Liefde en zo

Een school is een erotiserende omgeving. Het voortgezet onderwijs is een broeinest van puberale hormonen. Maar ook de basisschool zindert....

Anders wordt het als de meester warme gevoelens voor zijn pupil koestert, of - wat ook nogal eens voorkomt - zij voor hem. Dat laatste overkwam een docent van de Stichting voor Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Zuid-Limburg. Een 18-jarige leerlinge drong zich betrekkelijk schaamteloos en hardnekkig op aan haar 44-jarige gymnastiekleraar. Hoewel de man aanvankelijk een aantal persoonlijke en vertrouwelijke gesprekken met het meisje was aangegaan, maakte hij haar duidelijk niet op haar avances gesteld te zijn. Tot een liefdesrelatie, laat staan tot het hele erge, kwam het dan ook niet.

De afgewezen leerlinge gaf echter niet op en bleef de man bestoken met liefdesverklaringen afgewisseld met dreigementen. De schoolleiding ging zich ermee bemoeien en vond dat de docent zich zodanig onprofessioneel had gedragen, dat een ontbinding van de arbeidsovereenkomst onvermijdelijk was.

De kantonrechter vond dat ook. Hoewel de rechter er begrip voor had dat de man bij het naderen van de midlife crisis gevleid was door meisjes-aandacht ('Dat is nu eenmaal de natuur van de man'), had hij zijn verstand moeten laten prevaleren ('De mens en dus ook de man wordt echter ook geacht begiftigd te zijn met rede'). Het niet eerder en ondubbelzinnig afbreken van het te persoonlijke contact werd de man noodlottig.

Maar ook in andere sectoren van het maatschappelijk leven bestaan nog verboden liefdes. Zo trachtte de Congregatie De Kleine Zusters van de Heilige Joseph een einde te maken aan de arbeidsrelatie met het hoofd personeelszaken. Deze had een relatie met de directiesecretaresse van de stichting. Beiden hadden voor hun nieuwe liefde hun huwelijk beëindigd.

De bewoners (veelal oudere katholieken) van het door de Congregatie beheerde verzorgingshuis sliepen slecht van dit zondig gedrag van het hoofd personeelszaken. De relatie zou niet passen binnen de normen zoals die binnen de katholieke signatuur van de instelling gehuldigd worden.

De kantonrechter was niet onder de indruk van deze argumenten en stelde dat het aangaan van een affectieve relatie een fundamentele vrijheid van ieder individu is. Levensbeschouwelijke normen zijn niet het terrein van de rechter. Het hoofd personeelszaken mocht dus blijven. Soms komt de zegen niet van boven.

Meer over