LIST RIJMT OP PIST

WAT moeten we toch met Gerrit Komrij aan, zullen ze zich de laatste jaren geregeld hebben afgevraagd bij de Arbeiderspers....

Omdat, na het jammerlijk mislukte Dubbelster, de carrière van Komrij als romancier bovendien in de knop gebroken lijkt, heeft de Arbeiderspers maar haar toevlucht genomen tot een bekende noodgreep bij artiesten op hun retour: het uitbrengen van verzamelingen greatest hits.

Een paar jaar geleden al werd een deel uit de reeks Privé-domein - normaliter bestemd voor boeiende memoires - gevuld met opmerkingen waarmee Komrij interviewers had verblijd. En nu ligt Lood en hagel in de winkel, een keuze uit zijn schimpscheuten en handtastelijkheden .

De messcherpe karikaturen zijn, zo leert de achterflaptekst, ad hominem bij elkaar gezet. Komrij heeft namelijk geleerd dat je vooral de lachers op je hand krijgt met persoonlijke aanvallen. Als zijn tegenstanders kiest hij, dat spreekt vanzelf, niet de minsten uit. Conny Vandenbos, Peter van Bueren, Ted de Braak, Hans van Willigenburg: de ene na de andere vooraanstaande cultuurdrager wordt onder vuur genomen.

Over de vraag of sommige schimpscheuten misschien wat gedateerd overkomen, hoeft de auteur zich gelukkig niet het hoofd te breken. Heeft niet elk scheldwoord dat uit Komrij's pen vloeit, eeuwigheidswaarde? Daarom kan alles van zijn hand (opnieuw) worden afgedrukt: een bespreking van het debuut van Adriaan Venema van 30 jaar geleden, een pleidooi voor stokslagen voor Ad den Besten (wie?), een seksistisch citaat uit een oud interview of een afrekening met de reeds lang vergeten Karel Roskam.

In zijn tirades legt Komrij een voorliefde voor woordspelingen en naamsverbasteringen aan de dag. Siebelink wordt in zijn stukjes Siebeltje, Heumakers Hooimakers en Kappeyne van de Coppello - daar is vast lang over nagedacht - Koppijn van de Kapel.

Ook wat kinderlijk - en wellicht voortvloeiend uit persoonlijke frustraties - is de fascinatie met het uiterlijk. Zo wordt uitvoerig aandacht besteed aan de onderkinnen op het voorhoofd van Chriet Titulaer en de bij de duurste hondenkapper van de stad getrimde baard van Max van den Berg. De recensie van Marijke Höwelers Van geluk gesproken bestaat grotendeels uit een bespreking van het voorkomen van de schrijfster.

Ook ik behoor tot het beestenspul dat de jager Komrij naar eigen zeggen met papieren kogels probeert neer te leggen. De deskundigheidsdeskundige (?) Van der List zou, inmiddels alweer zo'n tien jaar geleden trouwens, een list (let op de subtiele verwijzing naar de achternaam!) hebben verzonnen om het gymnasium op te doeken.

Slachtoffer van Gerrits handtastelijkheden word ik eveneens omdat ik, inmiddels alweer zo'n vijf jaar geleden trouwens, in een column heb gewezen op zijn dédain voor de televisie. Komrij besefte vermoedelijk dat zijn aanvankelijke reactie op het gewraakte stukje nogal slapjes was en heeft daarom, zonder dat erbij te vermelden, zijn repliek grotendeels herschreven.

Voor de gelegenheid heeft hij zelfs een heel gedicht geschreven, dat begint met de fraaie regels Gerry van der List/ heeft weer op mij gepist. Het was vleiend om te merken dat ik Komrij tot nieuwe poëtische activiteiten heb weten te inspireren. Hier spreekt voorwaar een echte Dichter.

Wat wel opvalt, is het volstrekt ontbreken van argumenten bij de koppensnellende Komrij. Geen enkele poging wordt ondernomen om uit te leggen welke waarde het leren van klassieke talen nu precies heeft, of wat er mankeerde aan het voorstel van de dekselse pijproker André van der Louw om werklozen sociale taken te laten uitvoeren. Grappen en grollen genoeg, maar interessante ideeën, ho maar.

Een tijdje geleden stond in de Volkskrant een klaagzang over het ontbreken van pakkende polemieken. Vol nostalgie refereerde de auteur aan de goede oude tijd toen een geweldenaar als Komrij excelleerde in de pennenstrijd. Daar zouden die babbelaars van tegenwoordig nog eens een voorbeeld aan kunnen nemen.

Na lezing van Lood en hagel blijft weinig van die nostalgie over. Wellicht is het leuk om Maartje van Weegen omschreven te zien als sprekende bisonkit. Maar een waardevolle polemiek gaat ergens over. Een polemiek impliceert een prikkelende botsing van uiteenlopende visies op een belangrijk vraagstuk.

Komrij echter heeft, of nauwkeuriger: had, meer belangstelling voor de man dan voor de bal. Hij dacht dat je iemand onschadelijk kon maken door diens uiterlijk belachelijk te maken, door diens naam te verhaspelen, door te schelden. Maar dat heeft allemaal niets te maken met een boeiende polemiek. Dat is slechts een papieren vorm van zinloos geweld.

Meer over