INTERVIEW

Liever een lege kerk dan geen kerk

Kerkgebouwen worden afgebroken of krijgen een herbestemming als dansstudio of meubelzaak. Een drama, vindt historicus Sible de Blaauw. 'Geef ze de tijd om te worden herontdekt.'

null Beeld Spaarnestad Photo
Beeld Spaarnestad Photo

Reeds als kind had historicus Sible de Blaauw (64) het onverklaarbare gevoel dat een kerk beduidend meer was dan een gebouw waar rituele handelingen werden uitgevoerd. De neogotische Sint-Odulphuskerk in Bakhuizen, het Friese plaatsje waar hij opgroeide, riep een hele wereld op. De gemetselde bogen en gewelven, de kleurige glazen, de muurschilderingen in de stijl van El Greco met 'die rare uitgerekte gezichten': alles verwees naar iets anders, iets groters.

Dat een Friese dorpskerk in verbinding stond met de Europese cultuurgeschiedenis die vele eeuwen omspande, ervoer De Blaauw nog het meest tijdens de hoogmis. Die duurde dan wel wat lang, en werd niet altijd vlekkeloos uitgevoerd, maar vervulde hem van het besef 'dat de kerk geen autistisch, gesloten geheel was' maar deel uitmaakte van iets verhevens. Er werd de taal van het oude Rome gesproken en 'er gebeurden dingen waar je als kind met enige verbazing, maar ook met enige bewondering naar keek. Hierin voel ik een sterke zielsverwantschap met Kees Fens.'

Voor de jeugdige De Blaauw was een kerk een gesamtkunstwerk - al noemde hij het uiteraard niet zo - van muziek, gewijde taal, mystieke beelden, liturgie en exotische geuren. 'Als een kerkgebouw zijn religieuze functie verliest, is het dood, ook als het interieur intact blijft. De wisselwerking is er niet meer tussen al die elementen die het gebouw tot een sacrale ruimte maakten.'

Ode aan de literatuurcriticus en essayist

Op 17 februari houdt De Blaauw, hoogleraar vroegchristelijke kunst en architectuur aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, de tweede Kees Fens-lezing. De versteende droom is de titel van zijn ode aan de literatuurcriticus en essayist - ontleend aan een van de vele stukken van Fens (1929-2008) over al dan niet onttakelde kerkgebouwen. 'Het geloof was voor Fens een droom', zegt De Blaauw. 'En het kerkgebouw was de duurzame uitdrukking daarvan in ruimte en licht.' Fens' vertwijfeling over de snelle, geruisloze ontkerkelijking van Nederland werd in 2008 geregistreerd door documentairemaker Hans Keller, die hem vergezelde bij zijn terugkeer naar de onttakelde Chassékerk in Amsterdam-West - de kerk van Fens' jeugd waarin nu een dansstudio is gevestigd. 'Kees Fens zit daarbij als Jeremia die de puinhopen van Jeruzalem aanschouwt.'

Voor De Blaauw, ofschoon zelf katholiek, 'is de verdwijning van de vanzelfsprekendheid van het christendom gewoon een feit. Daar ben ik niet weemoedig over, maar wel enigszins ongerust. Zeker ook als het om het lot van de kerkgebouwen gaat.' Kerkgebouwen krijgen een marginale positie in de samenleving, maar hun belang als dragers van twintig eeuwen geloof én cultuur neemt eerder toe dan af. 'We kennen geen gebouwtype met zo'n ongelooflijke continuïteit.'

Van de nadagen van het Romeinse Rijk tot de renaissance was vernieuwende architectuur per definitie kerkarchitectuur. Volgens velen markeerde de verheffing van het christendom tot staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk het begin van een periode van cultureel verval, zeker in het Westen. Uit die zienswijze blijkt volgens De Blaauw dat 'de Oudheid nog steeds normgevend is'.

Achteruitgang

'Als je de klassieke kunst van de Oudheid als uitgangspunt hanteert, lijkt er inderdaad sprake te zijn geweest van een grote achteruitgang. Maar wie goed kijkt, ziet ook iets nieuws: een abstrahering van de kunst als reactie op het naturalisme dat in de Oudheid de norm was. Die ontwikkeling is te vergelijken met het expressionisme in de 20ste eeuw, waarmee schilders zich afzetten tegen de academische schilderkunst.' De tentoonstelling Rome - De droom van keizer Constantijn in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, waarvan De Blaauw mede-gastcurator is, laat die artistieke vernieuwing zien. Het christelijke kerkgebouw is volgens hem de belangrijkste schepping van de laatantieke kunst.

In de gotische kathedralen komt het primaat van de kerkarchitectuur het indrukwekkendst tot uiting, zegt De Blaauw. 'De gotiek was ongelooflijk innovatief in vergelijking met de bouwtradities die hun origine vonden in de Oudheid. Die vormden toch een voortzetting van de manier waarop de oermens heeft gebouwd: telkens weer het principe van palen met een balk er bovenop. Wat is daar nou aan? De bouwmeesters van de gotiek dachten abstract over hoe je een ruimte moest construeren. Dat had alles te maken met de functie van een kerk, waar het licht anders naar binnen moest worden geleid dan door een gat in een muur.'

De verguizing die de gotiek tijdens de renaissance ten deel viel, klinkt nog altijd na. Getuige ook het betrekkelijke gemak waarmee neogotische kerken in de achterliggende decennia zijn gesloopt. 'Er hebben zich cultuurhistorische drama's voltrokken', zegt De Blaauw. 'De protestantse Koninginnekerk in Rotterdam (gesloopt in 1972, red.) is het schrijnendste voorbeeld. De tranen springen je in de ogen als je het gat ziet dat ze heeft nagelaten.'

null Beeld rechtenvrij, maar wel vermelding van credit
Beeld rechtenvrij, maar wel vermelding van credit

'Geen een gebouw de tijd'

Van de drie neogotische kerken die de stad Groningen ooit telde, zijn er twee verdwenen. De Sint-Jozefkathedraal ontliep dit lot ternauwernood en wordt weer betrekkelijk goed bezocht. 'Er worden volop kruisen geslagen en er wordt volop geknield, wat de meeste katholieken sinds de jaren tachtig eigenlijk niet meer deden. Het gebouw is beschikbaar en daardoor voorziet het op een zeker moment weer in een behoefte. Geef een gebouw de tijd om te worden herontdekt.'

Met de naoorlogse kerkgebouwen, die in de regel niet worden beschermd door de monumentenstatus, 'zullen nog veel grote ongelukken gebeuren', vreest De Blaauw. 'Over vijftig jaar zullen we moeten vaststellen dat daarmee buitengewoon interessante architectuur verloren is gegaan en een hoofdstuk van religieuze cultuur is uitgewist.' Bij het besluit van een bisdom om een kerkgebouw 'aan de eredienst te onttrekken' spelen kunsthistorische overwegingen een zeer ondergeschikte rol. 'De kerk is vaak niet de beste beschermer van de eigen gebouwen.'

De Blaauw betwist dat een ontvolkt kerkgebouw geen functie meer heeft. Daarnaar verwijst de ondertitel van de tweede Kees Fens-lezing: 'Over de blijvende noodzaak van het kerkgebouw'. 'Ik ben ervan overtuigd dat er behoefte blijft aan wat je overbodige ruimte zou kunnen noemen. Juist die overbodigheid is een kracht. Want alles in onze samenleving moet functioneel en exploitabel zijn. Een kerk kan een leegte vullen die we allemaal voelen. Ik kan me niet voorstellen dat alleen de krimpende groep van gelovigen behoefte heeft aan deze plekken van ruimte en licht.'

Kees Fens-lezing

De Kees Fens Stichting en de Volkskrant nodigen u uit de tweede Kees Fens-lezing bij te wonen. Sible de Blaauw (foto onder) zal spreken over De versteende droom - Over de blijvende noodzaak van het kerkgebouw.
Woensdag 17 februari in de Rode Hoed, van 15.30 tot 16.30 uur.
De toegang is gratis, maar aanmelden is verplicht.
kaarten@rodehoed.nl

Meer over