Logeerhuis gehandicapten met sluiting bedreigd

Het Logeerhuis van de stichting Craeyenburch in het Zuidhollandse Nootdorp lijkt in een grote behoefte te voorzien. Veel ouders brengen hun geestelijk gehandicapte kind er tijdelijk onder, zowel in noodgevallen als tijdens vakanties....

AUKJE VAN ROESSEL

Van onze verslaggeefster

Aukje van Roessel

NOOTDORP

Enthousiast komt Peter via de achterdeur binnen. Apetrots, omdat hij helemaal alleen van de dagopvang op het terrein naar het Logeerhuis is komen lopen. Ineens duwt hij zijn hoofd onder het gezicht van adjunct-directeur Els Goossens. Heel gedecideerd zegt hij: 'Mama.' Het is Peters manier om mee te delen dat zijn moeder op bezoek is geweest.

Peter verblijft voor een tijdje in het Logeerhuis van de stichting Craeyenburch in het Zuidhollandse Nootdorp. Tot voor kort woonde hij gewoon thuis. Maar toen zijn vader zwaar ziek werd, was het voor de moeder van Peter een hele uitkomst dat haar geestelijk gehandicapte zoon op Craeyenburch kon gaan logeren. De zorg voor zowel een zieke man als een gehandicapte zoon zou haar te zwaar zijn geweest. Nu kon ze haar man in zijn laatste levensdagen zelf verplegen èn afscheid van hem nemen zonder ook nog eens de dagelijkse zorg van haar 28-jarige zoon op zich te voelen drukken.

Het Logeerhuis in Nootdorp is pas vorig jaar geopend, maar nu al weten ouders die hun geestelijk gehandicapte kinderen zolang mogelijk thuis willen houden, de weg naar dit 'hotel' te vinden. Niet alleen voor 'noodgevallen', maar ook om eens een paar dagen op vakantie te kunnen in de geruststellende wetenschap dat hun kind goed wordt verzorgd. Voor de komende zomer is het Logeerhuis dan ook al volledig volgeboekt. De vraag is alleen of het dan nog zal bestaan, want in opdracht van het ministerie van VWS moet er worden bezuinigd.

Het Logeerhuis van Craeyenburch bevindt zich daardoor in een zeer onfortuinlijke positie, aldus de directie. Het huis is betaald uit de zogenoemde 4 procent-vrije-marge-regeling. Alle intramurale zorginstellingen kregen een aantal jaren geleden een budget dat ze vrijelijk konden besteden. Het budget was berekend op het aantal al aanwezige 'bedden'.

De instellingen mochten van het extra geld het aantal 'ouderwetse' bedden uitbreiden, maar konden er ook mee gaan experimenteren, door bijvoorbeeld een logeerhuis in het leven te roepen. Achterliggende gedachte was dat de extra en ook vernieuwende opvangmogelijkheden een oplossing konden bieden voor het verkorten van de ellenlange wachtlijsten bij instellingen voor geestelijk gehandicapten.

Volgens adjunct-directeur Goossens wordt de 4 procent-regeling nu 'wegens succes gesloten'. De regeling kostte meer geld dan was geraamd, omdat het ministerie ervan uit was gegaan dat er slechts voor 70 procent gebruik van zou worden gemaakt. Om te bezuinigen worden nieuwe aanspraken op de regeling nu niet meer gehonoreerd. Bovendien moeten de instellingen die er gebruik van hebben gemaakt, uitrekenen hoeveel ze er in 1994 aan hebben uitgegeven. Dat bedrag wordt vervolgens op het prijspeil van 1993 bevroren.

Deze maatregel treft Craeyenburch hard. Het Logeerhuis ging pas in september 1994 open. Dus mag de instelling voortaan slechts de gemaakte kosten van de laatste vier maanden van 1994 uitgeven in een heel jaar. Daar bovenop komt ook nog een efficiency-korting van 7 procent . Goossens heeft uitgerekend dat Craeyenburch het met tweehonderdduizend gulden voor het Logeerhuis zal moeten doen, waar op zo'n achthonderdduizend gulden was gerekend. Dat is volgens haar onmogelijk.

Goossens luidt niet alleen de noodklok voor het Logeerhuis van het eigen Craeyenburch, volgens haar zit het probleem dieper. De gang van zaken rondom de 4 procent-regeling is volgens haar symptomatisch voor het hele overheidsbeleid op het terrein van de gezondheidszorg. 'Als instelling kunnen wij eigenlijk geen beleid meer uitstippelen. We verkeren constant in onzekerheid over de financiering. En was het dan nog maar zo dat bepaalde vormen van zorg om inhoudelijke redenen geen geld meer krijgen. Maar dat is het niet. Er wordt gewoon maar gesnoeid.'

Niet alleen de geldstroom werkt niet mee om moderne zorgvoorzieningen in het leven te roepen, ook de regelgeving smoort volgens Goossens menig experiment voordat het tot bloei kan komen. Zo mogen geestelijk gehandicapten niet acht uur per dag op Craeyenburch zijn om vervolgens thuis te gaan eten en slapen.

'Het grote probleem van deze tijd is dat er genoeg inhoudelijke ideeën zijn, maar dat de vele regels de uitwerking ervan tegenhouden. Die regels en bezuinigingen, zoals op de 4 procent-regeling, drukken elke vernieuwing dood.' Volgens Goossens werken ze ook contraproduktief. Yvonne, leidster in het Logeerhuis, kan het met een voorbeeld uitleggen. 'We krijgen hier regelmatig een meisje dat anderhalf jaar geleden door een verkeersongeluk geestelijk gehandicapt is geraakt. Haar vader overleed bij dat ongeluk. Doordat het meisje af en toe hier kan zijn, heeft de moeder wat tijd voor het eigen verdriet en voor haar andere dochter. Ze heeft wel eens tegen mij gezegd: als het Logeerhuis er niet was, dan zou ik de verzorging van mijn gehandicapte dochter niet aankunnen. Het enige alternatief is dan haar permanent in een instelling te laten wonen.'

Op het ministerie van VWS speelt de woordvoerder van staatssecretaris Terpstra de bal terug. De bezuiniging van oorspronkelijk vijftien miljoen gulden op de 4 procent-regeling is volgens de woordvoerder verminderd tot acht miljoen. Op een totaalbedrag van drie miljard gulden die er in deze sector omgaat, is dat volgens hem gering.

Maar zijn belangrijkste kritiek geldt de in zijn ogen verkeerde houding bij de instellingen. 'Veel zorginstellingen hebben het idee dat er altijd extra geld moet komen voor elke nieuwe vorm van zorg voor geestelijk gehandicapten. Maar het nieuwe moet niet naast het oude komen, maar in plaats daarvan. Die gedachte komt nog maar moeilijk op gang. Daarvoor is een cultuuromslag nodig, zeker in de zwakzinnigenzorg.'

Craeyenburch moet een keuze maken: als het Logeerhuis belangrijk is, zal ze daar binnen het budget geld voor vrij moeten maken. Door minder van het oude te doen.

Meer over