Leve de computer!

Zeven zalen vult het Amsterdamse Stedelijk Museum met grafisch ontwerpen uit de afgelopen twaalf jaar. Mooi maar goed beperkt zich tot de 'state of the art' in grafische vormgeving: affiches, boeken, tijdschriften....

HUB. HUBBEN

HET OOG moet er op vallen anders loop je al gauw voorbij aan Het dagboek van Johann Wolfgang Goethe dat in een vitrine ligt in het Amsterdamse Stedelijk en deel uitmaakt van de tentoonstelling Mooi maar goed. Grafisch ontwerpen in Nederland 1987-1998. Het boekje verscheen kort geleden in een oplage van 175 exemplaren en was bestemd voor leden van de Stichting De Roos, een genootschap van bibliofielen. De prijs van Het dagboek bedroeg 260 gulden.

Wat maakt deze uitgave zo bijzonder en (dus) kostbaar?

Het boekje is gebonden in een donkerrode linnen band die een tekening in goudfoliedruk bevat. Het binnenwerk is gedrukt op Crane's Crest, een verfijnde maar schokkend dure Amerikaanse papiersoort. Speciaal voor deze uitgave vervaardigde Peter Klut een groot aantal illustraties waarvan de meest gewaagden het boek overigens niet haalden. Typografisch vormgever is Peter Verheul die notabene een fonkelnieuw lettertype voor Het dagboek ontwierp: de Rosebud (Rozenknopje). Mét bijbehorend siermateriaal dat de schutbladen tot een feest maakt.

Waar vind je nog een uitgever die een nieuwe letter laat ontwerpen voor een van zijn boeken? Ook het illustreren van literaire teksten is al weer lang geleden in onbruik geraakt, laat staan dat een drukker een dag de tijd neemt om de illustraties te proefdrukken.

De samenstellers van Mooi maar goed hebben - zo veronderstellen we - met de keuze van dit boekje willen aangeven dat de ultieme vorm van boekverzorging, het gezamenlijk streven van opdrachtgever, ontwerper en drukker naar de hoogste graad van perfectie nog steeds niet het loodje heeft gelegd in een uitgeefcultuur waar de omzetsnelheid even hard telt als in de tomatenhandel.

Maar bovenal wordt het boekje getoond vanwege de speciaal ontworpen letter. Letterontwerpen is immers een deelgebied van het grafisch ontwerpen dat in Nederland, mede dankzij de computer, in het afgelopen decennium een hoge vlucht heeft genomen. Jonge ontwerpers zijn verantwoordelijk voor een stroom van nieuwe letters die in binnen- en buitenland afzet vinden door middel van letteruitgeverijen als The Enschedé Font Foundry, FontShop en de Dutch Type Library.

Aan de wanden van het museum hangen de uitgebreide spatieringsproeven van de cursieve versies van de Rosebud, het welhaast sensuele lettertype van Peter Verheul, naast die van de Remer, een letter van Gerrit Noordzij, de ontwerper die met zijn gedreven docentschap aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag mede de kiem legde voor de huidige bloei van het letterontwerpen.

Een ongekend populaire letter is de Scala die Martin Majoor in 1995 ontwierp, maar wijdverbreider nog is zijn Telefont, want in gebruik als tekstletter van de telefoongidsen. Hetzelfde geldt voor de Lexicon van Bram de Does waaruit de Van Dale-woordenboeken worden gezet. De Does, voormalig art director bij drukkerij Enschedé, is tevens de ontwerper van de beeldschone en inmiddels eveneens door Matthias Noordzij gedigitaliseerde Trinité.

Met de Laundry Sans van René Knip heeft de tentoonstelling een opvallende letterprimeur. Met behulp van de plastic sluitertjes die voor enveloppen worden gebruikt, hing Knip zijn letters aan staaldraden. Door de werking van licht en ruimte ontstaat een letterbeeld van opwindende schoonheid. Even verfrissend is Knips tegelalfabet dat inmiddels toepassing heeft gevonden in de Hema-vestiging op de Amsterdamse Nieuwendijk. Zelden werden 'Rookworst' en 'Gebak' in zulke smakelijke letters aangeboden.

Zeven zalen vult het Stedelijk Museum met grafisch ontwerpen uit de voorbije twaalf jaar, een tijdspanne die aansluit bij Holland in vorm, de grote Stedelijk-tentoonstelling die in 1987 de naoorlogse ontwikkeling van het Nederlands ontwerpen in beeld bracht - van fluitketel tot bankbiljetten en van medische apparatuur tot sieraden. Bijna klaar leek Nederland destijds.

Mooi maar goed beperkt zich tot de 'state of the art' in grafische vormgeving: affiches, boeken, tijdschriften, flyers, postzegels, telefoonkaarten, huisstijlen, websites; een dikke zeshonderd objecten omvat de expositie en menig ontwerper was ook twaalf jaar geleden al van de partij.

Strenger, nog uitgewogener lijken de boeken en catalogi van ontwerpers als Walter Nikkels en Wigger Bierma wanneer je ze legt naast de uitgaven die worden vormgegeven door, bijvoorbeeld, Studio Gonnissen en Widdershoven of het duo Mevis & Van Deursen. De vraag is of vergelijken zinvol is, maar de contrasten zijn niettemin frappant.

Doordacht tot in de kleinste typografische finesses is Der Raum des Buches, een recente publicatie waarin ontwerper en hoogleraar Nikkels zijn gedachten ontvouwt; vrolijk, kleurig en epaterend is de Wim T. Schippers-catalogus die Gonnissen en Widdershoven bedachten voor het Centraal Museum in Utrecht. Teksten werden in geel en rood over elkaar gedrukt, en pas met behulp van bijgeleverde stukjes rode en groene transparante folie krijgt de lezer toegang tot de teksten.

DAT WAT tegenwoordig wel 'het feest van de computer' wordt genoemd is zichtbaar in If/Then Play, het verslag van het ontwerperscongres Doors of Perception 5 dat door Mevis & Van Deursen in vorm werd gegoten. Maar de gedrukte neerslag van de graag als avantgardistisch te boek staande vormgeversconferentie - met op de cover zo'n door Rineke Dijkstra gefotografeerde puber - blijken waarachtig moeiteloos te kunnen worden gelezen. Ooit transformeerden Mevis & Van Deursen, en zij niet alleen, vorm te geven teksten steevast tot beelden, hetgeen resulteerde in opvallend drukwerk maar de leesbaarheid niet ten goede kwam.

Voor de jonge honden in grafisch Nederland, opererend onder de naam Holland International, heeft Mooi maar goed een aparte zaal gereserveerd. Als één ding duidelijk wordt dan is het dat de computers van de nieuwe generatie ontwerpers voortdurend tot kookhitte worden opgestookt; geen knopje blijft onberoerd en geen programma onbenut. Holland International, de paraplu waaronder zich vier ontwerpbureau's en een fotograaf hebben verenigd, lapt alle regels aan de laars en overschrijdt elke grens. Het spreekt vanzelf dat zij het ooit zo geroemde Dutch Design inmiddels openlijk dood hebben verklaard.

Rijst natuurlijk de vraag wat Caulfield & Tensing, 75B, DEPT, Goodwill en fotograaf Maurice Scheltens daarvoor in de plaats stellen. Een installatie van tien scopi's (rondwentelende reclamezuilen) vergast de kijker in het Stedelijk op reclame die hij denkt te herkennen tot hij ontdekt dat de beeldmerken van McDonald's, Nike, KLM en Marlboro op de hak worden genomen. Een logo van Microsoft is - leve de computer! - veranderd in een hakenkruis en er schijnen mensen te bestaan die dit een wereldvondst vinden.

Het 'feest van de computer' blijkt nogal eens uit de hand te lopen en eindigt dan, om in termen te blijven, in een slemppartij waarbij alle flessen tot de bodem worden leeggedronken en geen pilletje ongeproefd blijft. Het is design uit de wereld van voormalige krakers en graffiti en soms lijkt het erop of de vormgever van de boodschap geen andere bedoeling heeft dan de ontvanger van de boodschap in het gezicht te slaan. Platsch! Omdat zelfs dat went, moet er steeds harder worden gemept. Het gevolg is een oceaan van beelden: verknipte beelden, gestolen beelden, verwrongen beelden, volvette beelden, in combinatie met Amerikaanse hamburgertenten- en autokerkhof-typografie. De kunst van het weglaten is de jongste generatie ontwerpers ten enenmale vreemd.

EN DAN IS er nog de richting in het grafisch ontwerpen die, met een variatie op de Nieuwe Lelijkheid uit de jaren zeventig, wellicht het beste met de Nieuwe Armoede kan worden aangeduid. Neem het tijdschrift Re-Daily Life van Jop van Bennekom, tevens art director van BLVD, een magazine dat sneller van uiterlijk wisselt dan de etalages van de Bijenkorf. In het meest recente nummer van Re-Daily Life (On Sex) is vrijwel alle tekst gezet in een 5-punts schreefloos lettertje, onderbroken door zwartgemaakte alinea's die de suggestie moeten wekken dat de censuur heeft toegeslagen. De gemeen harde foto's vermogen de stamelende typografie niet op te krikken. Uiterst onnozel oogt de blijkbaar net klaargekomen jongen (en het puisterige meisje, het nummer verscheen met twee verschillende covers. What a waste!) op de voorkant van het blad.

Grafische vormgeving is daarmee ver weggedreven van de filosofie zoals verbeeld in de tentoonstelling die Willem Sandberg in 1949 samenstelde over het toen nog jonge vak onder het motto Goed maar mooi. In zijn visie kwam schoonheid automatisch voort uit een goed ontwerp. Een paar decennia later zou het postmodernisme op ongekende wijze de vloer aanvegen met deze optimistische gedachte.

Het heeft vooralsnog niet verhinderd dat anno 1999 het grafische landschap in Nederland wordt gedomineerd door ontwerpers die, om met design-analyticus Hugues Boekraad te spreken, beschikken over een hoogontwikkelde 'visuele intelligentie'. Kijk naar de bloeiende affichekunst, kijk naar de boeken van Irma Boom, Karel Martens en Victor Levie of naar de huisstijl van Gerard Hadders voor het Museum van Moderne Kunst in Wolfsburg. Zie hoe Jaap van Triest meer dan tien jaar geleden het architectuurtijdschrift Forum vormgaf en hoe Anthon Beeke met zijn bladen View on Colour en Bloom vandaag op wereldwijde schaal de avant-garde voedt. Dutch design is allesbehalve ter ziele, maar moet er voor waken dat grafisch ontwerpen en reclame zich vermengen tot een beeldtaal die tot platte uniformiteit en visuele verveling leidt.

Mooi maar goed gaat over grafische vormgeving maar de discipline die zich bezighoudt met het inrichten van een tentoonstelling is nauw gelieerd aan grafisch ontwerpen. Helaas, op dit vlak is het dood tij in het Stedelijk. De argeloze bezoeker van de tentoonstelling wordt nergens bij de hand genomen; de geëxposeerde stukken ontberen iedere toelichting. Een hoopje telefoonkaarten of een vitrine vol VPRO-gidscovers krijgt een tekstbordje 'diverse ontwerpers'. Als troost dient het prachtige affiche dat René Knip speciaal voor de tentoonstelling maakte, en dat voor iets meer dan een tientje te koop is.

Mooi maar goed. Grafisch ontwerpen in Nederland (1987-1998). Tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam; tot en met 28 februari. Publicatie * 27,50. Affiche * 12,50.

Meer over