Links Frankrijk heeft zijn eigen populist

Laat ze allemaal opzouten. Dat is - vrij vertaald - de titel van het boek waarmee Jean-Luc Mélenchon de presidentsverkiezingen van 2012 denkt te gaan winnen. In het Frans heet het Qu'ils s'en aillent tous. Die titel is de leider van de Parti de Gauche, uiterst links in het politieke krachtenveld, op veel kritiek komen te staan.


De hele zittende politiek de deur wijzen, dat gaf geen pas. Een linkse populist zou hij zijn. Mélenchon raakte eerst zo in de war van die typering dat hij er mee instemde. Een populist, iemand die naar de stem van het volk luistert? Ach, waarom ook niet.


Zijn boek rukte op naar de bestsellerlijsten. En Mélenchon mocht afgelopen week aanschuiven bij een gewichtig forum. Kan Europa de opkomst van het populisme overwinnen? Daarover zou in Parijs worden gedebatteerd. Dat populisme komt overigens, zowel in Frankrijk als elders in Europa, voorlopig vooral van rechts. Maar kennelijk vond de krant Le Monde, die het debat organiseerde, het niet kies ook Marine le Pen van het Front National uit te nodigen.


Wel werd er over haar gesproken. Ze is gevaarlijker, want verleidelijker, dan haar vader, oordeelde Caroline Fourest, een van de scherpste pennen van de jonge generatie Franse intellectuelen. En omdat ze de klassieke republikeinse waarden in de strijd werpt, en zich presenteert als kampioene van de scheiding van kerk en staat, is ze lastiger te bestrijden.


Ook Nederland kwam, aan de zijde van Zwitserland, langs in het debat. En wel als bewijs dat economische crisis en opkomst van populisme niet direct aan elkaar gekoppeld hoefden te zijn.


Tot zover de praktische kant van de zaak. Een Frans debat zou de naam niet waard zijn als niet tegelijk de hele wereldorde overhoop zou worden gehaald. Dus waagden de deelnemers - onder anderen minister van Landbouw Bruno Le Maire en Daniel Cohn-Bendit van Europe Écologie - zich gezamenlijk aan een karakterisering van het populisme.


We noteerden: een afkeer van politiek en media, gebrek aan vertrouwen in de elite, neiging tot simplificeren, uitholling van de rol van de overheid, gelijkheidsbeginsel. Laos en demos werden genoemd, de Platoonse begrippen voor het ongeorganiseerde volk en het volk dat, door een zekere gezamenlijke ordening, een doel heeft gekregen.


Melenchon, die zich graag op de klassiek Marxistische beginselen mag beroepen, vertaalde dat vlotweg naar Klasse an sich en Klasse für sich en kon zich zodoende helemaal in het onderscheid vinden.


Zelfs toen Gilles Finchelstein, de jonge directeur van het wetenschappelijk bureau van de Franse socialistische partij, de oververhitting van de politiek als een van de oorzaken voor populisme aanvoerde, en aandrong op kalmte en duidelijke prioriteiten, nam Mélenchon de bocht. 'Als ik zo vrij mag zijn dat naar mijn eigen termen te vertalen, dan zou ik dat meerjarenplannen noemen', stelde hij provocerend.


Des te verbazender dat hij zich op de kast liet jagen toen hij werd aangesproken op zijn eigen boutades en populistische neigingen. 'Als u me niet wilt laten uitpraten, dan hoort u niets meer van mij', zei hij, en legde demonstratief de microfoon op de grond.


Een inkoppertje voor Cohn-Bendit - zo niet de grootste populist, dan toch zeker de handigste debater van allemaal. 'Allez, Jean-Luc', grijnsde Rode Dany. Je laat je door de eerste die boe roept op stang jagen. Zo word je nooit president.'


Meer over