Liever geen beelden van opgepakte straatbidders

Het debat over de verhouding tussen kerk en staat in Frankrijk draait al een tijdje rond een paar straten in de Parijse wijk La Goutte d'Or. Elke vrijdag puilen daar de moskeeën uit. Met als gevolg dat de gelovigen - vaak een paar duizend man sterk - elke vrijdagmiddag hun kleedjes op straat uitspreiden om te bidden. Een klein uur zijn de straten geblokkeerd voor het verkeer, passanten resteert een smalle strook trottoir.


Toen Marine Le Pen van het Front National lucht kreeg van dit fenomeen, dat overigens ook in een paar andere Franse steden opduikt, was de wereld te klein. 'Onze straten worden bezet, net als tijdens de Tweede Wereldoorlog', fulmineerde ze. Dat die vergelijking ernstig mank gaat, maakte niet uit: vanaf dat moment stonden de straatbidders op de politieke agenda. Er moest wat gebeuren, en snel.


Uiteindelijk heeft het een jaar en de tussenkomst van de minister van Binnenlandse Zaken gekost om een oplossing te vinden. Sinds afgelopen vrijdag hebben de straatbidders van de Goutte d'Or een nieuw onderkomen; elke vrijdag kunnen ze terecht in een voormalige kazerne aan de Boulevard Ney. In die immense hangar is ruimte voor zo'n drieduizend biddenden.


Of dat genoeg is, valt nog te bezien. Afgelopen vrijdag puilde de kazerne uit, zodat ook op het terrein er omheen gelovigen knielden. En dan waren er nog enkele honderden wie het nieuws van de kazernemoskee was ontgaan en die gewoon naar de Goutte d'Or waren gekomen.


Die kazernemoskee is een noodoplossing. In de Goutte d'Or wordt gebouwd aan twee nieuwe gebedsruimten, die worden ondergebracht in het Institut des Cultures d'Islam, een cultureel centrum dat door de gemeente Parijs wordt bekostigd. In feite wordt de straatbidders van de Goutte d'Or dus door het rijk een moskee aangeboden, zo lang de moskee van de gemeente niet klaar is.


De vraag is nu hoe dat alles zich verhoudt tot de in Frankrijk geldende laïcité - de scheiding van kerk en staat. Bij wet werd in 1905 vastgelegd dat alle bestaande religieuze gebouwen voor rekening van de staat komen, nieuwe gebouwen moeten worden gefinancierd door geloofsgemeenschappen.


In 1905 kon niemand voorzien dat een eeuw later de kerken leeg zouden staan, maar dat een andere godsdienst zieltjes zou winnen: de islam, een geloof met veel aanhangers maar weinig financiële armslag. Islamitische gemeenschappen hebben niet het geld om een terrein te kopen in het hart van de steden en daar een moskee te bouwen. En de Franse overheid heeft liever niet dat dubieuze financiers uit de Arabische wereld zeggenschap krijgen over nieuwe moskeeën.


Te weinig gebedsruimte is daarmee niet alleen een ongemak voor de gelovige, maar ook een ordeprobleem. Vandaar dat de overheid zich in bochten wringt om toch met oplossingen te komen. De grenzen van de laïcité worden daarmee opgerekt, zelfs als de gelovigen een financiële bijdrage leveren


Het is een kwestie die de gebruikelijke tegenstellingen tussen links en rechts te boven gaat. Dat wordt duidelijk in het boek dat de jonge linkse filosofe Caroline Fourest onlangs schreef over Marine Le Pen. Op vrijwel elk gebied staan haar opvattingen haaks op die van de leidster van het FN. Maar gaat het over de straatbidders, dan is er begrip . 'Het is niet de rol van de republiek moskeeën te bouwen', vindt Fourest. 'Een dergelijke concessie wekt de schijn van een privilege.'


De straatbidders van de Goutte d'Or waren vrijdag tot tranen geroerd door hun kazernemoskee. Het principe van de scheiding van kerk en staat blijkt intussen op gespannen voet te staan met iets heel prozaïsch: geen overheid wil beelden de wereld zien rondgaan van straatbidders die met harde hand door de politie worden afgevoerd.


Meer over