Levende stilte

Hoe schilder je stilte? Kunstenaars proberen het al eeuwen. Toch is er één die het zo kon verbeelden, dat je je adem erbij inhoudt.

DOOR WIETEKE VAN ZEIL

Kun je stilte schilderen? Het lijkt voor de hand te liggen, want er is een heel genre naar stilte vernoemd: het stilleven. Er zijn stillevens waar je het geruis van de zee in de schelpen bijna kunt horen, van Adriaen Coorte, en stillevens die de dood zo dichtbij halen, met een schedel, de verkleurde vellen van een dik boek en een zandloper, dat je bijna een klok kunt horen aftikken.

Stillevens zijn stil in zo verre het weergaves zijn van stille voorwerpen. Levenloos. Voor de schilder handig, dat werkt een stuk rustiger dan een rusteloos kind portretteren of een jachthond. Maar is daarmee stilte geschilderd?

Neem Willem Claesz. Heda. Een van de eerste, en misschien de beste stillevenschilder in de Hollandse Gouden Eeuw. In het Rijksmuseum hangt een 'banket' uit 1635- een tafel met brood, citroen, oesters, een roemer, drinkschaal, tinnen kan en een bokaal. In eerste instantie voel je de stille zondagse luxe in alles. Zelfs de gedempte kleuren doen mee. Toch zit er een enorme potentiële energie in die voorstelling. Alle materialen kúnnen lawaai maken, en beloven dat ook te gaan doen. Dit is geen materiaal om stil te blijven, maar een uitnodiging om te klinken, te slurpen, het brood te breken en de wijn te schenken. Binnen enkele minuten verwacht je de tikkende galm van bestek tegen borden.

Stilte zit 'm in de schilderkunst niet in stil leven, maar in levende stilte. Daar waar wel leven is, maar in zo'n rust, dat je je adem ervan gaat inhouden. En daarvoor moeten we bij een héle andere schilder zijn. Er zijn veel schilders in Holland geweest die met grote overtuiging rust konden weergeven. Pieter de Hooch, met zijn huiselijkheid, uitgestrekt tot op de stoep. Gerard ter Borch kon een fluistergesprek schilderen - de beschaafde conversatie tussen een dame en haar dienstmeid.

Maar alleen Johannes Vermeer kon de stilte schilderen die om één persoon hangt die bezig is. Onverschillig voor de omgeving. Een soort stilte die ook een studerend meisje in een bibliotheek aantrekkelijk maakt: er gaat van alles in haar hoofd om, ze weet dat er anderen zijn, maar waant zich niet bekeken. Geen tijd voor, geen interesse ook. Of de stilte die een man omgeeft die een boek leest in de trein, in de coupé tegenover.

Het is de stilte van concentratie, waarvan je weet dat het van binnen, in dat hoofd, niet stil is. Maar daar kun je niet bij. Een soevereine, actieve stilte, die van de dode objecten in een stilleven niet zouden kunnen uitgaan.

Vermeers vrouwen zijn soeverein omdat ze geen moeite doen. Niet pleasen, niet vragen, niet showen, niet vertellen. Ze zijn even bescheiden als superieur met hun eigen dingetje bezig. Jij benadert hún, niet andersom. En niet te dichtbij. Alles straalt uit: respecteer de concentratie, laat haar. Vermeer wordt er al heel lang om geroemd, en het is er de laatste jaren niet minder op geworden; zijn oeuvre kun je zien als de sublieme tegenhanger van het jachtige, onstopbare leven buiten de muren van het museum. Het doorgaan en doorgaan van beelden en geluiden, het connected zijn, moeten zijn, met iedereen. Vermeer biedt de uitweg, het utopia voor wie de denderende trein van informatie, communicatie en beeld even echt niet wil.

Toch zijn er maar een paar vrouwen van Vermeer die werkelijk in die zalige bubbel van zelfgeabsorbeerde aandacht zitten. Van de 36 schilderijen die tot Vermeers oeuvre worden gerekend, in de catalogus van Walter Liedtke uit 2008, zijn er negentien die een vrouw alleen weergeven - op vele andere staat er een man of dienstmeid bij. Van die negentien zijn er slechts elf die ons niet direct aankijken. Maar dan nog zijn daarvan de meesten niet met zichzelf bezig: zes van hen kijken weg, uit het raam, naar boven.

Slechts vijf Vermeer-vrouwen hebben dat magische. Dat onaantastbare stoor-me-nietgedrag. En dan reken ik de Melkmeid (ca. 1658) mee, ervan uitgaande dat het schenken van de melk zo stilletjes gaat als de hele ruimte in het schilderij suggereert.

Een kantklosster, een vrouw die een wegertje in balans houdt, en twee brieflezeressen. Daar moet de kunstgeschiedenis, en wij allemaal, het mee doen. Ze zijn heus niet de eerste vrouwen in stilte in de schilderkunst - Vermeers vrouwen worden niet voor niets geseculariseerde Madonna's genoemd. In zekere zin zijn het voortzettingen van de devotieschilderijen die er in de eeuwen aan Vermeer voorafgaan, van heiligen of Maria, soms ook alleen.

Maar bij hem is de stilte teruggebracht tot innerlijke rust. Om dat te kunnen verbeelden gebruikte hij de ruimte om de vrouwen heen; de kamers in Hollandse huizen met hoge plafonds en helder ochtend- of middaglicht door een raam. Een kader voor de afzondering. Moeilijker nog is het, om de vrouw zelf zo overtuigend te schilderen dat er géén geluid is. En dan zo, dat ze er ook niet als een stijve plank bij staat. In de 17de eeuw is veel geschreven over het uitbeelden van een gemoedstoestand.

De schilder moest de innerlijke wereld van de figuren zien te vertalen in houdingen en gebaren. Vaak gaat het juist om suggestie van beweging, zoals bij Jan Steen - bij Vermeer is dat omgekeerd. De suggestie van rust. Maar om dat te bereiken, moet de vrouw toch ook iets aan het doen zijn, hoe minimaal ook. Iets waar ze haar blik op richt, haar mond een heel klein beetje open, haar handen net de juiste spanning, het hoofd nét een beetje gebogen. Een brief, een kan, een kantwerkje. In actieve, ongestoorde, en inspirerende stilte.

Stiltecentrum Schiphol Het is er niet gegarandeerd voor honderd procent stil, maar vergeleken met de rest van de luchthaven is het Stiltecentrum op Schiphol een verademing. Het is wel de bedoeling dat u er mediteert, bidt, of op zondag een kerkdienst bijwoont, maar van het geluid van overvliegende vliegtuigen, oproepen of pratende medepassagiers heeft u er geen last. De ruimte is helaas alleen bereikbaar voor passagiers die buiten Schengen vliegen.

undefined

Meer over