Interviewafscheid dominee couvée

‘Liefde is ongeveer het moeilijkste wat er is, dat heb ik wel geleerd in de Pauluskerk’

Dick Couvée (66) gaat met pensioen als predikant en directeur van de Pauluskerk – de Rotterdamse kerk van ‘bed, bad en brood’ die zich ontfermde over verslaafden, vluchtelingen en daklozen. ‘Hier is iedereen welkom, onvoorwaardelijk.’ 

Dominee Dick Couvée van de Pauluskerk in Rotterdam.Beeld Aurélie Geurts

De Pauluskerk in Rotterdam is vermoedelijk de enige kerk waarvan de dominee zélf beweert dat er vanalles gebeurt wat God verboden heeft. ‘Nee, niet alleen wat de overheid verboden heeft, maar ook onze goede Heer’, benadrukt de pensioengerechtigde predikant Dick Couvée (66).

In de jaren tachtig en negentig werd de Pauluskerk landelijk bekend als het bolwerk van de activistische dominee Hans Visser. Als de kerk met gebruikersruimte voor drugsverslaafden. ‘Hans ging dwars tegen alles in. Hij kwam op voor mensen die er miserabel aan toe waren en over wie niemand zich ontfermde. Deze kerk is altijd op zoek naar mensen in nood.’

Zondag hield Couvée zelf, na 12,5 tropenjaren als dominee en directeur, zijn afscheidspreek. Een preek over het einde van het ‘bestaande bestel’, al in de Bijbel aangekondigd door de apostel Paulus, naamgever van de Pauluskerk, het Rotterdamse epicentrum van sociale actie.

‘Tough love’ 

‘We hebben behoefte aan een totaal nieuw verhaal’, zegt Couvée over zijn afscheidswoorden. ‘Je kan zeggen dat God liefde is, maar dan gaat het nergens over, hoogstens als een soort eeuwige waarheid. Liefde is, ook in de christelijke traditie, géén soft concept. Liefde is ongeveer het moeilijkste wat er is, dat heb ik wel geleerd in de Pauluskerk. Het gaat juist om tough love, harde liefde.’

Couvée ging in 2008 niet in de schoenen staan van de roemruchte dominee Visser, zegt hij. ‘Ik zag de vacature en dacht potverdorie… Vervolgens dacht ik, nee, daar begin ik niet aan, dat is vragen om problemen. Toen ik toch belde om te informeren, zeiden ze: de Pauluskerk is veranderd, we zoeken een heel andere figuur dan Hans Visser. Toen dacht ik: laat ik het proberen.’

De Pauluskerk die Couvée aantrof, verkeerde in mineur. Dominee Visser was al een jaar weg,en het kerkgebouw bij het Centraal Station was gesloopt. Een uitgeleefd kantoorpand diende als noodkerk. Maar erger nog, de Pauluskerk leek zijn ziel te hebben verloren. De laagdrempelige verslavingszorg was via een nieuwe stichting door de gemeente overgenomen. Daardoor waren ook veel vrijwilligers en medewerkers vertrokken.

Bed, bad en brood

‘Ik heb vanaf dag één gezegd: het woord noodkerk is verboden, dit is een tijdelijke kerk. We zijn de hulpverlening weer gaan uitbouwen met een open huis, nachtopvang en maaltijden.’ In de eerste jaren onder Couvée richtte de kerk zich niet zozeer op verslaafden, maar vooral op uitgeprocedeerde asielzoekers. Hier werd het later zo politiek beladen begrip bed, bad en brood gemunt.

Pas na vijf jaar, in 2013, werd de nieuwe Pauluskerk geopend. Een markant gebouw met het uiterlijk van een roodkoperen diamant, een ‘geschenk voor de stad’. Een kerk met een medische dienst en een spreekuur voor wie in nood is. Er zijn twaalf kamers voor tijdelijke huisvesting. Er zijn douches voor wie op straat leeft en een centrale keuken die maaltijden maakt voor lege magen. De Pauluskerk krijgt inkomsten dankzij donaties van particulieren, vermogensfondsen, stichtingen en andere kerken in Rotterdam en omgeving.

Dominee Dick Couvée bij de Pauluskerk in Rotterdam.Beeld Aurélie Geurts

Anno 2020 ligt de focus van de kerk op het helpen van dak- en thuislozen, vooral Oost-Europese arbeidsmigranten die geen recht hebben op reguliere opvang. De stad Rotterdam wil ze alleen helpen indien ze vrijwillig meewerken aan terugkeer naar hun eigen land.

Ten onrechte, vindt Couvée. ‘Als je op straat leeft, dan sta je in de overlevingsstand: hoe krijg ik eten, hoe krijg ik het warm? Die mensen zijn nog niet zo ver dat ze kunnen vertrekken. In 90 procent van de gevallen zal dat uiteindelijk gebeuren, maar dan graag ingebed in een netwerk en met opgeheven hoofd.’

Altijd paart de Pauluskerk barmhartigheid – het bieden van individuele hulp – aan gerechtigheid. In dit geval het hameren op betere wet- en regelgeving om de zwakke rechtspositie van arbeidsmigranten te verbeteren. ‘Het klinkt simplistisch, maar het is je taak als kerk. Het gaat om de tough love uit mijn afscheidspreek. We helpen de mensen hier niet omdat we ze aardig vinden. Dat is veel te zwak. Dat bedoel ik met ‘liefde is geen soft concept’. Dat dondert helemaal niet. Natuurlijk zijn ze vaak aardig, maar het is hoe dan ook je taak als kerk en als Christen. Als ik het orthodox zeg, want zo ben ik opgevoed: het gaat om de navolging van Jezus Christus. Punt.’

Agressie

En nee, in de Pauluskerk is het lang niet altijd leuk en gezellig. Er is ook agressie, vrouwonvriendelijkheid, racisme, wapens. ‘Ik ga het niet dramatiseren, maar het komt wel voor. Als een potentiële vrijwilliger dan aankomt met ‘ik wil mijn naaste liefhebben’, dan betwijfel ik of de Pauluskerk wel je plek is. Forget it, hou maar op. Dan komt er veel te veel van jezelf mee. Het gaat erom dat je geraakt bent door de situatie van die ander, dat je dáár iets aan wil doen.

‘Onze samenleving stelt steeds meer voorwaarden. We moeten zelfredzaam zijn, een individu zijn, prestaties leveren. Maar er mogen geen voorwaarden zijn aan deelname aan de samenleving. Je bent er, punt. Wij zijn dóór en dóór sociale wezens. Als corona ons één ding laat zien, is dat het wel.’

Liever was Dick Couvée nog niet met emeritaat gegaan, zo midden in de coronacrisis die Rotterdam ongenadig hard raakt. Al verheugt hij zich erop om te gaan schrijven en om zijn hobo en ‘blokfluitfamilie’ weer uit de kast te halen. Oude muziek uit de late Middeleeuwen, vroege Renaissance, Barok. Er zullen vast wat bestuursfuncties komen. En hij blijft preken, niet in de Pauluskerk, maar elders, als gastpredikant.

‘Ik heb de Pauluskerk altijd ervaren als een plek waar iedereen welkom is, onvoorwaardelijk. Afgezien van mijn echtgenote en kinderen is deze kerk het mooiste geschenk van mijn leven. Als een plek waar we telkens een ander verhaal vertellen over hoe de samenleving eigenlijk zou kunnen zijn, in de christelijke traditie. Als het hier in het klein kan, dan kan het ook in het groot.’

Opvang van daklozen

De meeste Oost-Europese buitenslapers in Rotterdam kunnen niet terecht in de reguliere daklozenopvang. Toch zoeken politie, handhavers, gemeente en hulporganisaties samen een oplossing: werk of terugkeer naar Polen.

Gemeenten mogen alle daklozen de komende twee weken een slaapplek aanbieden, ook degenen die daar normaal gesproken geen recht op hebben. Daarnaast moeten er inlooplocaties komen, waar dak- en thuisloze mensen overdag kunnen opwarmen, een maaltijd krijgen en naar de wc kunnen gaan. 

Rotterdam geeft honderd daklozen een eigen woning. Wethouder Sven de Langen (CDA) is ‘trots’ op de operatie.

Meer over