Literaire gids voor 'den weetgierige'

'Een mild vloeiende bron', zo omschreef in 1898 de toenmalige conservator, Dr. Elisa van der Ven, het Haarlemse Teylers Museum....

Van onze medewerker

Peter Swanborn

AMSTERDAM

Inmiddels hebben de instrumenten in het 'Fysisch Kabinet' het grootste deel van hun wetenschappelijke betekenis verloren. Hun cultuur-historische waarde is echter gestegen en de redactie van het tijdschrift De Gids (sinds 1837) besloot om deze reden honderd jaar na het verschijnen van Van der Vens gids een literaire rondleiding door het Teylers Museum (sinds 1784) te verzorgen.

Een vijftigtal schrijvers, dichters en wetenschappers werd benaderd. Uit de enorme rijkdom van het Fysisch Kabinet, het Paleontologisch-Mineralogisch Kabinet en de grote collectie tekeningen, grafiek en schilderijen mochten zij één object kiezen als onderwerp voor een gedicht, een kort verhaal of een klein essay. Het resultaat is voor de gelegenheid omgedoopt tot De Teylers Museum Gids.

Deze fraai geïllusteerde, literaire collectie doet qua variatie niet onder voor de collecties van het museum zelf. Zo werd de overeenkomst tussen een mastodont en een cycloop onderzocht door medicus Bob Baljet, terwijl Anton Korteweg, directeur van het Letterkundig Museum, gefascineerd raakte door 'dat rare extra handje' van de vrouw in 'Het ledikant' van Rembrandt. Wiel Kusters en Anneke Brassinga schreven respectievelijk een fraaie column en een minstens zo mooi gedicht over 'Königs klankanalysator'en chemicus Fred Dijs trof in de bibliotheek van Teylers het bewijs aan dat de zeventiende-eeuwse burgemeester van Amsterdam, Nicolaas Witsen, in Siberië zich met roesverwekkende paddestoelen had beziggehouden.

Meer nog dan de zalen met beeldende kunst blijkt het Fysisch Kabinet met zijn 'houten vloer zo krom als een scheepsdek' tot de verbeelding te spreken. Niet alleen beantwoorden de glazen stolpen en metalen buizen aan de romantiek van het natuurkundelokaal, ook doen zij met de nodige weemoed terugdenken aan de tijd dat wetenschap nog handwerk was. Geen chip of computer was nodig om de 'dubbele zuil van Volta' of de 'slinger van Foucault' te ontwerpen.

Het is dan ook interessant om te lezen hoe Hubert-Jan Henket, de architect die verantwoordelijk is voor de in 1996 voltooide nieuwbouw, zijn ideeën over materialen en detaillering liet inspireren door de tweehonderd jaar oude luchtpomp van de eerste directeur van het museum, Martinus van Marum: 'Hier zijn functie, vorm en beleving versmolten tot een begrijpelijk, gebruiksvriendelijk en mooi totaal, iets wat ik bij voorbeeld van mijn cd-speler of mijn video-apparaat niet helemaal kan zeggen.'

De inrichting van het Fysisch Kabinet met zijn beroemde Ovale Zaal vol demonstratiemodellen voor geluidsonderzoek, optica en elektriciteit is nooit veranderd. Wel zijn er tot vijf maal toe zalen aangebouwd en juist de veelgeprezen verbouwing onder leiding van Henket bracht volgens Nelleke Noordervliet één pijnlijk verlies met zich mee. Wat verdween was de kleine ruimte naast de Ovale Zaal, het zogenaamde 'Italianenzaaltje'. Hier hingen op ooghoogte 'dikke damasten gordijntjes. Mochten ze open? Was erachter iets te zien? Hing er achttiende-eeuwse porno? Was dit een wetenschappelijke peepshow?'

Dit prachtige dubbelnummer van De Gids laat zien dat de 'milde' bron van kennis die Teylers ooit was, voor de hedendaagse literatuur een onuitputtelijke bron van inspiratie kan zijn. De munten, de pigmenten uit het 'Hafkenscheidkastje', de zingende vlam en de drie vrouwenkopjes uit het atelier van Rafaël, de schatten van het Teylers Museum zijn te groot om van deze Gids een allesomvattende catalogus te maken. Ook Dr. Elisa van der Ven moest al tot zijn spijt opmerken: 'Veel van wat voor handen is moet dan ook met stilzwijgen worden voorbijgegaan.'

De Gids, Uitgeverij Meulenhoff, nummer 11/12, november/december 1998, * 34,90. Teylers Museum, Haarlem.

Meer over