Lightfoot toont in Shangri-la speelse en oogverblindende dans

Nederlands Dans Theater met Shangri-la en ander werk. Choreografie: Paul Lightfoot. 17 april Lucent Danstheater, Den Haag. Herhaling: 19, 20/4 Amsterdam....

ISABELLA LANZ

Valencia! Onbeschaamd galmt José Padilla's vooroorlogse hit door de zaal. Dit was het lijflied van wijlen Carel Birnie. Danstheaters zakelijk leider placht het uit volle borst te zingen wanneer hij verlangde naar de zon. Je moet Lightfoot heten om dit lied als ouverture te nemen, dan met Rimsky-Korsakovs Capriccio espagnol aan te komen en het dansstuk te besluiten met een draaiorgelriedel uit de oude doos van het genre 'vogeltjesmars'.

Lightfoot doet opnieuw zijn naam eer aan als maker van luchtige, speelse dansstukken. Ook Shangra-li kun je zo typeren. Hoewel het ingegeven is door een filosofisch thema (shangri-la staat in voor de zoektocht naar geluk) slaat de balans door naar het amusante. Maar de opening- en slotscène hebben een licht dramatische ondertoon en die zijn paradoxaal genoeg gezet op de hilarische liedjes. Beide baant op een aardedonker toneel een man zich tastend een weg door wat met een rij boomstammen een woud voorstelt. Een halo van (neon)licht biedt hem hulp in de duisternis. Aan het einde legt hij het parcours omgekeerd af waaruit valt af te leiden dat de eindbestemming Paradise on earth nooit wordt gevonden.

Lightfoot is een meester in het creëren van inventieve bewegingsgrappen. Hier doet hij dat door de negen dansers als groteske fauntjes aan, op en rond een boomstam te plakken waar ze zich een voor een aan ontworstelen, tot de laatste het ding alleen torst. Mede door de witroze kostuums van Sol Léon lijken de dansers op schimmen uit een fictief romantisch ballet. Of komt die associatie vanwege de Capriccio espagnelle? Als Shakespeare's Puck in veelvoud dansen ze met watervlugge bewegingen die hoekige en puntige accenten hebben, en een enkel boers obsceen gebaar. Evengoed volgt dan een prachtig duet in adagio, of een oogverblindende, betoverende scène waarin de dansers een waaier van diffuus licht creëren door simpelweg van een felle lamp weg te lopen.

Dergelijke regievondsten geven dit stuk soms een poëtisch aanzien. Zijn muzikale aanpak zorgt daarbij voor vaart en bondigheid in de choreografie terwijl de losjes gehanteerde combinatie van diepzinnigheid en speelsheid vanzelfsprekend overkomt. Shangri-la is sterk van beweging en onderhoudend. Wat dat aangaat heeft Lightfoot nu de taak overgenomen die Jiri Kylian achter zich heeft gelaten.

Lightfoots lichtere noot op dit programma biedt fraai tegenwicht tegen het meer serieuze werk van Kylian en Ohad Naharin. Van deze laatste wordt Tabula Rasa (1986) opnieuw uitgevoerd, een bijzonder expressief werk dat de schaarse en mysterieuze noten uit Arvo Pärts gelijknamige werk onderstreept. Een subliem stuk stamt uit de tijd dat Naharin de autonome zeggingskracht van dans nog onderkende en dat goed op dit Danstheater-repertoire thuishoort. Het programma opent met Kylians Whereabouts Unknown (1993), een fascinerend dansepos over de Werdegang van de westerse mens. Met weglating van één scène op Pärts Perpetuum Mobile is dit stuk nog sprekender dan het was. Als altijd werd geïnspireerd gedanst. Dat Urtzi Aranbura in alle stukken de aandacht wist te vangen, betekent dan ook heel wat.

Isabella Lanz

Meer over