Liever lekker dan interessant

Het Oxymore Quintet haalt zijn inspiratie uit de complexe ritmes van Zuid-Indiase muziek. Maar ook uit pop en funk. ‘Onze stukken zitten intelligent in elkaar, maar ze moeten ook sappig klinken.’ Door Frank van Herk..

‘Ik heb zeeën van tijd gestoken in het leren van Oenes stukken, en vice versa. Je verzamelt in je carrière niet zo heel veel mensen die echt bereid zijn dat te doen.’ Oene beaamt dit: ‘Het is leuk dat je elkaars leerling en leraar bent. Een goede band is ook een ideeënfabriek. Als je daarnaast lekker kunt samenspelen, is dat het beste wat er is.’

Violist Oene van Geel (1973) en basgitarist Mark Haanstra (1974) hebben ruim tien jaar samengewerkt in allerlei formaties, maar leiden nu voor het eerst samen een band: het Oxymore Quintet, een van de leukste nieuwe Nederlandse groepen, waarin hoofd en hart elkaar vinden op een onweerstaanbare groove. Ze delen een groot aantal interesses, en ook een achtergrond die bepalend is geweest voor hun ontwikkeling: de lessen in Karnatische, Zuid-Indiase muziek van Rafael Reina aan het Amsterdamse conservatorium. Haanstra was toen al bezig met het bestuderen van de complexe ritmes van componist en saxofonist Steve Coleman en de Belgische groep Aka Moon – de Indiase lange structuren en polyritmiek sloten daarop aan. ‘Maar ik vond het vooral compositorisch interessant. Ik ging heel anders nadenken over de vorm van de stukken, omdat je gedwongen werd jezelf veel beperkingen op te leggen.

‘In de Karnatische muziek heb je allerlei standaardvormen, en die moet je in bepaalde gedeelten ontwikkelen volgens heel specifieke regels. Zo van, dit is de raga, dat zijn de thema’s, het ene ontwikkel je melodisch, het andere ritmisch. Soms dacht ik wel eens, doe niet zo moeilijk, maar je werd wel gedwongen te opereren buiten je comfortabele zone. Je kunt niet makkelijk ergens op leunen, als je niet precies weet hoe het zit. Als je dat vier jaar gedisciplineerd doet, en daarna muziek gaat maken die minder streng is, sta je veel zelfverzekerder op het podium.’

Voor Van Geel was de benadering van de vorm ook belangrijk – ‘je gaat in grotere bogen denken, niet alleen in jazzschema’s met een thema, solo’s, thema’ – maar hij ging er ook anders door luisteren. ‘Ik moest precies weten wat de bassist deed, en de pianist, want die speelden allemaal andere lagen. Je moest van laag kunnen wisselen, want dat deden de anderen ook. Je had een soort partituurbeeld nodig van wat iedereen doet, en dat gaf veel vrijheid. Als de bassist iets deed wat je niet verwachtte, snapte je toch waarbinnen hij zich bewoog.’

Hoe paradoxaal het ook klinkt, ook Haanstra vond veel vrijheid in de complexe, strak gestructureerde Indiase muziek. ‘Omdat je zoveel materiaal en informatie krijgt aangereikt dat je nooit ideeën tekort komt. Je kunt bijna zeggen dat het daardoor eenvoudiger is om er iets mee te doen dan wanneer je een bluesje speelt.’

‘Je gaat het ook voelen’, knikt Van Geel. ‘Het gaat in je systeem zitten. Als je voor het eerst een blues speelt denk je, te gek, twaalf maten, wat kan ik hier allemaal wel mee doen. Nu kijk je daar totaal niet meer van op.’

Er volgden reizen naar India om te spelen en te repeteren met plaatselijke musici, en Haanstra’s groep Bhedam, met Van Geel en twee Karnatische percussionisten. Maar na verloop van tijd was de invloed verwerkt en groeide het gevoel dat er iets nieuws moest gebeuren. Haanstra geeft toe: ‘Er werd een bepaald dak bereikt. Met Bhedam gingen we steeds meer dingen vastleggen, omdat ze goed klonken, daardoor werd de speelruimte beperkter. Dat had ik na een tijdje wel gehad.’ De Karnatische invloeden zitten nu ‘in de gereedschapskist’, als optie naast vele andere, zoals pop en funk. De beide bandleiders benadrukken overigens dat ze niet een geheim tovermiddel hebben ontdekt waardoor ze beter zijn toegerust om polyritmisch te spelen. Pianist Harmen Fraanje en saxofonist Guillaume Orti van Oxymore zijn daar ook sterk in, en hebben nooit Indiase stijlen bestudeerd.

Van Geel wilde, na experimenten met de groep Mosaic (opnieuw met Haanstra), eveneens terug naar de jazzbenadering. ‘Met Mosaic waren we heel bewust bezig kamermuziek te combineren met jazz. Er moesten lange stukken komen met complexe structuren. Gecomponeerde bogen van tien minuten, erg gearrangeerd. Oxymore is opgericht om snel met de muziek te kunnen stoeien, eerder naar de improvisatie toe te gaan, vlotter te kunnen inhaken op wat een ander doet.’

‘Zonder dat we het verleden overboord gooien’, vult Haanstra aan. ‘Het klinkt er nog wel in door. Onze drummer Chander Sardjoe weet verschrikkelijk veel over Indiase ritmiek, en al speelt hij op een traditioneel drumstel, dat zit in zijn muzikale persoonlijkheid.’

Inmiddels zijn er ook andere invloeden bijgekomen. Voor Haanstra is dat bijvoorbeeld Radiohead: ‘Dat heeft mijn hele beeld van wat ik belangrijk vind in muziek veranderd. Ik zag in dat je met relatief simpele liedjes erg veel kunt bereiken. Als de melodie maar sterk is. Daar hebben we trouwens altijd veel waarde aan gehecht.’ Van Geel: ‘Ik zag een keer The Sound of Music, en toen kwam Edelweiss voorbij. Ik kreeg kippenvel. Ik vond het niet alleen leuk, ik kreeg kippenvel. Dan denk je: dit komt dus binnen. Misschien hoor ik dit stom te vinden, nou, jammer dan.’

Zowel de violist als de bassist zijn zich ervan bewust dat Oxymore niet alleen vanwege de pakkende melodieën voor sommige dogmatische luisteraars ‘te lekker’ klinkt. ‘Een groove is voor hen een vies woord. Nou, ik ben bas gaan spelen omdat ik James Brown zo goed vond. Onze stukken zitten intelligent in elkaar, maar ze moeten ook sappig klinken.’ Van Geel ziet het net zo: ‘Als we ergens hebben gespeeld en het publiek zegt ‘er gebeurden interessante dingen maar het klonk vooral lekker’, dan ben ik blij. Dat heb ik liever dan dat ze zeggen: ‘het klonk niet zo, maar het was reuze interessant’.’

De groepsnaam verwijst dan ook naar de ‘innerlijke tegenstrijdigheid’ van het oxymoron, die in de muziek wordt opgeheven. Zoals Haanstra het formuleert: ‘Je hebt de wortels, het aardse, de onderbuik, maar ook het etherische, het intelligente. Experiment, maar ook duidelijkheid. Vrije improvisatie en vastigheid sluiten elkaar niet uit.’

Van Geel: ‘Je kunt wel raden wie de naam bedacht heeft.’

Meer over