Lentezon lokt alles op twee wielen uit de schuur

De fietser sterft uit, voorspelde de in 1992 overleden schrijver Bob den Uyl. Hikkend van de lach slalomt hij postuum door de lentefietsfile heen....

AMSTERDAM De krokus laat zijn bloem zien, het blad komt aan de tak, de vogel is terug en de fiets komt uit de schuur. Kan de fiets met enige verbeelding als lentesymbool worden beschouwd? Zeker, vindt de Fietsersbond. De eerste lentedagen zijn de topdagen voor de fietsenmakers. Ineens is het veel drukker met fietsers.

Achttien miljoen fietsen telt Nederland, waarvan een fors aantal tot de eerste mooie lentedag in schuur of rek blijft. Maar dan komt de zon. Doordeweeks in de stad, op weg naar werk of school en in de namiddag op weg naar huis, is daar plots de fietsfile weer. In veel opzichten is de fiets inderdaad de tegenhanger van de auto – die staat juist bij regen ongewild stil.

Over fiets en auto noteerde Bob den Uyl in zijn klassieke verhaal Wat fietst daar? (1970) even prachtige observaties als onjuiste voorspellingen. ‘Op de Nederlandse wegen ziet men, hoe mooi weer het ook is, nauwelijks een fietser () Zelfs tijdens de spitsuren in de steden ziet men geen fietsers in aantallen. De tijd dat buitenlanders vol verbazing de handen in elkaar sloegen bij het aanschouwen van horden fietsers die zich in een razend tempo onder het nemen van de vreselijkste risico’s naar huis spoedden, het huis waar immers de warme prak klaarstond, is definitief voorbij.’

Den Uyl voorzag dat ‘de bloeitijd van het fietsen en masse’ voorbij was. ‘Zij zijn de grote mislukkelingen van onze tijd’, schreef hij over zichzelf en die enkele anderen.

Het is op deze eerste mooie lentedag lastig fietsen in Amsterdam. Wegens de drukte van het spitsuur, maar vooral ook omdat Bob den Uyl meerijdt. Hikkend van de lach en daarom niet zonder risico ontwijkt de fietser in Oud-Zuid de vele bakfietsen; de vrachtwagens van de fietsfile, de fietsensoort die anders louter ergernis oproept. Zelfs die fietsfile voor het stoplicht bij de Amstel tast het humeur niet aan.

Bob den Uyl had buiten de Fietsersbond gerekend, zegt de Fietsersbond nu zelf. Juist in de jaren zeventig ging de Fietsersbond de strijd aan met de auto. Hoewel de auto veel terrein (vooral letterlijk) won, boekte de bond succes: het fietsgebruik in Nederland blijft maar oplopen, het aantal fietsen blijft maar groeien en inderdaad, dat besef wordt juist bij de eerste mooie lentedag aangewakkerd.

Wat niet is mee gegroeid is de infrastructuur, zegt de Fietsersbond. Het is almaar drukker met fietsers, toont onderzoek aan, maar het lijkt nóg drukker omdat de fietswegen ontoereikend zijn. Gemeenten die zelf gaan tellen hoeveel fietsers er nu eigenlijk zijn, schrikken zich altijd een hoedje, weet de Fietsersbond. Het zijn er meer dan op basis van het landelijke beeld wordt aangenomen.

En die enorme hoeveelheid is het best zichtbaar op de eerste mooie lentedag. Donderdag werd het wel veertien graden en scheen de zon. Vanaf vandaag gaan weer veel fietsen terug in schuur en rek. Zaterdag rijden de echte fietsers van Milaan naar San Remo in de La Primavera, alias de lente.

Meer over