Leven met verschillen, dat is hard werken

De secularisatie in Nederland heeft geen einde gemaakt aan de vroegere verdeeldheid en spanningen als gevolg van religieuze verschillen. Toch is het land het aan zijn historie verplicht in vrede samen te leven met andersdenkenden, betoogt James Kennedy....

Nederland is al vele eeuwen een land met een grote verscheidenheid aanreligies en levensbeschouwingen. Dat is niet onopgemerkt gebleven; dezeenorme variëteit in religieuze uitingsvormen fascineert buitenlandsewaarnemers en historici al eeuwen. Een van de grootste historischesuccessen van dit land is dat Nederlanders hebben leren omgaan met dezeverschillen. Maar dat is vaak een grote worsteling geweest, een strijd metvallen en opstaan.

De redenen voor het bestaan van deze multireligieuze samenleving zijneenvoudig te duiden. Nederland had geen centrale overheid tot na 1800. Voordie tijd werden ook religieuze kwesties vooral lokaal bepaald. Het mag danwel zo zijn dat de Gereformeerde Kerk in de 17de en 18de eeuw de enige doorde staat erkende kerk was, het lukte die kerk nooit om meer dan de helftvan de bevolking in haar armen te sluiten. Andersdenkenden kregen ruimtevan de overheid om hun geloof te beleven, al moest dat soms in eenschuilkerk. Dit had een oorzaak; Nederland was lange tijd een van debelangrijkste handelscentra in de wereld, waardoor tienduizenden mensen uitallerlei landen er neerstreken en godsdiensten meebrachten die sterkverschilden van de geloofsovertuigingen van de Hollanders.

De inwoners van Nederland reageerden daar verschillend op. In de stedenleefden de burgers dicht op elkaar en kwamen al snel erachter dat veel vanhun buren andere overtuigingen aanhingen. De Nederlandse 'koopmansgeest'vergemakkelijkte het omgaan met andersdenkenden, want in die geest wogenhandelsbelangen zwaarder dan theologische verschillen. Bovendien waren alleNederlanders, ongeacht hun geloof, met elkaar verbonden als medestandersin de strijd tegen water of vijanden. En natuurlijk werd het land bestuurddoor de 'regenten', die zich flexibel opstelden om de godsdienstvrede inhun dichtbevolkte steden te bewaren. Juist om 'de boel bij elkaar tehouden' hadden ze er weinig moeite mee ruimte te gunnen aanandersdenkenden.

Het vredig samenleven ging toch niet altijd van een leien dakje.Nederlanders waren niet alleen de slachtoffers maar ook plegers vanreligieus geweld tijdens de strijd tegen Spanje. Ook in vreedzamer tijdenworstelden zij met de aanwezigheid van andersdenkenden. Het vereist nueenmaal zelfbeheersing je eigen geloof hoog te houden en tegelijkertijd jebuurman ruimte te geven. Regenten konden voorkomen dat Nederlanders vanverschillende geloofsovertuigingen elkaar een kopje kleiner maakten, maardoor de vrije pers konden gelovigen elkaar in de 17de eeuw wel kwetsen metvlugschriften. Zelfs nadat volledige vrijheid van religie in de 19de eeuwwas afgedwongen, betekende dit nog niet het einde van de onderlingespanningen. Ook na het verkrijgen van burgerrechten werden joden enkatholieken vaak beschouwd als tweederangsburgers. Protestantendemonstreerden in 1853 massaal tegen de terugkeer - na een afwezigheid vandriehonderd jaar - van de katholieke bisschoppen. En omstreeks 1930 trokkenkatholieken door de straten van Amsterdam om Luther, de eerste protestant,te bespotten. Maar deze demonstraties ontaardden niet in groot geweld endat is opmerkelijk. Geweld tegen andersdenkenden kwam in andere landen vaakvoor, maar in het vermijden van extreem geweld kon en kan de Nederlandsemultireligieuze samenleving een succes worden genoemd.

Hoe slaagden de inwoners van Nederland erin relatief vredig samen televen? In de 17de eeuw werd met religie voorzichtig omgesprongen. Waar enwanneer je erover sprak, was aan grenzen gebonden. Meestal werd er alleenin besloten kring over gesproken. In de meeste dorpen en steden wisten debewoners wel waar hun buren kerkten, maar was dit zelden een punt vandiscussie. Na verloop van tijd werden de banden tussen mensen van dezelfdereligieuze overtuiging sterker en sterker, waardoor uiteindelijk deverzuiling ontstond. Veel Nederlandse gelovigen sloten zich overigens nietaan bij deze organisaties - daarvoor was de religieuze diversiteit te groot- maar deze organisatievorm, de verzuiling, karakteriseerde wel deNederlandse samenleving. Mijn eigen Nederlandse familie wasdoorsneeprotestants: ze haalden hun brood bij de protestantse bakker in hetdorp en lieten hun gezicht alleen zien bij de katholieke bakker als er eenspeciale aanbieding was. Zo zocht men de geborgenheid in eigengemeenschappen en liet anderen de ruimte hetzelfde te doen.

De geborgenheid in eigen groep ging vaak gepaard met onverschilligheidjegens de ander. Deze onverschilligheid heeft veel geweld en spanningenvoorkomen, maar ook veel goeds verhinderd. In de Nederlandse samenlevingworden mensen nog snel in een religieus hoekje gedrukt: die isgereformeerd, die is moslim en die is - zoals er vooral overniet-kerkelijken werd gesproken - 'niks'.

Er waren gelukkig ook mensen die niet wegkeken maar omzagen naarandersdenkenden, ook als het moeilijk was. Deze mensen reiktenanderskerkelijken of andersgelovigen de hand door hen te zien alslandgenoten, geloofsgenoten, medemensen of beelddragers van God. Nietalleen pragmatische overtuigingen, maar ook godsdienstige motieven drevenveel Nederlanders ertoe andersdenkenden te herkennen als schepselen Gods.Deze gelovigen kwamen de ander niet tegemoet door het idee dat allereligies zo'n beetje hetzelfde zijn, maar uit echte belangstelling voor deander. Ondanks de belangrijke verschillen van inzicht en geloof waren zijervan overtuigd dat zij anderen vriendelijk moesten bejegenen. Dezetraditie heeft oude papieren, maar werd misschien vooral zichtbaar in delaatste halve eeuw. Dit kwam doordat gelovigen door het wegvallen van deoude verzuilde organisaties meer ruimte kregen om kennis te nemen van deleefwereld van anderen, en doordat in het christendom een sterkeoecumenische beweging ontstond die ook in het Nederlandse koninklijk huiszichtbaar werd.

Evenals het Nederlandse volk worstelde het Huis Oranje-Nassau door deeeuwen heen met zijn positiebepaling in een land vol religieuzediversiteit. Veel vorsten uit dit Huis gaven blijk van fijngevoeligheidjegens religieuze verschillen. De stamvader, Willem van Oranje, zei al in1564: 'Ik kan niet goedkeuren dat vorsten over het geweten van henonderdanen willen heersen en hen de vrijheid van geloof en godsdienstontnemen.'

Deze overtuiging kreeg vorm in de ruimte die de oude NederlandseRepubliek gaf aan hen die zich niet wilden aansluiten bij de publieke kerk.De open houding van de Prinsen van Oranje was ook zichtbaar buiten deRepubliek. Zolang het Huis van Oranje het Prinsdom van Orange (in hethuidige Frankrijk) bestuurde, waarvan de naam van de dynastie is afgeleid,garandeerde men vrijheid van godsdienst en vergadering aan katholieken enprotestanten. Stadhouder Frederik Hendrik ging tegen de tijdgeest in toenhij katholieken het recht gaf te participeren in het bestuur over zijnpersoonlijk eigendom, de Baronie van Breda.

Dit betekent niet dat elke Oranjetelg zo ruimhartig was. Vooral depolitieke agenda's van stadhouder Maurits en koning Willem I vervreemddenen marginaliseerden sommige religieuze groeperingen. De eerste had eenslechte verhouding met remonstranten, de tweede joeg zowel katholieken alsorthodox-gereformeerden tegen zich in het harnas. Het leidde tot problemendie later moesten worden rechtgetrokken. Soms verschilden de Oranjes metelkaar van mening. Een aangetrouwde Oranje, de Duitse prinses Maria Louisevan Hessen-Kassel, wilde de vervolgde hernhutters (een protestantskerkgenootschap uit Tsjechië) een veilig onderkomen bieden in Nederland.Maar haar zoon, stadhouder Willem IV, verzette zich tegen dit initiatief,omdat het de publieke orde zou verstoren. Uiteindelijk kreeg moeder MariaLouise haar zin.

In het algemeen had het Huis Oranje-Nassau door de geschiedenis heen oogvoor het evenwicht tussen eigen overtuiging, respect voor verscheidenheid,en gemeenschappelijk belang. In de laatste decennia kregen leden van hetkoninklijk huis banden met en toonden zij belangstelling voor religieuzeontwikkelingen buiten de eigen kerk. Ook zij hebben een eigen weg moetenvinden in een wereld van religieuze pluriformiteit.

Met diezelfde opgave worden wij als 'gewone' inwoners nu ook indringendgeconfronteerd. Lange tijd leken de ontkerkelijking en individualiseringte suggereren dat een respectvolle omgang met religieuze verscheidenheidsteeds minder nodig zou zijn. Veel Nederlanders associeerden religieuzediversiteit vooral met verdeeldheid, spanningen en intolerantie. VeelNederlanders hebben de laatste decennia gedacht en misschien gehoopt dathet probleem van de religieuze diversiteit door de secularisatie gewoon zouverdwijnen.

Te makkelijk werd uitgegaan van 'tolerantie' als gemeenschappelijkuitgangspunt, waardoor samenleven min of meer vanzelf zou gaan. Maar zoging het niet. Wachten op het einde van religieuze en levensbeschouwelijkeverschillen is ook een ontkenning van de toekomst, die nog kleurrijker zalzijn dan het verleden. Immigratie en migratie, internationale handel en deinvloed van wereldculturen brengen eerder meer dan minder verscheidenheid.Het is belangrijker dan ooit met deze verscheidenheid te kunnen omgaan, entegelijkertijd moeilijker omdat religieuze diversiteit door zowel de oudeals de nieuwe bewoners van Nederland steeds meer wordt verbonden metsociale en culturele vraagstukken.

Het leven met verschillen is hard werken en het is nooit af, zowel voornieuwkomers als voor 'oudgedienden', religieus of niet-religieus. HetKoninkrijk der Nederlanden (Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba)heeft een rijke geschiedenis, waaruit veel lering kan worden getrokken overhet omgaan met religieuze verschillen - een krachtige erfenis in onzekeretijden. Laten we ernaar streven meer te doen dan alleen 'de boel bij elkaarhouden', maar ook ons steentje bijdragen aan een wereld waarin mensen zichmogen ontplooien en in vrede met elkaar kunnen samenleven. Laten weproberen ons te blijven inzetten. Niet alleen om te zorgen voor de ledenvan onze eigen religieuze gemeenschap, hoe belangrijk dat ook is, maar ookom anderen die door God rondom ons zijn geplaatst te eren en te dienen.

Meer over