Lesmateriaal M-Oosten 'valt mee'

In Palestijnse schoolboeken is weinig echte haat tegen Joden te vinden, stelt een internationale onderzoekscommissie vast. De Israëlische regering is furieus.

VAN ONZE CORRESPONDENT AD BLOEMENDAAL

TEL AVIV - De manier waarop Is- raëliërs en Palestijnen elkaar afschilderen in hun schoolboeken laat nog veel te wensen over. Aan de andere kant zijn er in het lesmateriaal maar weinig voorbeelden te vinden van echte verkettering of ontmenselijking. Tot die conclusies komt een internationale onderzoekscommissie in een deze week verschenen rapport.

Het Palestijnse Bestuur heeft tevreden gereageerd, maar Israël is furieus. Het beschouwt 'Palestijnse opruiing' als een belangrijk onderhandelingsthema en wekt de indruk dat het is beroofd van een diplomatiek wapen.

Het is niet de eerste keer dat wordt onderzocht wat Israëlische en Palestijnse schoolkinderen op het gebied van vredesonderwijs krijgen voorgeschoteld. Maar tot nu toe ging het steeds om kleinschalige studies, zonder veel internationale repercussies.

Het nieuwe, veel grotere project is uitgevoerd met een gift van een half miljoen dollar van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het stond onder leiding van psychiater Bruce Wexler, emeritus hoogleraar aan de Yale Universiteit. Wexler werd bijgestaan door twee ervaren Israëlische en Palestijnse onderzoekers: Daniel Bar-Tal van de Universiteit van Tel Aviv en Sami Adwan van de Universiteit van Bethlehem. De studie is een initiatief van de Raad voor Religieuze Instituten in het Heilige Land, waarin joden, moslims en christenen samenwerken.

Beeld van 'de ander'

De onderzoekers ploegden zich door 492 Israëlische en 148 Palestijnse schoolboeken, waarbij ze zich richtten op passages die een beeld oproepen van 'de ander'. Het Israëlische lesmateriaal kwam er beter vanaf dan het Palestijnse, maar zeer negatieve uitschieters bleken betrekkelijk zeldzaam. Passages die werden beoordeeld als 'zeer negatief' kwamen voor in 26 procent van de Israëlische schoolboeken en in 50 procent van de Palestijnse.

Toen ze bijna drie jaar geleden begonnen, vroegen de onderzoekers de steun van de Israëlische en Palestijnse onderwijsministeries. In Ramallah ging men akkoord, maar Israël vertrouwde het onderzoek voor geen cent. Het was bang dat de combinatie van een oecumenisch instituut als initiatiefnemer, buitenlandse financiering en een Amerikaanse onderzoeksleider, garant zou staan voor een eindrapport dat de kool en de geit zou sparen. Erger: het zou een rapport worden waarmee de Palestijnen in de toekomst zouden kunnen zwaaien zodra Israël hen zou beschuldigen van opruiing.

Als het gaat om vredesopvoeding beschrijft Israël de situatie het liefst in termen van zwart en wit. Minister van Strategische Zaken Moshe Ya'alon, die 'Palestijnse opruiing' in zijn portefeuille heeft, vertelde vorige maand het dagblad Ha'aretz: 'Het staat vast dat Israëlische kinderen worden grootgebracht in de geest van vrede. Palestijnse kinderen daarentegen wordt geleerd Israël te haten en jihad te steunen. Dat zijn de feiten. Daar heb je geen commissie voor nodig.'

Door het slijk halen

Het Israëlische ministerie van Onderwijs weigerde vanaf het begin samen te werken met 'mensen die proberen het Israëlische onderwijssysteem en de staat Israël door het slijk te halen'.

Nu de resultaten bekend zijn, laat het weten dat zijn zwartste vermoedens zijn bevestigd. 'De conclusies van dit rapport zullen alleen maar de Palestijnse koppigheid versterken', zegt Yosef Kupferwasser, directeur-generaal van het ministerie voor Strategische Zaken. 'Het witwassen van opruiing betekent dat je de Palestijnen niet aanmoedigt hun boodschap te herzien.'

Aan Palestijnse kant heerst tevredenheid. Premier Salam Fayyad zegt dat de studie 'bevestigt wat we herhaaldelijk hebben aangevoerd als antwoord op beschuldigingen dat Palestijnse schoolboeken opruien tegen Israël'.

Maar wat is opruiing? Israëliërs en Palestijnen zijn het zelfs over de definitie niet eens. Ghassan al-Khatib, de voormalige Palestijnse minister van Informatie, omschrijft opruiing simpelweg als 'gedrag en uitspraken die haat, vijandigheid en geweld aanmoedigen'.

Maar de Israëlische omschrijving gaat verder. Volgens Kupferwasser heeft opruiing niet alleen betrekking op het aanzetten tot geweld, maar ook op 'ontzegging van een vredesopvoeding, demonisering van Israël, ontkenning van Israëls recht te bestaan als de natie-staat van het Joodse volk, ontkenning van Joodse banden met Jeruzalem en verheerlijking van terreur, zoals het vernoemen van straten en pleinen naar terroristen'.

Schoolboeken worden onderzocht omdat ze 'officieel materiaal' vormen, uitgegeven door de onderwijsministeries.

Maar dat betekent niet dat ze voor Palestijnse en Israëlische schoolkinderen de belangrijkste bron vormen van kennis over 'de ander'. Als het gaat om de invloed van leraren, media, religieuze leiders, vrienden en familie of Facebook, is het uitvoeren van onderzoek zo goed als ondoenlijk.

undefined

Meer over