Leven om te overleven

Wat betekent de globalisering voor de bevolking in de Derde Wereld? Die vraag is een belangrijke drijfveer achter het werk van de socioloog Jan Breman....

In het voorjaar van 2002 schudde India op zijn grondvesten. Tijdens de heftigste botsingen tussen hindoes en moslims in tien jaar, vielen in de deelstaat Gujarat honderden doden en raakten vele duizenden mensen dakloos doordat hun huizen in vlammen opgingen. Het merendeel van de slachtoffers was moslim. Zij waren het doelwit van een wraakneming door hindoes nadat moslim-extremisten een trein met hindoepelgrims in brand hadden gestoken. Daarbij kwamen 58 mensen om.

Maar ging het hier alleen om een zoveelste uitbarsting van religieus gei¿nspireerd geweld tussen hindoes en moslims? Nee, zegt de socioloog Jan Breman, emeritus-hoogleraar aan de Universiteitvan Amsterdam. De gewelddadigheden kunnen niet los worden gezien van de verarming van de bevolking en werpen een bijzonder licht op de gevolgen van de globalisering. Breman deed vele jaren onderzoek in India. Vandaag worden in Amsterdam de resultaten van twee jaar onderzoek in Ahmedabad, de hoofdstad van Gujarat, gepresenteerd. Onderdeel daarvan is een fotoboek over de ondergang van de lokale textielindustrie.

Lange tijd stond Ahmedabad bekend als het 'Manchester van India'. Reeds voor de kolonisatie door de Engelsen genoot Gujarat in heel Zuid-Azië faam als centrum van de katoenteelt. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden de eerste katoenspinnerijen geopend in Ahmedabad. Er zouden er nog tientallen volgen. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog telde de stad 77 kantoenspinnerijen die werk boden aan ruim 77.000 arbeiders.

De oorlog, die de import van goederen aan banden legde, en de protectionistische politiek van de Indiase regering in de eerste jaren na de onafhankelijkheid, gaven een nieuwe impuls aan de textielindustrie. Vanaf de jaren zestig nam het aantal spinnerijen langzaam af, maar omdat de resterende fabrieken steeds meer producten gingen maken, nam het aantal werknemers nog steeds toe. Aan het eind van de jaren zeventig vonden bijna 160.000 arbeiders een bestaan in de textielindustrie van Ahmedabad.

Van dit indrukwekkende arbeidsleger was aan het eind van de vorige eeuw nagenoeg niets meer over. De laatste textielfabrieken boden werk aan nog geen 20.000 arbeiders op een bevolking van inmiddels 2,5 miljoen mensen. Wat ging er mis en welk lot wachtte de ontslagenarbeiders? The Making and Unmaking of an Industrial Working Class bevat de wetenschappelijke verslaglegging van Bremans onderzoek naar deze vragen. Daarnaast wordt vandaag in het vakbondsmuseum in Amsterdam een publieksuitgave gepresenteerd in de vorm van een fotoboek dat hij samen met de Indiaase fotograaf Parthiv Shah maakte, Working in the Mill No More.

Het is niet de eerste keer dat Breman, die reeds meer dan veertig jaar actief is in India, het wetenschappelijke pad verlaat. Het fotoboek over Ahmedabad kan worden beschouwd als een vervolg op het fotoboek Down and Out, Labouring under Global Capitalism, dat hij samen met Arvind Das schreef en dat van foto's werd voorzien door de Indiase fotograaf Ravi Agarwal.

Parthiv Shah komt zelf uit Ahmedabad en kon daardoor diep doordringen in de gemeenschap van voormalige textielarbeiders. Daarbij komt dat hij begin jaren tachtig als onderwerp van zijn eerste foto's de textielindustrie van Ahmedabad had gekozen, zodat hij over materiaal van vóór en na de sluiting van de fabrieken beschikte. Bovendien vonden Breman en Shah in de kelders van het kantoor van de vakbond van textielarbeiders een vergeten verzameling foto's uit de hoogtijdagen van de textielindustrie. Op deze manier kon de opkomst en ondergang van het Manchester van India vrijwel van het begin tot het eind in beeld worden gebracht. Parthiv Shah werkte uitsluitend in zwartwit wat zijn harde, grofkorrelige foto's een vaak grimmig karakter geeft.

Zoals de titel van het boek aangeeft, ligt de nadruk op de sociale gevolgen van de sluiting van de textielfabrieken. Hoe slecht de arbeidsomstandigheden ook waren, het werk gaf de arbeiders een zekere mate van bestaanszekerheid, aanzien en zelfrespect. De vakbond van textielarbeiders (TLA) was de grootste van India. Deze sociale structuur is volledig ontmanteld. Van collega's zijn zij elkaars concurrenten geworden op een reeds overvolle arbeidsmarkt. Velen zijn daardoor terechtgekomen op de bodem van de stedelijke economie, waar zij zich in leven proberen te houden met wat ook maar geld oplevert.

Het ontstaan van een dergelijk lompenproletariaat is, zo stelt Breman, niet uniek voor India. Ahmedabad staat voor een ontwikkeling die zich in grote delen van Azië voltrekt. Toch is het te simpel de globalisering van de economie als 'de' oorzaak aan te wijzen, al hebben mondiale ontwikkelingen het proces wel versneld. De relatief vroege industrialisatie had tot gevolg dat toen de internationale concurrentie oprukte, de inmiddels sterk verouderde textielfabrieken van Ahmedabad daar absoluut niet op waren voorbereid. Breman laat niet na te benadrukken dat de eigenaren weinig deden dit proces te keren. In plaats van de winsten die zij in de hoogtijdagen boekten, in de modernisering van hun bedrijven te stoppen, belegden zij hun geld liever in andere winstgevende projecten, meesurfend op de golven van de globalisering.

Aan het eind van het boek staan foto's van het 'andere' Ahmedabad, dat van de winkelcentra, appartementen en kantoorgebouwen die onderdak bieden aan de nieuwe dienstensector. Misschien is dat wel de grootste tragedie, dat de verarming van de bevolking plaatsvindt in een deelstaat die nu vooral bekendheid geniet vanwege zijn snel groeiende economie. Voor de werkloze textielarbeiders is dat een wereld waar zij geen toegang meer toe hebben.

Dat de situatie vorig jaar uit de hand liep verbaast Breman niet. Het ontslag van de duizenden textielarbeiders leidde niet alleen tot verarming en verpaupering, maar creëerde ook nieuwe scheidslijnen, waar het geloof er vroeger in de fabriek weinig toe deed. Er is in zo'n klimaat weinig voor nodig om groepen tegen elkaar op te zetten. Voor de slachtoffers van het geweld ziet de toekomst er ondertussen nog somberder uit dan toen zij werden ontslagen.

Meer over