Lelijk schilderij in mooie lijst

Ooit was de stad harbeidersbastion van Engeland. Na het einde van de staalindustrie is de tijd stil blijven staan in Sheffield....

Peter de Waard

'Wat is de derde stad van Engeland. Na Londen en Birmingham?', vroeg iemand mij onlangs in de pub. 'Manchester? Liverpool? Misschien Newcastle, als je Gateshead erbij rekent?'

'Nee. Sheffield. Met ruim 600 duizend inwoners', zo beweerde de Deedar, zoals de bijnaam voor de geboren Sheffielders luidt vanwege de wijze waarop ze de woorden thee en thou uitspreken.

Sheffield was na bijna vijf jaar correspondentschap ongeveer de enige grote stad in het land, waar ik nog nooit was geweest. Eigenlijk wist ik er geen attractie te noemen, behalve het Crucible Theatre, de home of safety's, fluke's en midsession intervals, waar elk jaar het WK Snooker wordt gehouden. O ja, en je kunt er op wintersport. Sheffield herbergt het grootste kunstsneeuw skicentrum van Europa, Ski Village, waar je 364 dagen per jaar een serieuze afdaling kan maken.

'Is er ook een kathedraal?', vroeg ik. 'Ja', antwoordde hij. 'En het is een City. De City of Sheffield.'

Indien Manchester als centrum van de katoenindustrie ooit Cottonpolis werd genoemd, zou Sheffield de bijnaam Ironpolis mogen hebben gehad. Het was eeuwenlang het centrum van de Britse ijzeren staalindustrie. In 1740 werd in Sheffield een methode bedacht voor de massafabricage van staal, in 1912 ontdekte Harry Brearly hier het roestvrij staal.

Maar de gloriedagen van Sheffield als de werkplaats van Engeland zijn al lang verleden tijd. De staalwerknemers werden in de jaren zeventig en tachtig massaal op straat gezet. In de in 1997 in Sheffield opgenomen film The Full Monty zochten ze een nieuw broodwinning als stripper, maar de meeste hebben een nieuw bestaan gevonden in meer sophisticated industrietakken of de dienstverlening.

Staalverwerking vindt er in Sheffield nog volop plaats - vooral bestek - maar een arbeidersbastion is de stad al lang niet meer. Misschien staat de teloorgang van de arbeiderssport bij uitstek daarvoor symbool. De stad, waar in 1855 de allereerste offici voetbalclub ter wereld werd opgericht, Sheffield FC, heeft nu niet eens meer een vertegenwoordiger in de Premier League. Sheffield FC speelt regionaal, Sheffield United verkeert in de eerste divisie en Sheffield Wednesday nog zelfs een divisie lager. Toch komen er nog elke week twintigduizend mensen bij Wednesday op Hillsborough kijken, zo blijkt. Voor mij staat Hillsborough echter in het geheugen gegrift als het stadion van de 'ramp' uit 1989 waarbij negentig Liverpoolsupporters om het leven kwamen.

Terwijl andere 'grauwe' Engelse industriesteden in de afgelopen tien jaar dankzij de loterijgelden een metamorfose hebben ondergaan en zijn verrijkt met prestigieuze en succesvolle toeristische attracties (Manchester Salford met de Lowry en het Imperial War Museum, NewcastleGateshead met de Millennium Brug en de Baltic Gallery, Liverpool met de Tate en het Beatles Storymuseum) heeft de tijd in Sheffield ogenschijnlijk stilgestaan.

In 1999 werd in Sheffield het Museum voor Populaire Muziek (National Centre for Popular Music) geopend, maar dat werd een jaar later al weer wegens gebrek aan voldoende belangstelling gesloten.

Sheffield is een combinatie van Victoriaanse soliditeit en twintigste eeuwse steriliteit. 'Sheffield is een lelijk schilderij in een mooie lijst', zo karakteriseerde de pubbezoeker zijn eigen geboorteplaats. Vijf mijl buiten de stad begint het oudste en mogelijk mooiste nationale park van Engeland, het Peak District. Hier bevinden zich fraaie landgoederen zoals Chatsworth House, de residentie van de herTown tog van Devonshire, en Hardwick Hall.

Maar in de laatste jaar is getracht het schilderij tenminste in het midden te restaureren. De nieuwe Millennium Galleries met de overdekte tuin Winter Garden en de met fonteinen volgeplempte Peace Garden - genoemd naar Chamberlains uitspraak uit 1938 'Vrede in onze tijd' - hebben de binnenstad verfraaid en doen ademen.

Sheffield is groen - met liefst vijftig publieke stadsparken is de stad zelfs groener dan alle andere steden in Engeland. En het heeft historische gebouwen in overvloed. De kathedraal van St. Peter and St. Paul heeft zelfs nog delen van de oorspronkelijke vijftiende eeuwse kathedraal, wat een wonder mag zijn gezien de verschrikkelijke bombardementen waar Sheffield tijdens de oorlog bloot aan stond.

De vernieuwing - het zogenoemde Hearth of the Cityproject - heeft zich vooral geconcentreerd rond de historische Town Hall. Sheffields paradepaardje zijn de Millennium Galleries met vijf musea, waaronder een voor de Ruskin-collectie die in 1875 aan de stad werd gegeven om de werkomstandigheden van de arbeiders te verbeteren. Er zijn in de stad tal van andere galeriezoals de Graves Art Gallery met werken van Picasso en Turner.

Op voetbalgebied mag Sheffield niet meer in de hoogste divisie uitkomen, op kunstgebied spreekt de stad nu een woordje mee in de Premier League. De stad verloochent zijn nauwe band met de staalindustrie niet. In Abbeydale Industrial Hamlet kan een ouderwetse staalfabriek worden bekeken. Het Kelham Island Museum is speciaal gewijd aan de geschiedenis van de staalindustrie.

Met Meadowhall heeft Sheffield ook een van de grootste winkelcentra van Europa gekregen. Sheffield was jarenlang het centrum van de danssc in GrootBrittannimaar dance is een beetje uit de mode geraakt, en de befaamde Gatecrasherclub waar jarenlang studenten en tieners zich verzamelden in fluorescerende kleding en beschilderde gezichten heeft moeite vol te komen. 'Is Sheffield sexy?', vraag ik aan iemand op straat. 'We hebben nog

het beste nachtleven van heel Engeland', zegt hij. 'Nee. Sheffield is niet sexy. Het centrum mag er leuk uitzien, maar pak de supertram en kijk hoe de rest er bijligt.'

Sheffield blijkt niet eens de derde stad van Engeland te zijn. Het is al lang overvleugeld door het eveneens in Yorkshire gelegen en veel sneller groeiende Leeds.

Meer over