Lessen van de jaren tachtig

Wat waren we tevreden over ons eigen leven, dit weekend. Prachtig weer, de paden op, de lanen in.

Evelien Tonkens

Over dat populaire fietspad op de IJsselmeerdijk ten noorden van Amsterdam. Het beste uitzicht op bootjes en watervogels. Of, buiten de Randstad, over die fabelachtige wandel- en fietsroutes langs de IJssel. Uiterwaarden vol vogels, bloemen en stilte. Al die mensen die dit weekend van zulke uitstapjes genoten, waren hierdoor vast weer eens tevreden over hun eigen leven. Dat zijn we al jaren, terwijl we ontevreden zijn over de samenleving, zo constateert het SCP steeds weer.

Maar waarom stemt zo’n uitje ons tevreden over ons eigen leven en niet over de samenleving? Hoe dachten we dat het fietspad er gekomen was? Jarenlang politiek en ambtelijk handwerk gaat daarachter schuil. Het eerste ideetje van een politicus, ambtenaar of milieuorganisatie werd vast niet meteen met applaus ontvangen. Te duur, overbodig, andere prioriteiten. Daarop volgde gelobby, getouwtrek, plannen, tekeningen, nieuwe tekeningen. Ketens van slopende vergaderingen. Moties, amendementen en deals. Na het besluit nog jarenlang borduren aan de uitvoering. Onteigeningsprocedures, overpadkwesties.

Bedankje
Maar dan ligt het er, wat een succes. Dankzij jarenlang politiek en ambtelijk zweten is het er elk weekend vergeven van de recreanten. Alleen stuurt niemand de politici en ambtenaren die dit mogelijk maakten een bedankje. Waardoor zien we zo’n fijn uitje niet als resultaat van de politiek of bestuur? Door gebrek aan kennis. Maar vooral doordat we individualistisch denken. We zien onszelf tegenwoordig als de schepper van ons eigen bestaan. Met familie, vrienden en kennissen als hulpgoden. We denken weinig politiek en sociologisch. We denken niet in machtsverhoudingen en structuren die ons leven bepalen. We geloven dat we vrij zijn ons leven zelf vorm te geven.

In de jaren zeventig en begin tachtig lag dat omgekeerd. Toen zagen we overal structuren, politiek en machtsverhoudingen. Individuen waren hoogstens de symbolische dragers daarvan. Links maakte zich er meer schuldig aan dan rechts, doordat links de structuren wilde veranderen. Personen liepen daarbij maar in de weg. Over structuren werd eindeloos vergaderd. Hoe verhield kapitalisme zich precies tot racisme of vrouwenonderdrukking, daarover kon men nachten doorbomen.

Links zag overal kapitalisme, onderdrukking en uitbuiting, rechts zag overal communisme in de dop. In dat licht moet je ook sommige toenmalige acties zien, zoals de brandende krant door de brievenbus van een ambtenaar of het openbaar maken van namen van ambtenaren. Dat waren structuurdragers. Symbolen hoogstens. We zagen ze niet als mensen van vlees en bloed, met eigen, complexe overwegingen en overtuigingen. Ik wil het niet goedpraten, alleen begrijpen. We zien het nu als wreed. Ik ook.

Machtsverhoudingen
Vandaag de dag is de notie van structuren zelfs aan sociologiestudenten nauwelijks uit te leggen. Tussen personen zien ze talloze subtiele verschillen. Maar dat die personen mede bepaald zouden worden door structurele machtsverhoudingen tussen bijvoorbeeld seksen of klassen, gaat er niet in. Dat meisjes massaal en systematisch voor andere opleidingen kiezen dan jongens, zien ze als toevallige persoonlijke voorkeuren van vrij kiezende, zichzelf ontplooiende individuen, desnoods ook biologisch bepaald.

Ik wantrouw daarom die enquête-antwoorden dat we tevreden zijn over ons eigen leven. Ik denk dat we dat ook zeggen omdat er anders meteen werk aan de winkel is. Als je leven je niet bevalt, moet je daar iets aan doen. Het is niet langer hip om machtsverhoudingen en structuren de schuld te geven. Het is nu je eigen schuld.

Over de samenleving mag je tegenwoordig lekker lang en vrijblijvend kankeren. Het slaat niet op jezelf terug. Niemand neemt het je kwalijk als je bij onvrede niets onderneemt. De overtuiging heerst dat ‘ze’ maar doen. Dat burgers machteloos staan. Dat politici zakkenvullers zijn. Dat zij ons een fijn weekend bezorgen, zien we al helemaal niet.

Tevreden
Er zou daarom een groot bord aan het begin van zo’n fietspad moeten staan: ‘met dank aan’ al die mensen en organisaties zonder wie het pad er nooit gekomen was, inclusief hun belangrijkste daden. Dat zal ons leren hoe tevreden we zijn over de maatschappij. Misschien inspireert het bij ontevredenheid niet slechts te mopperen, maar in actie te komen.

Ik wed dat mensen in de jaren zeventig en tachtig ontevreden waren over hun eigen leven én de samenleving. Maar niet klaagden over een kloof tussen burgers en bestuur. Zie daar de les van de jaren tachtig.

Meer over