Liberalen waren van oudsher al een anarchistisch volkje

Liberalen zijn nooit een toonbeeld van partijdiscipline geweest. De huidige problemen in de VVD gaan over stijl.Door Peter Giesen..

Peter Giesen

‘De liberalen zijn en blijven moeilijk te organiseren. Die ervaring wordt gedeeld door achtereenvolgende generaties liberale bestuurders’, schreef VVD-politicus Henk Vonhoff in een gedenkboek. Over de 19de eeuw wel te verstaan: toen al hadden liberale politici de pest aan partijdiscipline.

De liberale partijgeschiedenis is roerig. In 1951 diende de VVD-leider Oud een motie van wantrouwen in tegen zijn rivaal en partijgenoot, minister Stikker van Buitenlandse Zaken. Menig partijleider werd voortijdig afgeserveerd. Toch bleven de verschillende vleugels van de VVD bij elkaar, van de oprichting in 1948 tot 2004, toen Geert Wilders de partij verliet. Nu Rita Verdonk uit de partij is verwijderd, dreigt een nieuwe scheuring.

Bij het vijftigjarig bestaan van de VVD in 1998 schreef Henk Vonhoff een boek met de tevreden titel Liberalen onder één dak. Bij het zestigjarig jubileum in januari 2008 zal naar een ander thema moeten worden gezocht.

De liberalen waren altijd zwak georganiseerd, zegt historicus dr. Gerrit Voerman, hoofd van het Documentatiecentrum Politieke Partijen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze vormden als laatsten een politieke partij, vooral omdat zij gedwongen werden door de toenemende macht van de antirevolutionairen en de socialisten.

Partijcultuur

‘Het bestuur van de Anti-Revolutionaire Partij heette het Centraal Comité, net als bij de communisten. Dat van de Bond van Vrije Liberalen heette Commissie van Advies. Dat zegt iets over de partijcultuur. Liberalen waren te individualistisch om zich naar een strakke discipline te voegen’, aldus Voerman. ‘Dat is nog steeds merkbaar.’

Tijdens het Interbellum was het liberalisme verdeeld over twee partijen, de conservatieve Liberale Staatspartij en de progressieve Vrijzinnig-Democratische Bond. Beide waren overtuigde aanhangers van de vrije markt. Alleen vond de VDB dat de overheid zich moest inspannen om elke burger een gelijke startpositie te geven.

De conservatieve liberalen geloofden daarentegen in maatschappelijke hiërarchie. Ze werden geportretteerd door de dichter Jan Greshoff:

‘Ik houd zoo van die donkre burgerheeren

Die langzaam wandlen over ‘t Velperplein

In deze koelen winterzonneschijn

De dominé, de dokter, de notaris,

En ’t klerkje dat vandaag wat vroeger klaar is.’

‘In de Liberale Staatspartij heerste een sterk standsbesef. Als iemand van lage sociale komaf op de lijst stond, werd er een kandidaat uit een hoog milieu naast gezet. De partij moest wel gedistingeerd blijven’, zegt Voerman. De VDB vond haar aanhang vooral in de middengroepen.

Na de oorlog komt er een herschikking. De LSP gaat aanvankelijk op in de nieuwe Partij van de Vrijheid onder leiding van Dirk Stikker, de VDB in de eveneens nieuwe Partij van de Arbeid. VDB-leider P.J. Oud voelt zich echter niet thuis in de PvdA. Hij zoekt toenadering tot de Partij van de Vrijheid, hetgeen in januari 1948 leidt tot de oprichting van de nieuwe Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.

Dialoogje

Deftige liberalen mopperden over de benaming Volkspartij. Na afloop van de oprichtingsvergadering werd een grommend dialoogje opgetekend:

‘Zo, het kind is geboren.’

‘Wat mij betreft had het woord ‘Volkspartij’ achterwege kunnen blijven.’

‘Ja, en wat mij betreft het woord ‘Democratie’ ook.’

De oprichting van de VVD was een vorm van krachtenbundeling, in een periode waarin het liberalisme in het defensief zat. ‘Bij de naoorlogse naamgeving werd het woord liberaal zorgvuldig gemeden’, zegt Voerman. ‘Het liberalisme stond in een kwade reuk. Volgens velen had de economische crisis van de jaren dertig te lang kunnen doorwoekeren door de liberale leer van staatsonthouding.’

Sinds de jaren tachtig floreert het liberalisme, maar de VVD dreigt nu uit elkaar te vallen. Dat heeft niet zozeer met het liberalisme te maken, zegt Voerman, als wel met de maatschappelijke omstandigheden. In turbulente tijden domineren veelal de middelpuntvliedende krachten. Ook in de jaren zestig verloren de grote partijen aan nieuwkomers als D66, de Boerenpartij, de PPR en DS ’70.

De VVD wordt niet verscheurd door de primair sociaal-economische tegenstelling tussen conservatieve burgerheren en vooruitstrevende liberalen. Die werd in 1948 overwonnen. Na 11 september en Fortuyn kwam een nieuwe, veeleer culturele breuklijn aan de oppervlakte, die dwars door de VVD loopt. Die lijn draait vooral om twee dingen, stelt Voerman: angst voor islam en wantrouwen tegen een politiek die te ver van de burgers zou afstaan. Rutte en Verdonk bevinden zich aan weerszijden van die lijn.

Voerman: ‘Daarbij zijn de inhoudelijke verschillen tussen Verdonk en Rutte niet zo groot. Rutte heeft het vreemdelingenbeleid van Verdonk altijd gesteund. Maar het is een verschil in oriëntatie en stijl. Rutte is kosmopolitisch en bestuurlijk, Verdonk nationalistisch en populistisch.’

Meer over