Levende legende

Er staat een lange rij wachtenden voor de grote kerk aan de boulevard Saint Germain in Parijs. Het is een hete nazomerdag....

Paul Witteman

Lang heb ik het een griezelig gehoor gevonden, mannen die heel hoog zingen. In de tijd van de barok waren het castraten. Men verwijderde operatief de teelballen van de jongens om hun mooie hoge stem te bewaren. Ik vroeg me af waarom hun ouders dat goed vonden. Het bleek te gaan om kinderen uit arme gezinnen die dankzij de riskante en pijnlijke ingreep een fortuin in de muziek konden verwerven. De operatie was onwettig maar tegen wat extra betaling was een corrupte arts bereid te verklaren dat de vrouwelijke ontwikkeling van de jongens was te wijten aan een besmettelijke ziekte. Castraten waren populair, vooral bij vrouwen die wilde vrijen met een man die geen ongewenste zwangerschap kon veroorzaken. Ook de kerkleiding was dol op castraten omdat ze geen vrouw in het koor gedoogde maar wel een hoge stem nodig had voor de liturgie. Pas in 1913 kwam er een einde aan de ongezonde praktijken toen de laatste castraat, Alessandro Moreschi, afscheid nam als dirigent van de Sixtijnse Kapel in Rome.

Iedereen heeft wel eens last van een overslaande (falset)stem maar slechts weinigen kunnen er mooi mee zingen. Het vereist aanleg en jarenlange oefening. James Bowman (1941) is geen castraat maar de Brit bereikt met een aparte techniek bijna hetzelfde muzikale resultaat. Hij schakelt de borst als klankkast uit en gebruikt alleen de randen van zijn stem. Daarmee haalt hij moeiteloos het register van een vrouwelijke alt.

Op het altaar zien we een gezette zestiger die de stampvolle kerk inkijkt met een montere blik: hij heeft er zin in. Naast hem staat een jonge Franse sopraan met wie hij af en toe een duet zingt. Niemand ziet haar staan, alle ogen zijn gericht op de wereldberoemde Brit. Het orkest dat het altaar vult, volgt niet de dirigent maar de zer die de aria's zingt alsof ze net geschreven zijn, speciaal voor hem en voor ons en niet al eeuwen geleden voor een stoffige koning die tussen de maaltijden met muziek de verveling wenste te verdrijven.

Bij het Salve Regina van Pergolesi horen we in de kerk een zacht zuchten van verrukking, na de weergaloze aria 'O Lord' uit Saul van Hel klappen we onze handen stuk en tijdens het duet 'O fairest Isle' uit Purcells King Arthur pinkt mijn buurvrouw ontroerd een traantje weg. Ik kijk gefascineerd naar een doorsnee Engelsman in een wit overhemd die een stem geleend heeft van een buitenaards wezen.

Meer over