LITERATUUR

In 1997 verschijnen in Nederland om en nabij de tweehonderd literaire boeken. Het merendeel is al vóór de zomervakantie uitgekomen....

WILLEM KUIPERS

Uitgevers bekreunen zich niet om zulke, voor lezers kwellende vragen. Voor de herfst en de winter worden zoveel nieuwe boeken aangekondigd dat horen en zien je nu al dreigt te vergaan. Noodgedwongen richt de overgeprikkelde nieuwsgierigheid zich op een handvol boeken, die we de komende maanden mogen verwachten.

Chaos en rumoer van Joost Zwagerman - om daarmee te beginnen - is inmiddels uit. Welke Nederlandse romans - want vertalingen zijn er weer in overvloed - zouden ons Joost en z'n boek de komende maanden kunnen doen vergeten? Sneeuw van Hem, een 'grote roman' van Koos van Zomeren? Nee, want die is er pas in januari en we beperken ons - om het overzicht enigszins te behouden - tot het lopende jaar. Broholm van Dirkje Kuik dan? Deze historische roman over het napoleontische Frankrijk verschijnt in november en lijkt me een boek om naar uit te zien. Net als Rozen op ijs van Monika van Paemel; Een dag in december van Hermine de Graaf en Orville van Dirk van Weelden, wiens Oase wordt herdrukt.

Ook Manon Uphof mag na de lof die ze voor Begeerte kreeg toegezwaaid, op de nodige belangstelling rekenen als in september haar boek Gemis - niet bij Balans, maar bij de jonge uitgeverij Podium van Joost Nijsen - uitkomt. Mariët Meester, opgegroeid in de Drentse justitiekolonie Veenhuizen, schrijfster van De stilte voor het vuur en Bokkezang, vertelt in De eerste zonde over een meisje en haar avonturen in Veenhuizen. Hafid Bouazza, die met zijn debuut De voeten van Abdullah zo verrassend in de openbaarheid trad, zet zijn prille schrijversloopbaan voort met Paravion, een verhaal over de herinneringen van een vader 'tussen Marokko en Amsterdam, tussen echtgenote en bedgenote'.

Lisette Lewin gaat met Herfstreis naar Dantzig (over haar vader Kurt Lewin, die van 1918-1924 in Dantzig woonde) verder met haar autobiografische exploraties. Van Louis Ferron is er Tinpest; Henk Hofland publiceert Bureau Cicero; Tomas Lieske schreef De achterste kamer; verhalen van Hugo Claus worden gebundeld in Ongenade en Jessica Durlacher debuteert in november met de roman Het geweten, terwijl dan al, in september, De hemel van Hollywood van haar echtgenoot Leon de Winter is verschenen. Durlacher is niet de enige debutant, dit najaar. Opvallend is de wijze waarop een andere nieuweling, Hans Hansma Marinus, wordt gepresenteerd: zijn Amfitheater omvat niet alleen een roman, Een druppelvormig plein, maar ook een deel 'Amsterdamse zendbrieven', getiteld Gezelletijd.

Uiteraard is er ook weer flink uit de voorraad buitenlandse literatuur geput. In Hoe Proust je leven kan veranderen geeft Alain de Botton een spirituele hoeveelheid praktische levenslessen die hij aan Op zoek naar de verloren tijd overhield. Van David Leavitt komt De bladomslaander (The Pageturner); van Column McCann Het verre licht (This Side of Brightness); van Ian McEwan Ziek van liefde (Enduring Love). Een vertaald boek om naar uit te zien is verder Achter de deur van Giorgio Bassani (1916), de schrijver van De tuin van de Finzi-Contini's. Ook Michel Tournier zal, gezien zijn oeuvre, met Eleazar of De bron van de struik op belangstellende lezers mogen rekenen. Bijzonder is Het handboek van de inquisiteurs, een roman van de Portugese Nobelprijskandidaat António Lobo Antunes.

In de Martin-Rosbibliotheek verschijnt van Restif de la Bretonne Anti-Justine of De wellust der liefde. Van de jonge Franse schrijfster Marie NDiaye is Heksenschool (het met de Prix Fémina bekroonde La sorcière) te verwachten; en van E. Annie Proulx een bundel verhalen: Klaaglied. Verheugend is dat door De Bezige Bij begonnen wordt met de heruitgave van het werk van Jorge Luis Borges: De aleph en andere verhalen, Verzameld Werk, deel 1. Ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Günter Grass (16 oktober) wordt zijn trilogie over Dantzig (De blikken trommel; Hondejaren; Kat en muis) opnieuw uitgegeven. Met enige feestelijkheid, een avond van de SLAA in Amsterdam, wordt de publicatie van Oscar Wilde's Brieven omgeven. Van Philip Roth komt z'n laatste in vertaling uit: Amerikaanse pastorale. En Johnnie Coetzee schrijft over zijn Zuid-Afrikaanse jeugd in Jongensjaren.

En ook verder is er meer dan genoeg leesstof voor de nakende herfstavonden: een bundel opstellen, onder redactie van Annelies Schulte Nordholt, Laurens ten Kate en Frank de Veire, over het bijzondere oeuvre van een bijzondere Franse auteur: Literatuur, ethiek en politiek bij Maurice Blanchot. Het boek van de Waal Jacques Taminiaux over Martin Heidegger en Hannah Ahrendt uit 1992 verschijnt onder de titel: Het Thracische meisje en de professionele denker. En Carel Peeters herschreef zijn tien recensies over Het hof van barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras van A.F.Th. van der Heijden tot één essay: Pakhuis De Tandeloze Tijd, terwijl Jan Brands in A.F.Th. van der Heijden, gemankeerd leven omgesmeed tot heldendicht nader ingaat op leven en werk van Van der Heijden.

Harry Bekkering, Daan Cartens en Aad Meinderts maakten het Schrijversprentenboek van Cees Nooteboom. Thom Hoffman schreef 23 brieven aan Frits van Egters en ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag wordt Harry Mulisch in het zonnetje gezet met Mulisch' Universum, een cassette met zijn negen romans (intekenprijs ¿ 295,-).

De zangeres Judith Mok debuteert als dichteres met Het feestmaal, en de status van Huub Beurskens als bekroond dichter wordt rechtgedaan met een verzamelbundel: Bange natuur - en alle andere gedichten tot 1998. Jacques Hamelink komt met Zeegezang, inclusief Gesternten van Frederik de Zeeman; Leo Vroman met De roomborst van Klaas Vaak en Leonard Nolens maakte een keuze uit zijn eigen werk: De liefdesgedichten.

Willem Kuipers

Meer over