nieuws

Links in Portugal houdt bittere smaak over aan verkiezingswinst, na verlies van Lissabon

Links blijft verkiezingszeges aaneenrijgen in Portugal. Zondag won de Socialistische Partij (PS) van premier António Costa met ruime cijfers de lokale verkiezingen, maar de partij verloor wel de parel in haar kroon: Lissabon, al sinds 2007 links, is veroverd door het rechtse blok.

 Carlos Moedas viert zijn zege, de conservatief wordt de nieuwe burgemeester van Lissabon.  Beeld EPA
Carlos Moedas viert zijn zege, de conservatief wordt de nieuwe burgemeester van Lissabon.Beeld EPA

Geen opiniepeiler gaf vooraf een stuiver voor de kansen van Carlos Moedas (51), die tussen 2014 en 2019 in Brussel werkte als Portugees Eurocommissaris. Toch ging het burgemeesterschap van de hoofdstad met 36 procent van de stemmen naar hem, een technocraat die kandidaat stond namens een coalitie van rechtse partijen, waaronder de centrumrechtse PSD. Fernando Medina, de zittende PS-burgemeester van Lissabon, ging af met nog geen 32 procent van de stemmen.

Medina was de eerste om die uitslag neer te zetten als een ‘persoonlijke nederlaag’. Er viel hem inderdaad het nodige te verwijten. In juni eisten tegenstanders zijn aftreden nadat het PS-bestuur de persoonsgegevens van drie Russische anti-Poetindemonstranten had doorgespeeld aan de Russische ambassade. Medina noemde dat een bureaucratische uitglijder, maar later bleek dat Lissabon dergelijke gegevens al jaren verstrekte aan onderdrukkende regimes in onder meer China, Venezuela en Angola.

Fernando Medina, de zittende PS-burgemeester van Lissabon, ging af met nog geen 32 procent van de stemmen, ‘een persoonlijke nederlaag’. Beeld EPA
Fernando Medina, de zittende PS-burgemeester van Lissabon, ging af met nog geen 32 procent van de stemmen, ‘een persoonlijke nederlaag’.Beeld EPA

Toch is het verlies in Lissabon wel degelijk een gevoelige tik, zowel voor de PS als voor premier António Costa persoonlijk. Costa heeft veel aan de hoofdstad te danken: hier maakte hij politieke naam als burgemeester, tussen 2007 en 2015, een positie die voor hem de opstap bleek naar het premierschap.

Sinds Costa de Portugese regering leidt, heeft zijn PS alle parlements-, Europese en lokale verkiezingen gewonnen. Alleen de presidentiële verkiezingen gingen naar een rechtse kandidaat, maar daaraan deed de partij niet mee. Zondag won de PS ook weer, met 34 procent van de stemmen – ietsje minder dan in 2017, toen de partij de concurrentie het nakijken gaf met 38 procent. Behalve Lissabon verloren de sociaal-democraten echter ook de belangrijke stad Coimbra aan een rechtse coalitie, die wordt geleid door de conservatief-liberale PSD, de voornaamste uitdager van Costa’s PS.

Lage opkomst

De opkomst lag traditiegetrouw laag, met 54 procent van de Portugezen die de moeite namen een stem uit te brengen. Een van de partijen die er niet in slaagde stemmers te mobiliseren was de Portugese Communistische Partij (PCP). Deze kampt met een verouderend electoraat en probeerde juist het tij te keren na eerdere tegenvallende uitslagen. Met iets meer dan 8 procent van de stemmen behaalden de communisten hun slechtste resultaat sinds 1976, het jaar dat Portugal de democratie herinvoerde.

Het radicaal-rechtse Chega (‘basta’) deed voor het eerst mee aan lokale verkiezingen en boekte bescheiden succes, met landelijk 4 procent van de stemmen. Partijleider André Ventura, die zich profileert als man van law and order, behaalde zelf 25 procent van de stemmen in Moura, een provinciestadje met een aanzienlijke Roma-bevolking. Ventura richt zijn pijlen vaak op de Roma, die kampen met grote sociale problemen, en dat sloeg aan in Moura. De grootste werd Chega nergens.

Meer over