Liefde die niet mag

Het celibaat gebiedt dat kerkelijke dienaren geen seksuele relaties onderhouden. Desondanks heeft menige priester een partner - met alle geheimzinnigheid en angst van dien....

door Judith Koelemeijer

ZE IS 'de goede kennis', de 'reisgenote' of 'een vriendin', maar nooit, nee nooit, zal de priester haar aan anderen voorstellen als 'mijn geliefde'. Terwijl Janny Winter en de priester al ruim tien jaar een relatie hebben. Ze delen bed, lief en leed, gaan samen op vakantie en uit eten. Hun levens, zegt Winter, zijn met elkaar verwoven.

En toch mag zij niet zijn vrouw heten. Elke avond nadat ze elkaar in de pastorie hebben ontmoet, gaat ze alleen naar huis. Dat vindt ze niet erg. Ze is eraan gewend geraakt zichzelf terug te trekken, zegt ze. 'Hij is priester in hart en ziel en zal dat altijd blijven, ik vind dat goed.'

Maar er is één ding waar Winter nooit aan zal wennen, en dat is dat ze niet gekend wordt, niet gezien en gewaardeerd als zijn vrouw. Haar beste vrienden en familieleden weten er inmiddels van (gelukkig reageerden ze positief), veel mensen uit het dorp hebben zo hun vermoedens (laatst kwam ze nog iemand tegen die zei: 'Oh, ben jij dat?'). Zelfs voor het parochiebestuur is het geen geheim meer. Maar nooit zal iemand eens vragen: 'Zeg, hoe ís het eigenlijk met jullie, loopt jullie relatie een beetje, zijn jullie wel gelukkig?'

Vooropgesteld: ze houdt van die man, een oudere priester die zeer gezien is in zijn parochie. En ze vindt het 'eigenlijk verschrikkelijk' dat ze stiekem in een Van der Valk-restaurant over hun 'geheime' relatie praat. 'Vanavond zit ik weer bij hem, absurd toch?'

Janny Winter, een vlotte, zelfstandige vrouw van middelbare leeftijd, heeft haar priester niet ingelicht over het interview. Ze wil dan ook niet met haar echte naam in de krant, noch details vertellen die al te herkenbaar zijn. Denk aan de bisschop, zegt ze herhaaldelijk, de bisschop die ooit zei, nadat een geheime relatie in zijn bisdom openbaar was geworden: 'Tja, ik wist er al eerder van, maar toen het feit op mijn bordje lag, moest ik wel actie ondernemen. . .'

En dat is het laatste wat zij wil. Stel dat de priester, door haar toedoen, zijn baan verliest. Dan is zij haar man kwijt, dat weet ze zeker. 'Zo zit je dus altijd klem. Als een kind dat begint te liegen en het web van leugens steeds groter ziet worden.'

Schimmig en geheimzinnig is de sfeer rond de priester die er in het geniep een minnaar of minnares op nahoudt. Er zijn de schandalen, natuurlijk, dan staat het in alle kranten, maar verder wordt er vooral veel over gefluisterd, en liefst nog gezwegen - om te beginnen in de kerkelijke kring zelf. De vereniging tot vernieuwing van het ambt in de rooms-katholieke kerk, het GOP, wil die stilte vandaag doorbreken: tijdens de - openbare - jaarvergadering in Den Bosch zullen de leden openlijk discussiëren over het taboe op de minnende priester. Hoe gaan priesters om met een collega van wie ze weten dat hij een relatie heeft? En waarom blijkt juist dit taboe zo hardnekkig?

Het GOP noemt de anonieme relaties een 'trend', al kan niemand cijfers geven, want geheim is geheim. We moeten het doen met uitspraken als: 'Dat zie je toch overal om je heen' (W. van der Velden van het GOP), en: 'Alleen in het bisdom Utrecht ken ik er al vier' (N. Bulter van de Vereniging Pastoraal Werkenden).

Bij de stichting Magdala, die zich inzet voor vriendinnen van priesters, zijn zo'n honderd vrouwen aangesloten. Woordvoerster A. de Jong vermoedt dat dat 'slechts het topje van de ijsberg is', maar bewijzen heeft ook zij niet. De meest betrouwbare indicatie, maar ook niet meer dan dat, is misschien nog wel een promotieonderzoek van A. Hoenkamp uit begin jaren negentig, waarvoor zij uitvoerig sprak met 24 priesters over de beleving van hun celibaat. Slechts zes van hen hielden daar oprecht aan vast. De overigen hadden een vaste of wisselende relaties, of leefden niet echt overtuigd celibatair.

De bisschoppen ontkennen het bestaan van de verboden liefdes niet, maar zijn onverbiddelijk: wie de belofte van het celibaat verbreekt, ligt eruit. Een priester behoort zich nu eenmaal geheel te wijden aan 'de dienst van God en de mensen'; seks, partners en eventueel kinderen zouden maar afleiden van het heilige ambt.

Wat overigens niet wil zeggen dat er geen overleg of bezinning mogelijk is in geval van zonde. De meeste bisschoppen benaderen het probleem tamelijk 'pastoraal', aldus woordvoerder P. van Zoest van de bisschoppenconferentie. Met 'compassie' dus, en een goed gesprek. Zolang de relatie geen ophef veroorzaakt in een parochie, zal de bisschop geneigd zijn haar te 'gedogen'. Van Zoest, voorzichtig: 'Het gaat er ook om hoe een priester zijn relatie in het openbaar uitdraagt. De bisschop hanteert niet meteen de botte bijl.'

'Ach joh, hou het geheim, er is geen haan die ernaar kraait', kreeg priester W. Smit (43) te horen van collega's en parochianen toen hij zijn liefde voor Loes opbiechtte. Tijdens een voettocht door het land van Franciscus in Italië, zomer 1997, was hij stapelverliefd geworden. Heel romantisch, maar zelden kampte hij met zo'n groot innerlijk conflict.

Smit was net een jaar daarvoor tot priester gewijd, hij deed het goed in de parochies van Hellendoorn en Rijssen. Toch koos hij, uiteindelijk, voor zijn vrouw. Al in Italië bekende hij Loes zijn liefde ('Goddank was het wederzijds'), en vrij snel na zijn thuiskomst stelde hij de kerk op de hoogte.

De bisschop heeft nog grote druk op hem uitgeoefend: had hij geen behoefte aan retraite in een klooster, moest hij er niet over nadenken? De kerk heeft haar dienaren, in deze tijden van schaarste, immers hard nodig. Maar Smit wilde 'zijn geluk niet te grabbel gooien'. Inmiddels runt hij een pastoraal bureau voor trouwdiensten en heeft hij twee kinderen. Spijt heeft hij nooit gehad: 'Als je kiest voor het verzwijgen van de liefde doe je niet alleen jezelf en je vrouw tekort, maar ook de mensen voor wie je bent aangesteld. Ik weet zeker dat niemand daar gelukkiger van wordt.'

De geheimhouding drukt vaak zwaar op de relaties, is de ervaring van voorzitster C. Ubbink van de stichting Magdala. De vrouwen voelen zich miskend, komen in een isolement terecht. Ze hebben veel over voor hun priester, voor zijn baan en positie - 'Want wat moet hij als hij geen priester meer mag zijn' -, maar doen zichzelf al snel tekort. Magdala moedigt de vrouwen daarom aan te streven naar zoveel mogelijk openheid, al wordt hen dat door de priesters, en soms ook door de vrouwen zelf, niet altijd in dank afgenomen. Ubbink: 'De mannen kiezen toch vaak voor hun eigen hachie. Zij hebben baat bij geheimhouding, en de vrouwen gaan daar helaas vaak in mee.'

Maar ook de naast omgeving helpt vaak het taboe in stand te houden. Vrienden en familie zwijgen omdat zij loyaal zijn, of zich allicht geen raad weten met de priestervriend van zus of zoon. De parochianen zelf zeggen niets omdat zij hun pastoor niet kwijt willen. En collega-priesters of pastoraal werkers ontkennen het vaak, of durven er niet over te beginnen.'

'Nee, ik zou er nooit uit mezelf iets over zeggen tegen een collega', zegt pastoor A. Monninkhof (38) uit Ulft zonder aarzelen. 'Pas als iemand zelf aangeeft dat hij over zijn relatie wil praten, zou ik erop ingaan.' De bisschop daarentegen zou een priester er wél op aan moeten spreken, vindt Monninkhof. 'Er wordt toch een belofte verbroken.'

Overigens hoort de jonge pastoor 'nauwelijks klachten' in zijn omgeving over het celibaat. Werkelijk niet, hij durft 'met zijn hand op zijn hart' te zeggen dat hij geen priesters kent met een geheime liefde. Zelf heeft hij ook, na lang twijfelen, heel bewust gekozen voor een celibatair leven. 'Ik ken mijn gevoelens heus wel, ik zal ze niet wegdrukken, maar ik weet nu hoe ik ermee om moet gaan.' Openheid is belangrijk, denkt hij, en goede vrienden met wie intieme zaken gedeeld kunnen worden. 'Ook een priester is er niet voor gemaakt om allenig in de pastorie te zitten.' En elke zaterdag staat Monninkhof als scheidsrechter op het voetbalveld - voor de nodige ontspanning.

Opvallend is dat vooral oudere priesters een relatie aangaan; bij zowel de Vereniging Pastoraal Werkenden en Magdala zijn vrijwel geen jonge zondaars bekend. Het zou kunnen dat de jongeren beter met het celibaat om kunnen gaan omdat zij, in tegenstelling tot de 50-plussers, geleerd hebben om over hun gevoelens te praten, zegt psychologe A. Hoenkamp. Uit haar promotie-onderzoek bleek dat juist dat vermogen tot emotionele intimiteit onmisbaar is voor het welslagen van een celibatair leven.

Anderen menen dat de jongeren, vooral die van traditionele opleidingen als Rolduc, 'braver' en 'behoudener' zijn. Maar waarschijnlijker is het gewoon een kwestie van leeftijd: 'De eerste 10, 15 jaar stort een jonge priester zich altijd enthousiast op zijn werk', zegt De Jong van Magdala. 'Pas later gaat hij zich afvragen waar hij het allemaal voor doet. Dan begint het gemis aan intimiteit op te spelen.'

Janny winter weet niet of ze de eerste liefde was van haar pastoor. Ze weet ook niet hoe hij zijn relatie voor zichzelf verantwoordt. 'We deelden van begin af aan het gevoel: het celibaat is niet normaal, het is onmenselijk. Laat maar gebeuren, we zien wel.'

Natuurlijk heeft ze weleens gedacht, als ze op zondagmorgen bij hem in de kerk zat, dat het hypocriet was wat hij voor het altaar verkondigde. Maar welke priester of predikant kan zijn mooie woorden wel waarmaken, vraagt zij zich dan vervolgens af. Is er niet altijd een tegenspraak?

Winter is niet vaak boos meer op haar geliefde. Dat heeft geen zin, heeft ze geleerd, er komt alleen maar ruzie van. 'Hij besteedt al heel veel uren aan mij, hij doet echt alles wat in zijn vermogen ligt.' Ze heeft zich erbij neergelegd dat hij niet voor haar kan zorgen als ze ziek is, dat hij geen opa voor haar kleinkinderen wil zijn, nooit een arm om haar heen slaat op straat.

Haar woede richt zich nu op het instituut, de kerk, die van haar werknemers het onmogelijke verlangt. Soms zou ze de bisschoppen willen toeschreeuwen: ''Hé, hoe zit het eigenlijk met jullie seksleven, jullie verlangen?!''

Want je kunt de liefde niet maken, zegt ze, maar ook niet verbieden.

Meer over