoofdstad van buurland en concurrent de Verenigde Arabische Emiraten, heeft glimmende hotels, opgespoten eilanden in de vorm van een palm, Prada en Beckham; Oman heeft bijna enkel laagbouw (het Sheraton met veertien verdiepingen is het hoogste gebouw van Musqat), maar wel duizenden uitkijktorens die herinneren aan vijfduizend jaar geschiedenis. Zelfs de watertonnen op de huizen en de bushokjes zijn voorzien van kantelen, die de oude forten en torentransen eren.

‘Authentiek’, noemt het ministerie van Toerisme de ware rijkdom van Oman: de vissers die ’s avonds op straat hun vis openrijten, de veemarkt in Nizwa, de straatjes met zilversmeden en kleermakers, de wadi’s (de rivierbeddingen die een paar keer per jaar vollopen), het 350 jaar oude dorp Birkat al-Mauz, waar ouderen nog toezien op de duizenden dadelpalmen, en de bedoeïenen in de Wahiba-zandduinen.

Die overigens ’s zomers naar het dorpje Raka verhuizen, omdat ze daar een huis met airco hebben. Bovendien heeft manlief een goede baan bij de raffinaderij, dus echt aan tent gekluisterd zitten ze niet.

Het oude Oman is afgezworen en tegelijk in de showroom gezet. Het nieuwe Oman, dat is het Hyatt in Musqat, dat is het Golden Tulip in Nizwa, het westerse hotel dat dan ’s avonds toch ook maar vermaak biedt aan de Omaanse mannen: honderden komen gekleed in hun witte dishdashah af op de Arabische, Poolse of Indiase bar, met Spice Girls-poster aan de muur, waar de danseressen hun borsten laten dansen. Niet geheel ontbloot, en het zijn zeker geen Omaanse vrouwen, dat zou een schande zijn.

Het Westen komt, de rest van de wereld komt – volgens Sultan Qaboos’ plan. Wat betreft toeristen dan, want de werkende buitenlanders gaan er de komende vijftien jaar juist uit, volgens dat ándere plan: de ‘Omanisering’. Olie-expert uit Engeland, onderwijzer uit India, barman uit Sri Lanka, hotelreceptioniste uit Pakistan: hun banen gaan naar de Omani’s zelf. En het zijn er nogal wat: ruim eenderde van de 2,5 miljoen inwoners zijn elders geboren. Nu al moet een chauffeur van een tourbusje Omani zijn, de tourgids is de volgende.

Vooral de Omani’s zelf moeten werken aan een Oman zonder olie, vindt Sultan Qaboos. Aan een Oman voor toeristen. Buitenlandse investeringen zijn wel toegestaan, graag zelfs. In de aanbieding: The Wave, een luxe complex met hotels en golfbaan, die nu wordt ontworpen door de Australische topgolfer Greg Norman. Of het miljardenproject Blue City, een hotel- en entertainmentstad honderd kilometer ten noorden van Musqat. Als consultant is een vriend van de Familie aangetrokken: Michael Jackson. Natuurlijk omdat hij thuis een Neverland heeft – dat land uit het sprookje.

Meer over