PostuumLITTLE RICHARD (1932-2020)

Little Richards zinnetje ‘a-wop-bop-a-loo-bop-a-lop-bam-boom!’ galmt nog altijd door in de popgeschiedenis

Rock ‘n roll-legende Little Richard (1932-2020) is zaterdag aan botkanker overleden. Zijn muziek klonk niet alleen baanbrekend, zijn voordracht veroorzaakte eveneens een revolutie.

Little Richard (1932-2020) tijdens een optreden in Beverly Hills, 2001.Beeld AP

De zaterdag aan botkanker overleden Little Richard (87) was niet de eerste rock ’n roll-ster die de wereld voortbracht. Elvis Presley, Fats Domino en Chuck Berry maakten al plaatjes voordat de in 1932 in Macon, Georgia als Richard Wayne Penniman geboren Little Richard met Tutti Frutti zijn eerste hit had.

Maar je kunt gerust stellen dat zijn uitgeschreeuwde A-wop-bop-a-loo-bop-a-lop-bam-boom! aan het begin van Tutti Frutti de oerkreet van de popmuziek was zoals die tot vandaag de dag beleefd wordt.

Dit was de schreeuw van de bevrijding, het begin van popmuziek als jongerencultuur. Alles zit in dat liedje van nog geen tweeënhalve minuut dat Little Richard in september 1955 in New Orleans opnam. De aantrekkingskracht van het mysterie, het gevaar, de emotie, het nieuwe. Alles wat popmuziek altijd nog zo boeiend maakt begon met deze regels. Niet gezongen maar uitgeschreeuwd, zoals niemand dat ooit gehoord had. Het bonken op de piano zo hard als niemand daarvoor nog op een piano gebonkt had.

A-wop-bop-a-loo-bop-a-lop-bam-boom

Tutti Frutti aw rooty

Nonsenspoëzie van de hoogste orde, gebracht door iemand die niet van deze wereld leek. Zijn muziek klonk niet alleen baanbrekend, zijn voordracht veroorzaakte eveneens een revolutie.

Een zwarte twintiger, flamboyant gekleed, met een decimeters hoge kuif, valse wimpers, mascara en andere make-up. Witte teenagers omarmden zijn muziek onmiddellijk maar voor hun ouders betekende Little Richard die Tutti Frutti wist op te volgen met net zulke opwindende hits als Long Tall Sally, Rip It Up en Lucille, een groter gevaar dan Elvis Presley.

Little Richard speelde op het podium al met alle ideeën die heersten binnen de muziekindustrie over ras en seksualiteit voordat het woord gender leek te bestaan.

Hoewel zijn homoseksualiteit zijn vader er toe bracht Richard op veertienjarige leeftijd uit huis te zetten heeft de rock ‘n roll-pionier zich nooit openlijk gay genoemd, Hij sprak liever over ‘omniseksueel’ en zou in zijn biografie homoseksualiteit zelfs een besmettelijke ziekte noemen.

Maar het idee van de androgyne popster, in de jaren zeventig zo meesterlijk uitgebouwd en geëxploiteerd door David Bowie en later door Prince, komt van Little Richard, die het op zijn beurt overnam van de altijd wat onbekend gebleven jaren vijftig cult-held Esquerita. .

Hij veranderde niet alleen het geluid maar ook het beeld van de popster. Maar eerst was er dus die oerknal, met een sound tot gevolg die bepalend was voor zwarte muzikanten als James Brown en Otis Redding maar niet zoals aanvankelijk de meeste rock ’n roll bleef hangen in de Verenigde Staten.

Een piepjonge Paul McCartney leerde zingen met de plaatjes van Little Richard wiens Long Tall Sally het eerste was wat hij in het openbaar zong. Mick Jagger liet meteen na het overlijdensbericht weten dat Little Richard voor hem als tiener de grootste invloed was.

Zonder Little Richard geen Beatles en geen Stones. Geen Prince, geen David Bowie. Ze hadden wellicht bestaan, maar niet zoals we ze nu kennen.

De carrière van de architect van de rock ’n roll zou altijd aan die ene reeks jaren vijftig hits verbonden blijven. Al na een paar jaar, in 1957 op tournee in Australië keerde hij popmuziek voor het eerst de rug toe. Hij stortte zich op bijbelstudies en sloeg aan het preken.

Zo zou hij in de decennia die volgden diverse keren de switch van het wereldse naar het religieuze maken. Hij bleef een ongenaakbaar performer, maar zijn muzikale verhaal was in de jaren zestig wel klaar.

Toch hoor je op een plaat als The Rill Thing (1970) nog wel iets van dat ontembare heilige vuur dat zijn beste werk uit de jaren vijftig kenmerkte.

Maar de jaren zeventig markeerden voor Little Richard vooral een periode van zware cocaïne-verslaving die hem zoals opgebiecht in de geautoriseerde biografie van Charles White (1984) duizend dollar per dag kostte.

Dit The Life And Times Of Little Richard – The Quasar of Rock bracht de toen al over de vijftig zijnde Little Richard opnieuw onder de aandacht en leest nog altijd als een van de betere rockbiografieën.

Little Richard was inmiddels een graag geziene talkshow-gast, kreeg filmrolletjes en tourde met een zekere regelmaat weer de wereld over. Ook in Nederland was hij te zien, zoals in 1996 op North Sea Jazz. Echt goed was het niet meer. Maar hij hoefde maar even zijn schreeuw op te zetten of zijn typerende hamerslag op de piano te doen en je had toch het idee voor even dicht bij de schepper zelf te staan. Dat ene zinnetje, a-wop-bop-a-loo-bop-a-lop-bam-boom! het galmt nog altijd door in de popgeschiedenis.

Meer over