Linkse intelectuelen sceptisch over Blair; LABOUR MOET BRITTEN TERUGBRENGEN NAAR DE POLITIEK

NU IN Groot-Brittannië binnen afzienbare tijd een eind lijkt te komen aan zeventien jaar van Conservatief bestuur - de polls wijzen in elk geval nog steeds in die richting - zou er zo langzamerhand iets van verwachtingsvolle spanning in de lucht moeten hangen; het prikkelende gevoel in de onderbuik dat...

Tony Blair, leider van Labour en straks mogelijk de opvolger van John Major, doet in elke speech zijn uiterste best dat gevoel op te wekken: aan de horizon verschijnen al de witte ridders van New Labour, die het vermoeide land tot een jeugdig, Nieuw Groot-Brittannië zullen omvormen. Blair wil een nieuw elan, doet zijn best optimisme uit te stralen en schetst een stakeholder-samenleving: een maatschappij waaraan de burger meer en actiever participeert en waarin zijn rechten en plichten duidelijk zijn omschreven. Zo'n samenleving zou toch in elk geval de centrum-linkse intellectuelen en wie daarvoor graag doorgaat, moeten aanspreken.

Maar het is alsof de linkse denkers Blair niet serieus nemen. In elk geval krijgt hij van hen tot dusver weinig bijval. In het politieke weekblad New Statesman werd de Labour-leider enige tijd geleden op de cover afgebeeld met een opengezaagde, en geheel lege schedel. 'Where are the brains behind Tony Blair?', luidde de kop. Waarmee werd gesuggereerd dat Blair zelf amper over brains beschikt en tevens dat hem in het hogere denkwerk ook weinig assistentie wordt geboden.

Nu zijn linkse intellectuelen in Groot-Brittannië vaak even arrogant en zelfingenomen als elders, en die van de New Statesman vormen daarop geen uitzondering. Blair portretteren als een leeghoofd is sterk overdreven. Maar aangezien de Labour-leider ook zelf regelmatig laat weten dat zijn hervormingsproject staat of valt met ideeën en steun uit intellectuele hoek, was de vraag in het blad niet helemaal misplaatst.

Blair vindt dat een komende Labour-regering moet kunnen rekenen op het enthousiasme dat bijvoorbeeld Harold Wilson ten deel viel, toen die in 1964 aan de macht kwam na dertien jaar Conservatief bewind. Ook verwijst hij graag naar het Frankrijk van 1981, toen Mitterrand het roer overnam van Giscard d'Estaing en in links-intellectuele kring sprake was van grote verwachtingen en vreugdevolle opwinding.

Eindelijk! Nu gaat het gebeuren! Verandering! Een nieuwe lente en een nieuw geluid!

Maar het is nu eenmaal geen 1981 meer en al helemaal geen 1964, moet ook Blair constateren. De linkse hemelbestormer is een uitgestorven ras. Dat zijn 'project' koeltjes wordt ontvangen, mag de Labour-leider ook eigenlijk niet verbazen. Blair is immers zelf zo ongeveer de verpersoonlijking van wat er van 'links' en zijn idealen is geworden. Blair is meer pragmatisch dan idealistisch, wenst vooral niet verder te springen dan de polsstok lang is, en heeft geen zin in zijn verkiezingsprogramma een links paradijs te schetsen.

In de jaren tachtig had in het intellectuele leven in Groot-Brittannië een depolitisering plaats. Daarin is nog geen kentering zichtbaar. Politiek, zo luidt de breed gedeelde opvatting in links-intellectuele kring, is verworden tot een marginale bezigheid. Van enig optimisme over de mogelijkheid wezenlijke veranderingen te realiseren is geen sprake meer. De sfeer is sceptisch, zo niet cynisch.

'Blairs probleem is simpel', schreef Paul Anderson in de New Statesman, 'als er al zoiets als een consensus bestaat onder centrum-linkse intellectuelen in Groot-Brittannië, dan is het dat een Labour-regering een welkome wisseling van personen zou betekenen, maar dat - bepaalde constitutionele hervormingen daargelaten - zo'n regering weinig zou kunnen doen dat radicaal verschilt van de Tories onder John Major en Kenneth Clarke.' Dus waar zou je je, als intellectueel, dan helemaal druk over maken?

Tegen die stemming verzet Blair zich. In februari nodigde hij in Londen tachtig intellectuelen en zakenmensen uit om een dialoog met zijn partij op gang te brengen. Hij deed in de daaropvolgende maanden zijn uiterste best om middels zijn concept van de stakeholder-samenleving een intellectuele discussie over het toekomstige Groot-Brittannië onder Labour op gang te brengen.

Nog met weinig succes, maar het stakeholder-idee op zich bewijst al dat niet alle linkse intellectuelen in apathie zijn vervallen, en dat er dus hoop is voor Blair. In de stakeholder-filosofie zijn ideeën te herkennen uit het boek The State We 're In van Will Hutton, tegenwoordig hoofdredacteur van The Observer. Tevens bevat die filosofie denkbeelden van de briljante links-liberale hoogleraar politicologie David Marquand (The Progressive Dilemma) en van de jonge Andrew Marr, hoofdredacteur van The Independent en schrijver van het boek Ruling Britannia.

En inmiddels zal Blair alweer een ander boek op zijn nachtkastje hebben liggen. Twintig denkers bogen zich over verschillende politieke thema's en dat leidde tot What Needs to Change - New Visions for Britain. Het lijkt niet waarschijnlijk dat de partijleider door het boek uitermate geïnspireerd is geraakt, al is hij zo vriendelijk geweest een voorwoord te schrijven waarin hij de bundel 'een belangrijke bijdrage aan het proces van het uitzetten van een nieuwe koers voor Groot-Brittannië' noemt.

Zeker, het is noodzakelijk dat onderwijs en opleiding in Groot-Brittannië worden aangepast en afgestemd op de sociale, economische en technologische veranderingen die zich aandienen. Natuurlijk, er moet gedecentraliseerd worden -onder Thatcher en Major groeide Groot-Brittannië uit tot het meest gecentraliseerde land van West-Europa.

Vanzelfsprekend, er moet worden samengewerkt met de Europese partners en uiteraard moet er worden gestreefd naar een nieuwe politiek, gefundeerd op waarden, openheid en vertrouwen. Verder kan aan de sociale cohesie na zeventien jaar van rampzalig Conservatief beleid op dat gebied ook veel verbeterd worden, en moet er voorzichtig worden omgesprongen met het milieu.

Zijn de schaarse centrum-linkse intellectuelen die nog wel in politiek zijn geïnteresseerd, echt zo goddeloos saai geworden? Waarschijnlijk is het ook vanwege dit soort vage filosofietjes en opinietjes dat veel mensen - en niet alleen intellectuelen - het hoofd vermoeid van de politiek hebben afgekeerd.

De meest interessante bijdragen zijn die van David Marquand en Geoff Mulgan. Mulgan is hoofd van Demos, een denktank die in Groot-Brittannië het communitarisme van de Amerikaan Amitai Etzioni introduceerde. Kern van die filosofie is dat de burger zich kan beroepen op rechten, maar dat daar onvermijdelijk ook verantwoordelijkheden tegenover staan. Niet helemaal toevallig hamert Blair daar in zijn uitleg van de stakeholder-samenleving ook voortdurend op; de aanstaande premier heeft zichzelf al als een communitarist omschreven.

Mulgans bijdrage handelt over het centrale probleem dat de grote meerderheid van de Britse burgers zich niet meer bij het democratisch proces betrokken voelt.

Labour, meent Mulgan, zal een democratische reformatie moeten doorvoeren, wil de politiek in Groot-Brittannië niet definitief afglijden naar het niveau in de VS, waar de helft van de bevolking zich volledig van de politiek heeft afgekeerd. 'Een politiek systeem dat mensen niet inspireert om er tijd in te investeren, zal waarschijnlijk de capaciteit verliezen op de langere termijn te denken en moeilijke beslissingen te nemen', schrijft hij.

Punt één op het prioriteitenlijstje van Blair, zou je dus denken.

Bert Wagendorp

Giles Radice (editor): What Needs to Change - New Visions for Britain.

HarperCollins, import Nilsson & Lamm; ¿ 47,20.

ISBN 0 00 255693 6.

Meer over