Levenslang voor racist na sturen bombrieven

De Oostenrijker Franz Fuchs is woensdagochtend door een jury van de rechtbank in Graz tot levenslang veroordeeld voor het plegen van een reeks racistische aanslagen met pijpbommen en bombrieven....

De jury achtte bewezen dat Fuchs (49) tussen december 1993 en december 1995 in totaal 23 bombrieven heeft verstuurd die vijftien mensen, vaak ernstig, hebben verwond. In de brieven liet hij de aanslagen opeisen door het Bajuwarische Bevrijdingsleger. Maar volgens de officier van justitie is Fuchs alleen verantwoordelijk voor de misdaden en is het nationalistische bevrijdingsleger een van zijn hersenspinsels.

Fuchs' motief was vreemdelingenhaat. De ergste aanslag vond plaats in februari 1995. Toen ontplofte er een pijpbom achter een poster die was gericht tegen buitenlanders. Vier zigeuners die het plakkaat wilden verwijderen, werden gedood.

Bij andere aanslagen raakte een tiental mensen gewond. Zijn eerste brief ontplofte in handen van pastoor Janisch in Hartberg, die daarbij ernstige verwondingen opliep. Twee dagen later explodeerde een brief aan de burgemeester van Wenen Helmut Zilk. Hij hield er een verlamde linkerarm aan over. Fuchs stuurde ook bombrieven naar mensen in Duitsland die zich inzetten voor buitenlanders.

Het proces tegen Fuchs, die als een kluizenaar leefde, was vorige maand begonnen. Bij zijn optredens in de rechtszaal riep hij steeds nationalistische en racistische leuzen, waarop de rechtbank besloot dat hij de zittingen niet meer mocht bijwonen. Dinsdag kreeg Fuchs de gelegenheid een laatste woord te spreken, maar opnieuw riep hij slechts 'Leve het Bajuwarische Bevrijdingsleger' en 'Leve het etnisch-Duitse volk'.

Fuchs werd in oktober 1997 gearresteerd nadat hij beide onderarmen had verloren toen hij tijdens een routinematige verkeerscontrole in paniek raakte en met een van zijn eigen bombrieven zelfmoord wilde plegen. Bij het doorzoeken van zijn huis in Gralla vond de politie een compleet arsenaal aan bommen en chemicaliën.

De Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken Karl Schloegl noemde het vonnis een 'duidelijk en logisch' oordeel.

Meer over