'Liever het pizzalied dan enge ziektes'

De reservekeeper van FC Utrecht heeft er geen problemen mee om te praten over zijn postuur. Sinds een paar weken is hij weer het mikpunt van spreekkoren. 'Ik weet: dit is mijn gewicht.'

Zanger Roel van Velzen heeft op zijn kantoor een fles champagne staan voor de eerste journalist die niet over zijn lengte begint. Jeroen Verhoeven glimlacht. Herkenbaar.

Het is woensdagmiddag. De training van FC Utrecht is voorbij en de 33-jarige doelman neemt plaats op de hoofdtribune van trainingscomplex Zoudenbalch. Hij heeft er geen probleem mee, praten over zijn postuur. 'We leven in Nederland hè. Iedereen mag zeggen wat-ie denkt.'

Er is ook niet aan te ontkomen. Nu hij sinds een paar weken zijn geblesseerde collega Robbin Ruiter vervangt, is het elke week raak in de stadions: zijn uittrappen worden steevast begeleid met het refrein van het Pizza Lied van André van Duin.

Na al die jaren zit de sleet een beetje op de grap, maar dat weerhoudt duizenden mensen er in het weekend niet van 'pizza!' te roepen als Verhoeven zijn aanloop neemt. 'Het hoort bij mijn carrière', zegt hij. 'Ik ben inmiddels 33 jaar, dus ik denk ook niet meer dat het ooit zal ophouden.'

Verhoeven is 1.97 lang en weegt 103 kilo. Zo was het al op zijn 19de. En welk dieet hij ook volgt, zo is het nog steeds. 'Er zijn mensen die kunnen eten wat ze willen. Dat geldt niet voor mij. Ik moet letten op wat ik eet. En geloof me, dat doe ik. Maar inmiddels weet ik: dit is mijn gewicht.'

Vroeger had je Piet Schrijvers: de Beer van de Meer. En later: het Lek van PEC. Ook Verhoeven heeft bijnamen: de Beer van Bussum, de Ham van Volendam, de Barkeeper en de Pizzaman. Schrijvers raadde hem ooit aan niet meer in een geel tenue onder de lat te staan. Dat kleedde niet goed af. Een andere oud-voetballer en voedingsadviseur, Tscheu La Ling, wilde hem helpen met afvallen.

Verhoeven haalt zijn schouders op. 'Ik waardeer het dat ze meedenken, laten we het daar maar op houden. Ik krijg wel vaker mails van mensen die me willen helpen. Ze denken kennelijk dat ik de hele dag in de Burger King zit, maar ik hou niet eens van dat eten. Als ik er elke dag zou komen, denk je niet dat er dan allang foto's van me op internet hadden gestaan?

'Ik heb bij Volendam 153 wedstrijden achter elkaar gevoetbald. Bij Ajax ben ik ook bijna niet geblesseerd geweest. Ja, ik heb mijn hand gebroken, omdat ik over een hekje wilde springen. Verder was ik altijd fit. Als ze me nodig hadden, stond ik er. Ik zie er alleen niet uit zoals de meeste voetballers.'

Verhoeven groeide op in 't Gooi, in Bussum. Zijn vader is opticien, zijn moeder secretaresse. Verhoeven doorliep de hele jeugdopleiding bij Ajax, maar kwam tekort om de stap naar de selectie te maken. Via RKC, waar hij derde keeper was, belandde hij bij FC Volendam, waar hij zeven jaar onder de lat stond.

Martin Jol, die hij nog kende van RKC, gaf hem in 2009 de kans derde keeper bij Ajax te worden. Door blessures van Stekelenburg en Vermeer speelde Verhoeven enkele wedstrijden, waaronder twee Europese duels tegen Anderlecht en Spartak Moskou.

Bij de uitreiking van de kampioensschaal in 2012 roemde Frank de Boer op het podium de kwaliteiten van Verhoeven en zijn rol in de kleedkamer. Hij houdt spelers scherp, coacht, dolt en relativeert. Ook nu. 'Als ik de berichten op nu.nl zie en over Syrië lees, dan is voetbal maar gewoon een simpel spelletje, toch?'

Zo kijkt hij ook aan tegen de schimpscheuten die hij wekelijks vanaf de tribuneskrijgt. De eerste keer dat het pizzalied werd gezongen was bij FC Volendam-Ajax in 2008. Na afloop applaudisseerde hij voor het uitvak van de Amsterdammers. 'Ik moet eerlijk zeggen: het was origineel gevonden. Het is een makkelijk te onthouden liedje, je hoeft er geen studie van te maken om het mee te kunnen zingen. Liever dat, dan dat ze de boel slopen. Of dat ze mij een enge ziekte toewensen of zingen dat mijn moeder een bepaald beroep heeft.'

Niet veel later stond hij met Volendam weer tegenover Ajax, in de Arena. Nu waren het 50 duizend man die 'pizza' riepen. Weer speelde hij vrolijk mee. 'Ik dacht alleen maar: 50 duizend man die zich druk maken om de keeper van Volendam, dan doe ik kennelijk iets goed. Voor mijn medespelers was het fijn. Zij konden rustig hun werk doen, want alles richtte zich op mij. We wonnen ook nog bijna.'

Als jeugdspeler zat hij vaak in de Arena naar Ajax te kijken. Hij heeft nooit iets geroepen naar een speler. 'Ik lette vooral op het voetbal, niet op randzaken. Je zou het misschien niet zeggen als je mij op het veld tekeer ziet gaan, maar ik ben eigenlijk een heel rustige jongen.'

Het pizza-gezang heeft zijn spel nooit beïnvloed. Nou ja, bijna nooit. 'Alleen die eerste wedstrijd. In mijn hoofd zei ik: nou niet bij de eerstvolgende uittrap op je bek gaan, Jeroen.' Een paar seconden later lag hij languit. 'Vanaf dat moment wist ik: loslaten. Gewoon die bal uitschieten en de nul houden. De rest is bijzaak. Ingewikkelder moet je het niet maken.'

undefined

Meer over