Lijnen trekken in het strafrecht

Promotieonderzoek beslaat vele jaren met talloze hoogte- en dieptepunten. Advocaat Taru Spronken ploegde zich door bergen dossiers over het gedrag van haar beroepsgroep....

'Vind je het overschrijven van al die boeken nou zo leuk?', vroegen haar kinderen haar soms als ze hun moeder weer eens aantroffen tussen stapels boeken en paperassen. Louter overschrijven zou het promotie-onderzoek van mr. Taru Spronken echter te kort doen. Maar dat de 45-jarige strafrechtdeskundige en advocaat een hoop materiaal bij elkaar heeft gezocht over de positie van de advocaat in het strafrecht, staat wel vast.

'Ik vond het geweldig om het allemaal te lezen en er een lijn in aan te brengen', zegt Spronken, die is verbonden aan de vakgroep strafrecht van de Universiteit Maastricht. 'Verdediging' is de bedrieglijk eenvoudige titel van haar 700 dichtbedrukte bladzijden en 2361 voetnoten tellende proefschrift. Aanstaande vrijdag zal blijken of het boekwerk zwaar genoeg is voor de titel doctor in de Juridische Wetenschappen.

De onderzoeksvragen voor de dissertatie komen uit de praktijk. In de jaren zeventig en tachtig maakte Spronken deel uit van het eerste advokatenkollektief - met k's, zoals ze benadrukt - van Maastricht. 'Strafrecht was in die tijd nog een beetje vies. Dat liet een fatsoenlijk advocatenkantoor over aan stagiaires. Maar de kollektieven verdedigden wel krakers, dienstweigeraars, RAF-verdachten en discussieerden over de ethiek van het advocatenvak. Mocht, bijvoorbeeld, je solidariteit met je klanten zo ver gaan dat je hun standpunten ging uitdragen?'

Er waren ook morele dilemma's, bijvoorbeeld rond de geheimhoudingsplicht. 'Ooit hoorden wij dat er vanuit de kringen van onze cliënt plannen waren voor een afrekening tijdens de zitting. Wat moet je dan doen? Naar het Openbaar Ministerie stappen schaadt het belang van je cliënt. Bovendien weet je niet of de informatie juist is.'

De discussies over dergelijke morele zaken prikkelde de nieuwsgierigheid van Spronken, die constateerde dat men vaak een persoonlijk standpunt verkondigde zonder een minimum aan historische of theoretische onderbouwing. 'De discussies bleven vaak hangen in borrelpraat. Pas de laatste jaren is binnen de beroepsgroep een systematischer discussie gaande over de rol van advocaten in het strafrecht.'

Spronkens onderzoek concentreerde zich uiteindelijk op de partijdigheid en onafhankelijkheid van de advocaat. Spronken begon met historische bronnen uit het eind van de negentiende eeuw die de aanloop vormen voor een belangrijke wetswijziging in 1926. Tot die tijd had de verdachte nauwelijks rechten. Men ging ervan uit dat deze moest meewerken aan de waarheidsvinding. Bij voorkeur goedschiks, desnoods via dwang. Pas in 1926 kreeg de verdachte het recht op een advocaat tijdens het vooronderzoek en om te zwijgen, iets wat de politie in de zogeheten cautie moet duidelijk maken.'

Spronken: 'Maar het is een misvatting dat je direct recht hebt op een advocaat. In het Nederlandse systeem mogen advocaten niet bij de politieverhoren zijn, dat is een geheime fase. Wij kennen hier een gematigde inquisitie. De staat - in de persoon van officier van justitie en rechter - wordt geacht ook de belangen van de verdachte te behartigen.'

Advocaten mogen wel voor hun cliënt opkomen, maar niet tot elke prijs. Vertragingstactieken en het uitmelken van vormfouten door advocaten vinden velen niet comme il faut. Spronken: 'Veel elementen uit de negentiende-eeuwse discussies komen nu weer terug. Juristen vinden wel dat advocaten zich partijdig moeten opstellen, maar verschillen van mening over de mate waarin.'

Maandenlang verzamelde Spronken vanachter haar pc literatuur om inzicht te krijgen in de historie en de diverse denkbeelden over de positie van advocaten. Daarna stortte ze zich op het meer technisch-juridische werk. Hoe bijvoorbeeld is de relatie tussen cliënt en advocaat geregeld en wat zijn de bevoegdheden van de advocaat volgens het wetboek en de jurisprudentie?

'De wet geeft iedere verdachte recht op bijstand, maar in de praktijk blijkt dat alleen onder specifieke omstandigheden te gelden. Wil je bijvoorbeeld advies over of je wel of niet je naam moet zeggen, of moet meewerken aan een bloedproef op alcohol, dan mag je geen advocaat raadplegen omdat je nog niet in hechtenis bent genomen. Ook is het niet duidelijk hoe de verdediging gevoerd moet worden. De wet geeft de verdachte alle bevoegdheden, die beslist dus. Maar uit het tuchtrecht kun je concluderen dat juist de advocaat de baas is over de verdediging.'

Daarvoor hebben Spronken en enkele studenten honderden dozen met duizenden uitspraken van de verschillende Raden en het Hof van Discipline doorgespit op zoek naar conflicten over het optreden van advocaten in strafzaken. 'Opvallend is het milde oordeel over advocaten. Zelfs als ze hun klanten niet bezochten of getuigen weigerden op te roepen, kregen ze geen disciplinaire straf als niet kon worden aangetoond dat daardoor op de zitting iets was misgegaan. De tuchtraden vinden blijkbaar dat de advocaat bepaalt hoe de verdediging gevoerd moet worden.'

Spronken heeft genoten van het puzzelen, het ordenen van de honderden artikelen waarvan ze de samenvattingen op trefwoord in haar computer had gerubriceerd. 'Ik heb twee jaar vrijaf genomen, ook al aarzelde ik of ik genoeg zitvlees zou hebben om zolang te kunnen lezen en schrijven. Maar ik vond het heerlijk. Als ik om drie uur 's middags stopte, zag ik het meestal helemaal niet meer zitten. Maar de volgende ochtend was de zin weer terug. Het is net als honger.'

Is Spronkens onderzoek wel wetenschap? 'Het is onderzoek naar dilemma's. Daar hangt de hele juristerij van aan elkaar. Ik heb advocaten een achtergrond willen bieden om beslissingen over hun positie te kunnen nemen. Een ander zou met dit historisch materiaal misschien andere accenten hebben gelegd. Maar zelfs de uitkomsten van natuurkundig onderzoek naar de kleinste deeltjes zijn afhankelijk van de onderzoeker. Zolang het verifieerbaar is, blijft het wetenschap.'

Meer over