Logeren in een uniek arbeidershuisje

Dat was wat, toen hotel Blakes vijf jaar geleden zijn deuren opende. Een designhotel in Nederland. In een Amsterdams grachtenpandje nog wel!...

JEROEN JUNTE

Inmiddels is het fenomeen design-hotel aan enige inflatie onderhevig. Een beetje hotel heeft metershoge vazen met slechts één orchidee, witte banken met zwarte kussens en - heel belangrijk - een fruitschaal ter grootte van een verkeersbord met daarop slechts één gepoetste appel. En heus niet alleen in Amsterdam. Het eerste hotel dat zich afficheert als Designhotel (met hoofdletter) is te vinden in Maastricht: La Bergère.

De verwende reiziger gaapt bij het betreden van alweer zo'n hip hotel met onzichtbare deurknoppen.

Daarom is het een geluk dat het Nederlandse design de afgelopen vijf jaar de wereld veroverde. Na tulpen, wiet en Big Brother is het eigenzinnige dutch design onze belangrijkste bijdrage aan de wereld.

De inventaris van het Lloyd Hotel in Amsterdam, dat een paar maanden geleden zijn deuren opende, laat zich lezen als een Who's who van de Nederlandse ontwerperswereld. Zelfs de buitenkant van dit eerste dutch-designhotel is onderhanden genomen door nog zo'n design-boegbeeld, het architectenbureau MVRVD.

Zijn we amper gewend aan dit nieuwe fenomeen in het hogere hotelwezen, blijkt dat het dutch designhotel ook al niet meer is wat het (zo kort) was. Inmiddels is er ook al weer het eerste zelfbenoemde Dutch Desinghotel (dit keer met twéé hoofdletters!): Artemis in Amsterdam. Of eigenlijk onder de rook van Schiphol. En dat geeft al aan op welke klandizie Artemis mikt. 'De zakenman', aldus directeur Wynand de Graauw. Nou is dat veelal niet de meest avontuurlijke hotelgast. En dat is te zien.

De buitenkant zou volgens de directeur zijn geïnspireerd op de 'materiaalkeuze van Dudok' en 'het lijnenspel van Rietveld'. De afwisselend rechthoekige en vierkante ramen zitten inderdaad in een lichtgele gevel. Maar met het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht heeft deze vierkante kolos niets te maken.

Ook in het interieur zijn de verwijzingen naar dutch design wel heel subtiel. Het enige dutch aan het doorsnee hotelinterieur zijn Rietveld-stoeltjes in de eetzaal, een eenzame sloophoutentafel van Piet Hein Eek en wat Smoke Chairs van Maarten Baas, de verbrande fauteuils die onlangs ook werden aangekocht door een hotel dat door Philippe Starck is ingericht.

Nu het Dutch Designhotel alweer is verworden tot een marketingtool voor de hotelbranche, is de onvermijdelijke vraag: hoe nu verder?

Antwoord: Met het dutch designer hotel.

Als Philippe Starck een hotel kan inrichten, dan kan Marcel Wanders het ook. Dat dacht Peter Lute, eigenaar van restaurant Lute in Ouderkerk aan de Amstel. Dus liet hij de boy wonder van het dutch design zeven arbeidershuisjes naast zijn restaurant inrichten. Naast zijn eigen ontwerpen voor Italiaanse topmerken als Bisazza en Boffi putte Wanders uit de collectie van Moooi, het meubelmerk waar hij aan het roer staat.

'Het design van Wanders is lichtvoetig en toch prikkelend. Precies het avontuur wat je zoekt in een hotel', zo licht Lute de keuze voor Wanders als art director van zijn hotel toe. Hoewel, hotel? Volgens Lute zijn dit zeven unieke suites. Of eigenlijk: 'Appartementen met service. En dan geen room service maar op maat gesneden service.' Elk met een eigen inrichting.

Dat de ontwikkelingen in de het hoteldesign razendsnel gaan, dat weten ook Wanders en Lute. Dus broeden de twee op weer een nieuw concept. Op diverse plekken in Amsterdam moeten Lute Suites komen. Allemaal met 'het comfort van thuis en het avontuurlijke design van Wanders'. Het wachten is dus op het eerste dutch designerhotel bij u in de buurt.

Meer over