Liever onder de troepen

Generaal Couzy is na een boek met te veel fouten in Den Haag al bijna vergeten. Op het toneel staat nu Maarten Schouten als aanvoerder van de Koninklijke Landmacht....

EWOUD NYSINGH

'Zálig om met drie van die eerlijke makkers te praten. Dat motiveert mij weer om me door de dagelijkse rijstebrijberg papier heen te eten.' Luitenant-generaal Maarten Schouten (54) heeft net drie rode baretten ontmoet. Frisse Hollandse jongens, beroepssoldaten die zeggen net zo lief in Brabant te helpen bij het doden van biggen als deel te nemen aan een vredesmissie in Bosnië, Albanië of Zaïre. En van drugs, hard of soft, moeten ze helemaal niets hebben.

'Is het anti-drugsbeleid overdreven?', vraagt de generaal vaderlijk. De mannen zijn zorgvuldig geselecteerd voor het gesprek, hun eigen commandant zit erbij. Ze lijken echter meer op hun hoede voor de journalist dan voor de vaderlijke drie sterren-generaal uit het verre Den Haag. Voorzichtig klinkt het: 'Sommigen zeggen van wel. Ze vinden dat je dan ook het drankgebruik moet aanpakken. Drank is algemeen geaccepteerd. Het wordt ook op de kazerne verkocht.' Een paar biertjes, dat moet kunnen, volgens de drie. Maar niet te veel. Want 's ochtends op het appèl moet je weer fris zijn.

Terwijl een ontspannen Schouten zijn zoveelste shaggie draait, steekt de korporaal zijn afkeer van drugs niet onder stoelen of banken. 'Stel je voor dat je met zo'n kerel wordt uitgezonden. In Zaïre zou hij die drugs ook nodig hebben. Dat is gevaarlijk voor de eenheid.'

Een opgewekte Schouten na afloop: 'Ik voel me het meest thuis bij de troepen. Daar voel ik me op mijn plaats. Het gaat me om dit soort piepeltjes. Als ik die niet meer zou kunnen begrijpen, stop ik ermee.'

'De plaatsvervanger van Jezus' wordt de bevelhebber van de landstrijdkrachten wel genoemd. Schouten weet dat. 'Zijne excellentie' wordt vaak door pluimstrijkers omringd. In een bij uitstek hiërarchische organisatie als de krijgsmacht, durft bijna niemand zijn meerdere tegen te spreken. Een bevordering is na één misstap zo ongedaan gemaakt. En de bureaucraten van Defensie kunnen hem van sterk gefilterde informatie voorzien. 'Je praat over het algemeen alleen maar met mensen die je willen plezieren. Daar moet je voor oppassen.'

Daarom verlaat Schouten - een fors postuur, pretogen, de onvermijdelijke snor, brommend stemgeluid - elke donderdag de Juliana-kazerne in Den Haag en trekt hij het land in. Valt onverwachts ergens binnen om te horen wat er op de werkvloer leeft. Dan is er niet van alles voorbereid om het hoge bezoek te behagen. Zijn adjudant belt tien minuten van te voren dat de generaal in aantocht is. Brieven schrijven aan de generaal met kritiek is toegestaan. 'Ik garandeer dat ze niet bij de meerdere van de schrijver terechtkomen. Maar ik wil geen jankverhalen. Daar heb ik niets aan.'

Schoutens voorganger, luitenant-generaal Couzy, sloeg vorig jaar juli met een harde klap de deur achter zich dicht. Couzy, onder wiens leiding de landmacht werd gehalveerd, was gefrustreerd door de nasleep van Srebrenica, door het gebrek aan steun van minister Voorhoeve van Defensie en staatssecretaris Gmelich Meijling. Met minister Ter Beek was ook niet alles koek en ei geweest. Couzy schreef alles op in een rancuneus boek, dat te veel fouten bevatte om door de politiek serieus te worden genomen. Het organisatiebureau waar hij zou gaan werken, zegde hem na al het openlijke geruzie de wacht aan.

Couzy's naam valt al bijna niet meer binnen de landmacht. Het wordt tragisch genoemd dat een man met zoveel verdiensten op zo'n manier is weggegaan. Schouten liet tijdens de bevelsoverdracht al op subtiele wijze weten dat hij niet zou doorgaan met het aftasten van de grenzen van het primaat van de politiek, zoals Couzy dat had gedaan.

Schouten is enkele jaren militair adviseur van minister Voorhoeve geweest. Dat maakt hem de eerste landmachtbevelhebber die van nabij heeft meegemaakt hoe de politieke en ambtelijke leiding van Defensie op het Haagse Plein in elkaar steekt.

De week dat Srebrenica viel, in juli 1995, was Schouten met vakantie. Hij kon er daardoor wat minder emotioneel mee omgaan, vertelt hij. Al snel kwam hij tot de conclusie dat er 'ten oosten van Voorburg', zoals dat in de krijgsmacht heet, niet de lading aan werd gegeven als in politiek, ambtelijk en journalistiek Den Haag.

Met de komst van Schouten in de Julianakazerne is de ruzie tussen de landmachtstaf en het Plein die na Srebrenica nogal uit de hand is gelopen, voorbij. 'Dat heeft de landmacht geen goed gedaan.' Schouten keurt het af dat Couzy Dutchbatcommandant Karremans achter de rug van Voorhoeve om tot kolonel heeft bevorderd. 'Formeel gezien hoefde de minister het niet te weten, maar dat had in open en eerlijk overleg met Voorhoeve moeten gebeuren gezien de politieke gevoeligheid.'

Couzy was een echte stafofficier. Hij kon moeilijk uit de voeten met soldaten, onderofficieren, burgerambtenaren en politici. Van Schouten wordt gezegd dat hij alles kan. Een kolonel die onder hem heeft gewerkt is vol lof. 'Hij is slim èn aardig. Dat is een combinatie die niet vaak voorkomt. In de eerste minuut van een gesprek vindt men hem al aardig. Hij kan ook keihard zijn. Maar dat brengt hij op een goede manier. Het is ook tekenend dat niemand in het leger er rouwig om was dat hij bevelhebber werd. Meestal is er sprake van afgunst. Maar van Schouten stond voor iedereen al jaren vast dat hij het een keer zou worden.'

Daar komt nog bij dat Schouten onder alle omstandigheden zichzelf is. 'Verdomme, daar zijn we toch zelf bij', roept hij donderdag in Oirschot uit wanneer hem wordt verteld dat juristen in Den Haag hebben gezegd dat de soldaten die in Brabant werken minder gaan verdienen. 'In elk geval niet met terugwerkende kracht', bromt Schouten.

Tijdens een oefening in Polen zei hij twee weken geleden soldaten die drugs gebruiken te zullen ontslaan. Hij had liever een kleine landmacht 'dan een goed gevuld bedrijf dat klote is'. In de legerraad, de wekelijkse vergadering van de landmachttop, schijnt Schouten zijn taal ook niet te kuisen.

Schouten houdt niet van dikdoenerij, van poppenkast. Hij is een no nonsense-generaal. In de 'Couzy-mobiel', de Renault Espace met geblindeerde ruiten van zijn voorganger, zag hij niets. Schouten laat zich rondrijden in een Ford Scorpio. 'Ik ben een workaholic, maar in de auto slaap ik graag. Of ik lees een boek van Tom Clancy. Ik wil uitstralen dat er een relaxte baas op bezoek komt. Niet iemand die werkt in de auto.' Zijn favoriete poproep is BZN en hij houdt van 'zeer licht klassiek'. 'Het gaat me niet om wat er op de wijnfles staat, maar wat er in zit.'

Hij heeft ook iets opstandigs. 'Toen Schouten, hij was nog kolonel, eens lang naar een generaal moest luisteren en er niet gerookt mocht worden, begon hij shaggies te draaien. De eerste stopte achter het ene oor, de tweede achter het andere en de derde stopte hij in zijn neus', vertelt een nog nagenietende officier.

Zijn keus om naar de Koninklijke Militaire Academie in Breda te gaan was er een uit tegendraadsheid. Schoutens vader was directeur van Coöperatie de Volharding in Ridderkerk. 'Ik kom uit een echt SDAP-nest. Mijn vader zag absoluut niet zitten dat ik naar de KMA wilde. Dat ik beroepssoldaat wilde worden, was vloeken in de kerk.' Wellicht dat hij na zijn afzwaaien veerartsenij gaat studeren, om de wens van zijn vader alsnog in te lossen. Op de PvdA, de opvolger van de SDAP, heeft Schouten nooit gestemd. De laatste keer stemde hij op het CDA, daarvoor op de VVD.

'Ik wil geen boeman zijn', zegt Schouten. Maar 'keihard zijn hoort erbij'. 'Ik realiseer me wat ik aanricht bij het makkertje dat drugs heeft gebruikt en dat wordt ontslagen. Maar je moet als bevelhebber zowel afstand kunnen nemen als toenadering zoeken.'

Schouten heeft niet het idee reactionair te zijn met zijn kruistocht tegen drugsgebruik in het nieuwe beroepsleger. 'Het woord discipline roept bij veel mensen een associatie op met de jaren vijftig. Daar wil ik niet naar terug. Ouders willen dat hun kindertjes veilig terugkomen uit het buitenland. Discpline heeft te maken met veiligheid, en dat heeft weer te maken met het niet gebruiken van drugs. Ik heb niet de illusie dat ik het gebruik helemaal kan uitbannen, maar ik wil rustig gaan slapen met het idee dat ik daar genoeg aan gedaan heb.'

Schoutens sleutelwoord is professionalisering. Na het afschaffen van de dienstplicht, de halvering van de landmacht, Srebrenica en de rel rond Couzy 'komt de organisatie nu tot rust'. In het jaar 2000 wil hij 'een echt professioneel bedrijf' hebben.

Het probleem zit volgens hem echter niet bij de nieuwe beroepssoldaten, de zogeheten Beroeps Bepaalde Tijd (BBT'ers). De verhalen over massaal drugsgebruik in Seedorf, zijn volgens hem schromelijk overdreven. Waar het om gaat is dat Schouten de beroepsmilitairen, uit alle rangen, van 45 jaar en ouder zover kan krijgen dat ze eens per anderhalf jaar op vredesmissie naar het buitenland gaan. Zij zijn beroeps geworden tijdens de Koude Oorlog, toen nog makkelijk viel uit te leggen waarom vader af en toe op oefening naar Duitsland moest. Nu gaat de reis naar Bosnië, of Albanië en Afrika.

'Nu de Koude Oorlog voorbij is, helpt geen mission statement, het beschermen van de internationale rechtsorde of het voorkomen van een humanitaire ramp. De man gaat naar het buitenland uit beroepstrots, uit kameraadschap en omdat hij trots is op zijn eenheid. Dat bedoel ik met professionalisering. Allen die 45 of ouder zijn moeten maar eens in de speigel kijken en zich afvragen of er nog wel plaats is in de herberg. Je houdt altijd mensen die niet willen. Tegen hen zeg ik: gij zúlt. En als het nee is moeten we op een nette manier afscheid van elkaar nemen.'

Meer over