Lockerbie-aanklagers puzzelen moeizaam door

Het Lockerbie-proces in Kamp Zeist lijkt, na tweeënhalve maand, nog geen bewijzen te hebben opgeleverd die alle twijfel kunnen wegnemen over de schuld van de twee Libiërs aan de bomaanslag in 1988 boven Schotland....

Eén naam is tot nu zo goed als niet genoemd in het Lockerbie-proces: Al-Amin Khalifa Fhimah. Dat is curieus, want Fhimah is een van de twee Libiërs die sinds 3 mei, toen het proces begon, alle zittingen bijwonen in het verdachtenbankje. Hij en Abdel Basset al-Megrahi zouden verantwoordelijk zijn voor de bomaanslag op een PanAm-toestel boven het Schotse Lockerbie op 21 december 1988.

En ook de naam Al-Megrahi werd pas vorige week voor het eerst door een getuige in verband gebracht met de bomaanslag die aan 270 mensen het leven kostte. Maar dan nog was dat indirect en met een zekere twijfel. Het duidt erop dat de aanklagers (de Kroon) nog niet hebben gedaan wat zij worden geacht te doen: onomstotelijk aantonen dat de twee Libiërs schuldig zijn.

Toni Gauci, een winkelier uit Malta, getuigde dat hij enkele weken voor de aanslag kleren en een paraplu had verkocht aan een Arabische man, waarschijnlijk een Libiër. Volgens sporenonderzoek zaten dergelijke kleren in de koffer waarin ook de bom zat. Op de vraag van de aanklager of hij de man in de rechtszaal zag zitten, wees Gauci naar Al-Megrahi en zei: 'Die man. Hij lijkt op de man die in mijn winkel was.'

De verklaring van de winkelier gaat dus minder ver dan een positieve identificatie: 'hij lijkt op' is niet 'hij is'. Bovendien gaf Gauci op vragen van de verdediging toe dat hij in 1991 tegenover de politie op een foto de klant had herkend. Op de foto stond echter niet Al-Megrahi, maar Mohamed Abu Talb, een Palestijnse terrorist die al eerder in verband is gebracht met de aanslag.

Talb figureert niet in het Libië-scenario van de aanklagers, maar in het alternatieve scenario, dat al jaren wordt geopperd door Lockerbie-watchers en dat waarschijnlijk ook door de verdediging zal worden aangevoerd. Volgens deze theorie werd de aanslag op instigatie van Iran en met Syrische tussenkomst gepleegd door de Palestijnse terreurgroep Volksfront voor de Bevrijding van Palestina - algemeen commando.

In oktober 1988 arresteerde de Duitse politie in Frankfurt een groep van zeventien leden van deze PFLP-GC, in het bezit van enkele Toshiba-recorders met semtexbommen. In de woning van Talb, de bommenmaker van de groep, vond de Zweedse politie naderhand een kalender waarop de datum 21 december 1988 was omcirkeld, de dag dat in Frankfurt een in een Toshiba-recorder verborgen semtexbom opsteeg, met bestemming Londen en New York.

Het lijdt geen twijfel dat Gauci's onzekerheid schade kan toebrengen aan de zaak van de Kroon, schrijven de Schotse rechtsgeleerde prof. Robert Black en de journalist Ian Ferguson op hun Lockerbie-site op internet. 'Wie de negentien verschillende verklaringen van Gauci doorleest, wordt getroffen door het aantal variaties op het thema.'

Black (hij adviseert ook de groep familieleden van Britse slachtoffers) had tot begin vorige week nog 'absoluut niets' gehoord dat de twee verdachten in verband kon brengen met het misdrijf. 'Het verbaast me', zei hij, 'dat er zo weinig is gezegd dat juridisch relevant is.' Erg veel tijd is tot nu besteed aan technische kwesties, die in bijvoorbeeld het Nederlandse rechtssysteem buiten de rechtszaal zouden zijn afgehandeld.

Blacks website bevat een lijstje van zaken die (met veel voorbehoud, want de verdediging roept pas getuigen op als de aanklagers klaar zijn) tot nu lijken te zijn vastgesteld. Dat de bom in een Toshiba in een Samsonite-koffer zat, samen met kleding zoals die uit Gauci's winkel. Dat het tijdsmechanisme afkomstig was van de Zwitserse firma MeBo. Dat Mebo dergelijk materiaal aan Libië verkocht, maar ook aan de Oost-Duitse Stasi (suikeroom van de PFLP-GC).

Al-Megrahi werd op 19 juni voor het eerst genoemd door Edwin Bollier, firmant van MeBo. Bollier kende Megrahi als een van de Libische militairen met wie hij als leverancier van allerlei apparatuur te maken had. Ook huurde Megrahi enige tijd kantoorruimte bij MeBo voor een schimmig Libisch bedrijf.

Maar de getuigenis van Bollier was geen onverdeeld succes voor de Kroon, menen Schotse juristen. Hij had in de media en tegenover de politie inmiddels zoveel tegenstrijdige verklaringen afgelegd, dat zijn aandeel net zo goed à décharge zou kunnen werken. De aanklagers kozen voor een strategie waarvan de wijsheid ook na afloop door sommige juristen werd betwijfeld: de Zwitser werd neergezet als zijnde onbetrouwbaar. De verdediging deed daar een flinke schep bovenop. De vraag is nu of het bruikbare element in Bolliers verhaal - 'ik verkocht tijdsmechanismen aan Libië' - overeind is gebleven.

Aan de vooravond van het Lockerbie-proces zei prof. Black in een gesprek met de Volkskrant: 'De aanklagers hebben gezien hoe het bewijsmateriaal verschrompelt. Het verdampt voor hun ogen.'

Het proces heeft tot nu geen verrassingen gebracht die Blacks ongelijk bewijzen. De verhalen van Gauci en Bollier waren al wijd en zijd bekend. De mogelijk belangrijkste getuige, de naar de VS overgelopen Libische geheim agent Giaka, moet nog verschijnen. Hij zou de twee verdachten bezig hebben gezien met semtexbommen.

Ook hebben de aanklagers nog geen bewijzen geleverd voor de stelling dat de bomkoffer reeds in Malta aan boord van een (Maltees) vliegtuig ging. De verdediging zal ongetwijfeld aanvoeren dat de bom pas in Frankfurt werd ingescheept.

Pas bij het Malta-hoofdstuk zal medeverdachte Al-Amin Khalifa Fhimah voor het eerst worden genoemd. Hij werkte er voor de Libische luchtvaartmaatschappij op het vliegveld Luqa, maar was tevens in dienst bij de Libische geheime dienst. Fhimah is een kleinere vis dan Megrahi.

Vorige week moesten de aanklagers schorsing vragen omdat een aantal getuigen uit Malta weigerde op te dagen. Opnieuw blijkt het proces 'een logistieke nachtmerrie' voor de Kroon, schrijven Black en Ferguson. Zij citeren bronnen in het kantoor van de Kroon, die spreken van 'een complete puinzooi'.

Meer over