LIBERALE GEMEENPLAATSEN

HET was zo'n bericht dat ons weer eens deed beseffen in wat voor een mooie tijd we leven. 'Pronk schiet Nederlands bedrijfsleven te hulp' was afgelopen zaterdag de kop....

Uit de doeken werd gedaan hoe onze minister voor Ontwikkelingssamenwerking in Brussel heeft gepleit voor meer Europese ontwikkelingsgelden voor vaderlandse ondernemingen. De laatste socialist in de PvdA als lobbyist voor het grootkapitaal, een prachtige vertoning is dat.

Dat Jan Pronk liever wil dat de Derde Wereld wordt uitgebuit door Nederlandse dan door buitenlandse ondernemingen, zegt iets over de waarde van het internationalisme van linkse politieke stromingen. In een essay over socialisme en internationalisme hebben Marnix Krop en Bart Tromp weleens hun licht laten schijnen over de mogelijkheden van een socialistische buitenlandse politiek.

Zij memoreerden augustus 1914 toen internationale solidariteit van de arbeidersklasse een illusie bleek en Troelstra vaststelde dat de nationale gedachte overheerste. Het socialistisch internationalisme is altijd voor een groot deel sentiment geweest, schreven Krop en Tromp; socialisten voeren in de eerste plaats nationale buitenlandse politiek.

Dit laten prevaleren van de nationale gedachte zien we zeker niet alleen bij de socialistische stroming. In Nederland stelt zowat elke persoon en elke groepering het nationale belang voorop, ook al zal dit meestal niet zo duidelijk worden gezegd. Zo is er, afgezien van de libertaire partij, geen enkele politieke partij die de grenzen helemaal open wil stellen voor immigranten.

Er is geen enkele politieke partij die drastisch wil bezuinigen op de nationale gezondheidszorg om de ontwikkelingshulp drastisch te verhogen, ook al zijn de noden van Afrikanen een stuk nijpender dan de noden van onze landgenoten. Er is geen enkele politieke partij die er bezwaar tegen aantekent dat de Nederlandse regering haar best doet de veiligheid van onze burgers te garanderen.

De uitdrukking 'Eigen volk eerst' is bij ons taboe verklaard, maar het gaat hier eigenlijk om een leuze die we allen stiekem onderschrijven en in praktijk brengen. Waar het om gaat, is op welke wijze dat 'hemd is nader dan de rok'-uitgangspunt wordt uitgewerkt en in welke mate er rekening wordt gehouden met de belangen van andere volkeren.

Gezien deze stand van zaken is de stelling van Patrick van Schie dat het goed zou zijn 'als Nederland zijn beleid daadwerkelijk op het nationaal belang zou stoelen' enigszins verrassend. De medewerker van de Teldersstichting wekte afgelopen zaterdag op deze pagina de indruk dat Nederland in de internationale betrekkingen vooral voor zendeling wil spelen en aan behartiging van de eigen belangen nauwelijks toekomt.

Dit is een indruk die door weinigen wordt gedeeld. Zeker niet door diegenen die in de dagelijkse praktijk te maken hebben met Nederlandse diplomaten en beleidsmakers. In het buitenland, zo heeft Hans van Mierlo weleens in de Tweede Kamer opgemerkt, schiet iedereen in de lach als wordt gezegd dat Nederlanders in de internationale arena niet voor hun eigen belang opkomen.

Van Schie zou iets bijzonders beweren als hij zou betogen dat het nationaal belang in de Nederlandse politiek absoluut gesteld behoort te worden en als enig richtsnoer dienst zou moeten doen. Dit zou betekenen: de grenzen dicht voor migranten waarvan geen bijdrage aan de stijging van onze welvaart wordt verwacht, geen ontwikkelingshulp, geen protesten tegen mensenrechtenschendingen, et cetera.

Zo ver is de partij van Van Schie, de VVD, nooit gegaan. VVD-woordvoerders hebben zich doorgaans minder bevreesd getoond hun aanbevelingen te onderbouwen met verwijzingen naar de mogelijke baten voor het Nederlandse volk dan vertegenwoordigers van andere partijen. Toch hebben de liberalen zich geregeld van hun idealistische kant laten zien.

Bijvoorbeeld door hun steun voor Nederlandse deelname aan vredesmachten, waarbij niet direct van eigen voordeel sprake was. En door hun steun voor Israël, hoewel deze steun met het oog op de rijkdom van de Arabieren voor het eigen belang duidelijke risico's kende. En door hun steun voor ontwikkelingshulp en een actief mensenrechtenbeleid.

Maar ook Van Schie verabsoluteert - gelukkig - het nationaal belang niet. In zijn geschrift over het onderwerp ruimt hij in het buitenlands beleid een plaats in voor de export van waarden die in onze liberale democratie breed gedeeld worden. Het mag alleen niet te gek worden. De stelling van Van Schie wordt zo een gemeenplaats: nationaal belang moet voorop staan, maar een zeker idealisme is in de buitenlandse politiek wel op zijn plaats.

Het is zeker van belang dat er in Nederland wordt gediscussieerd over onze bijdrage aan vredesmachten, over ontwikkelingshulp en over andere vormen van min of meer idealistische buitenlandse politiek. Maar met algemene uitspraken over 'het' nationaal belang in 'het' buitenlands beleid help je die discussies niet veel verder.

Meer over