Lichaam als een groot en vochtig brood

Geen auteur is het afgelopen jaar zo uit de anonimiteit naar voren geschoten als E. Annie Proulx. Deze Amerikaanse schrijfster van gemengd Frans-Canadese en Ierse komaf won met haar tweede roman, The Shipping News, vier literaire prijzen, waaronder de Pulitzer Prize en de National Book Award....

E. Annie Proulx - de E. staat voor Edna - wordt dit jaar zestig en mag dus een laatbloeier worden genoemd. Ze had er drie huwelijken (en drie zoons) voor nodig, en in de tussentijd een moeizame carrière als broodschrijfster, om tot de conclusie te komen dat niet het gezinsleven maar de literatuur haar ware bestemming is. Proulx heeft dus wat in te halen. En het moet gezegd: in veel opzichten leest The Shipping News, inmiddels in vertaling verschenen als Scheepsberichten, als een eruptie.

Dat komt in de eerste plaats tot uiting in de stijl, die dikwijls iets kortademigs heeft. Neem de wijze waarop Proulx haar hoofdpersoon, Quoyle, neerzet. 'Zijn banen: distributeur van snoepautomaten, nachtverkoper in een drugstore, derderangs krantejournalist. (. . .) Een lichaam als een groot en vochtig brood. Woog hij als zesjarige al tachtig pond, als zestienjarige ging hij gebukt onder een vracht vlees. Een hoofd als een kanteel, geen nek, rossig achterovergekamd haar. Bolle gelaatstrekken, als vingertoppen waarop gezogen is. Ogen de kleur van plastic. Monstrueuze kin, een bizarre richel, die uit de onderkant van het gezicht stak.'

Aan de ene kant verraadt deze schrijfstijl gulzigheid: geen detail wordt onbesproken gelaten, het bovenstaande is slechts een kort fragment uit een even uitputtende als vernietigende beschrijving. Tegelijk lijkt de auteur zo gedreven om haar informatie kwijt te kunnen, dat ze bij herhaling zinsdelen weglaat, zonder welke de boodschap ook wel wordt begrepen. Dit geeft haar proza onmiskenbaar iets eigenzinnigs, maar een tikje irritant is het wel.

Niet alleen Proulx' schrijfstijl, maar ook haar plot-opbouw is eruptief. Met name in de eerste hoofdstukken gebeurt ontzettend veel. Quoyles weinig opzienbarende carrière wordt beschreven, alsook zijn huwelijk met Petal Beer, geïntroduceerd met de typerende zin: 'Toen, tijdens een vergadering, Petal Beer.' Het huwelijk levert hem een maand van vurig geluk op, gevolgd door een zes grillige jaren durende lijdensweg. Petal is een nymfomane, bedriegt en vernedert Quoyle en betoont zich een slechte moeder van haar twee dochters, Bunny en Sunshine.

Dat laatste is nog uiterst mild uitgedrukt, zo blijkt wanneer Petal er met de kinderen vandoor gaat, en zich niet veel later te pletter rijdt. Vlak voor het ongeluk heeft ze haar respectievelijk zes en vierenhalf jaar oude kinderen verkocht aan een pedofiele fotograaf. Gelukkig krijgt Quoyle zijn kinderen terug zonder dat er al te veel kwaad is geschied.

Dan komt Tante Agnis Hamm over. Ze vertelt Quoyle verhalen over hun voorouders die in Newfoundland woonden, onder andere over zijn grootvader die weliswaar op twaalfjarige leeftijd verdronk, maar zich op dat moment niettemin al van nageslacht had verzekerd door zijn zusje zwanger te maken. Uiteindelijk laat Quoyle zich overtuigen dat hij naar deze Canadese provincie moet afreizen om daar een nieuw leven te beginnen.

Quoyle en zijn dochters vestigen zich in het huis van hun voorouders, in de buurt van het piepkleine plaatsje Killick-Claw. Hij krijgt een baantje bij de Gammy Bird, een lokale krant, waarvoor hij de scheepsberichten gaat verzorgen: berichten over de aankomst- en vertrektijden van schepen, hun thuishaven, lading en andere feiten die de lezerskring van de krant klaarblijkelijk in hoge mate interesseert.

Maar er is nog een tweede taak die Quoyle krijgt toegewezen: het verslaan van de plaatselijke auto-ongelukken. Zoals zijn hoofdredacteur het samenvat: 'Iedere week zetten we een foto van een autowrak op de voorpagina, of we een wrak hebben of niet. Dat is onze gouden regel. Geen uitzonderingen.' Gezien het recente verleden is dit voor Quoyle op zijn zachtst gezegd een gevoelig onderwerp.

Na de heftige stroom van de eerste paar hoofdstukken, belandt het verteltempo gaandeweg in een wat lagere versnelling. Proulx schetst het dagelijks leven in Newfoundland, inclusief de claustrofobische winters, en vertelt anekdoten over verdrinkingen en andere door natuurgeweld veroorzaakte rampen. Soms hebben de verhalen een magisch karakter, maar naar verluidt heeft Proulx in die gevallen steeds geput uit werkelijk gebeurde geschiedenissen.

De research die aan haar sfeertekeningen ten grondslag ligt, komt onder andere tot uiting in het taalgebruik, de natuurbeschrijvingen, de namen van de personages (Adonis Collard, Alvin Yark, Biscuit Paragon, Diddy Shovel, Beanfield Nutbeen), de plaatselijke roddels en - letterlijk - een kijkje in de plaatselijke keuken, dat sneeuwkrab, kabeljauwwangen, kreeftsalade en zeehondevinnetaart oplevert.

Scheepsberichten ontwikkelt zich, na een stormachtig begin, tot een roman waarin de hoofdpersoon in het reine komt met zichzelf, in een omgeving die hem weliswaar vreemd is en hem regelmatig met bizarre, bijna absurdistische gebeurtenissen confronteert, maar die ook louterend werkt.

Het boek is voorzien van een reeks noten, waarvan sommige heel nuttig zijn. Want wie weet er dat 'jowls and bridges' een Newfoundlands gerecht is van kabeljauwwangen en -tongen, of dat 'figgy duff' een soort rozijnenbrood is? Daar staat een reeks overbodige verklaringen tegenover. Dat Jascha Heifetz een beroemd violist was bijvoorbeeld, of dat een skiff een boot is, iets dat zelfs voor wie niets van schepen weet gemakkelijk uit de context is op te maken. Dat 7-Eleven een supermarktketen is, is geen nieuws en de verklaring van het begrip 'Cargo Cultus' is nietszeggend. Bovendien gebruiken we in het Nederlands daarvoor gewoonlijk de Engelse term Cargo Cult.

Het mooist is noot dertien, die nadere informatie verschaft over de betekenis van de volgende zin: 'En de Mounties proberen de oorzaak te achterhalen van een vroege brand, die de visfabriek van Pinehole Seafood op het eiland Shebeen in de as heeft gelegd.' Mounties? 'Canadese Bereden Politie', aldus het notenapparaat.

En ik maar denken dat Piet Bambergen en René van Vooren dat zaakje van die geroosterde vis moesten oplossen.

E. Annie Proulx: Scheepsberichten.

Uit het Engels vertaald door Regina Willemse. De Geus, ¿ 49,90.

Meer over