Lekkerder in hun vel

Zomerkampen zijn er in alle soorten en maten. Zeilen en pony rijden – natuurlijk. Maar er is ook een Fashion Camp en een verlegen- kinderenkamp. Met een waterballet bij de afwas.

‘Mijn plooien vallen niet goed’, zegt Laurie. ‘De stof is wat stug.’ Laurie Bessems (15) uit Geleen drapeert blauwe stof rond een polyester buste en duwt een hippe, hoornen bril – zonder glazen – wat hoger op haar neus.

Laurie is een van de twintig deelnemers aan het Fashion Camp, een zomerkamp in een monumentaal pand aan de Prinsengracht in Amsterdam. Ze ziet er fashionable uit: ‘Ik ben streetstyle, een beetje emo, en dat mix ik graag met een skatestyle.’

De zon schijnt door de dakramen in de studio in de achtertuin, uit een gettoblaster klinkt opzwepende muziek. Negentien meiden van 13 tot 17 jaar en een jongen, Max (14), ‘mouleren’ kleurige stoffen rond paspoppen. Hoofddesigner Reggie Flippo – rode trainingsbroek, blauwe gympen en een zwart T-shirt met het opdruk crew – geeft aanwijzingen en leert zijn ploeg dat een strik vaak niet uit één geheel, maar uit heel veel stukken stof bestaat. Vervolgens worden veel bustes met strikken behangen.

‘Je hebt zeilkampen, ponykampen en zelfs kampen om af te vallen, maar dit was er nog niet’, zegt oprichtster Eartha Vyent (40) van het Fashion Camp. ‘Je wordt tegenwoordig doodgegooid met mode, je ziet modeshows, Idols, Hollands Next Topmodel op tv, maar daar hangt altijd een enorme afzeikcultuur omheen. Wij bieden een creatieve omgeving met mode zonder dat we elkaar lopen af te branden.We leren de jongeren dat mode een keiharde business is, maar hier hangt wel een familiegevoel.’

Haar gasten komen niet uit Amsterdam-Zuid ‘zoals je zou verwachten’, maar uit Odijk, Reuzel, Lith, Harlingen, Zwolle en Geleen. Er is zelfs een meisje uit Madrid. Ze wil graag verder in de mode en verwacht dat dit ‘een heel leuk opstapje’ kan zijn. De meesten zijn alleen, en niet met een vriendinnetje naar Amsterdam gekomen. Ze hopen allemaal ‘iets met mode’ te gaan doen, ‘later’. Aan de Prinsengracht leren ze mouleren, ontwerpen, patroontekenen, een hair-do en alles over accessoires en visagie. Een trendwatcher neemt ze mee de stad in om nieuwe trends te ontdekken.

Kinderkampen zijn er in alle soorten en maten, duren gemiddeld een week, en worden steeds specifieker op de behoeften van kinderen toegespitst. En die kinderen besluiten steeds vaker zelf wat goed voor hen is. ‘De allereerste die zich voor het Fashion Camp inschreef, was een jongen’, zegt directeur Vyent.

Designer Reggie helpt draden in naalden frunniken, studentes van de mode- en stylingacademie lopen rond voor vragen en dekken tafels voor de lunch, de directeur buigt zich over het programma van de volgende dagen. ‘Het is een beetje rommelig en experimenteel allemaal’, zegt Vyent, ‘maar dat maakt het juist ook gezellig. Iedereen doet hier lekker z’n ding.’

Maankamp
Zo chaotisch als het Fashion Camp verloopt – soms wordt ter plekke bedacht wat ze met z’n allen gaan doen – zo strikt is het programma van het Maankamp op het Eiland van Maurik in de Betuwe. Een blik op het maandagschema:

07.00: wekker L (van Leiding).

07.30: opstaan kids, douchen mentorgroepje1 en controle op schone onderbroeken.

08.00-08.15: kampvlag hijsen, zingen kamplied, ochtendgym, psychologen melden bij hoofdpsycholoog.

08.15-08.45: ontbijt en uitleg ochtendprogramma.

08.45: CORFEEST!

‘Corfeest’ is corvee, maar dan met een schuimparty bij de afwas, gejoel en veel muziek. Lachend en geduldig laten de leiders zich natgooien met sponzen en schuim. Want alles moet leuk en positief zijn op het Maankamp. ‘Hier is alles geweldig, fantastisch of supervetcool’, zegt hoofdpsycholoog Eveline Buttinger (28). ‘Als ik na zo’n zomerkamp thuiskom, zegt mijn vriend vaak: ‘Doe es rustig’, of ‘Praat effe normaal’.’

Het Maankamp begeleidt kinderen met lichte gedragsproblemen. Er komen jongens en meisjes van 9 tot en met 13 jaar die zo onzeker zijn dat het hun dagelijks leven belemmert. Zij zijn teruggetrokken waardoor ze moeilijk vrienden maken, of stellen zich juist heel provocatief op.

Op het terrein wordt gezongen voor de lunch. De tekst staat op een schoolbord gekrijt: ‘Maankamper / ja dat ben je / dat gevoel komt al heel snel. / Iets te vieren, samen gieren, veel plezier. (...) Maankamp, vet cool!’

12.15-12.45: lunch, uitleg middagprogramma.

12.45-14.00: Chill-tijd groep 3 + 4. Maantheater groep 1 + 2: rollenspellen.

‘Jullie mogen allemaal van je stoel afkomen en door elkaar gaan lopen’, zegt leider Jac in een schuurachtig gebouw op het eiland. ‘Loop rechtop! Laat zien dat je er bent! Als ik in mijn handen klap, ga je stilstaan, en controleer ik of je trots rechtop staat.’

KLAP. De kinderen staan stil als beelden in een beeldentuin, rechtop, de handen in de zij, zelfverzekerd, de kinnen omhoog. De enkeling die er kromgebogen tussen staat, corrigeert zichzelf onmiddellijk. ‘Ik ben stoer!’, roept het jochie. Hij maakt boksende bewegingen naar het meisje dat naast hem staat. ‘Zien jullie hoe groot mijn spierballen zijn?’

Voor de kinderen is dit gewoon lol; ze weten niet dat ze deze week psychologisch worden getraind. ‘We leren kinderen met voor hen lastige situaties omgaan, zonder dat ze in het officiële hulpverlenerscircuit terechtkomen, en zonder dat ze een stempel krijgen opgeplakt’, zegt orthopedagoog Lieve van Geldorp (30), die het kamp vier jaar geleden oprichtte. Ze richtte het kamp vier jaar geleden op omdat ze vroeger zelf heel verlegen was en kinderen kent die daar mee kampen. ‘De kinderen doorlopen hier in één week het hele traject dat ze in de hulpverlening ook zouden krijgen. Het is hier net een snelkookpan – het gaat allemaal heel snel, ze worden met heel veel emoties geconfronteerd, maar we boeken goede resultaten.’

Het Maankamp is een vervolg op het Sterkamp, waarin extreem onzekere kinderen van 8 tot en met 12 jaar door psychologen, orthopedagogen, acteurs en bewegingsdeskundigen worden begeleid. Van Geldorp: ‘Ik heb nog nooit in m’n leven zoveel liefdesbrieven gekregen’, lacht oprichtster Van Geldorp. ‘Ik krijg heel veel leuke brieven van ouders en kinderen, dat ze na het kamp veel lekkerder in hun vel zitten, dat de kinderen weerbaarder zijn geworden.’

Elle Girl

De prijzen van zomerkampen voor kinderen kunnen sterk variëren. Kostte het Fashion Camp in Amsterdam aanvankelijk 950 euro voor een week, de prijs zakte na een financiële injectie van het jongerentijdschrift Elle Girl met 300 euro en de directie lobbiet bij de gemeente Amsterdam voor subsidie in de komende jaren, ‘zodat kansarme jongeren ook kunnen meedoen’. Alle leidinggevenden in het Fashion Camp krijgen een financiële vergoeding.

Het Maankamp werkt met vrijwilligers. De deelnameprijs, 485 euro (gesubsidieerd), wordt door sommige verzekeraars vanaf volgend jaar deels vergoed. Op basis van psychologische-vragenlijsten beoordelen psychologen of de kinderen voor het kamp in aanmerking komen. Tijdens de deelname krijgen de kinderen de screening, sociale vaardigheids- en assertiviteitstrainingen, persoonlijke begeleiding van een mentor, een training en contactdagen voor de ouders en een terugkomdag voor iedereen. Maar voorop staat dat ze de hele week plezier moeten hebben en vrienden maken. De groepen, dertig plaatsen, zitten vrijwel altijd vol.

Mika’s Lollipop schalt door de cd-speler. ‘Als ik weer in mijn handen klap, gaan jullie heel blij lopen’, zegt Jac. ‘En de volgende keer dat ik klap, zijn jullie boos. Héél boos.’

Jac en Daphne (beide 23) zijn dramadocenten en werken in het het Maankamp als vrijwilligers. ‘Dit is het derde jaar dat ik dit doe, het is heel verslavend’, zegt Daphne. ‘Je ziet heel snel resultaat. Superverlegen kinderen die ineens beginnen te vertellen wat hun problemen zijn, of dat ze worden gepest op school.’ Jac heeft liever dat soort kleine geluksmomentjes dan een financiële vergoeding voor zijn hulp. ‘Ik heb al twee keer gejankt, zo ontroerd was ik.’

Jac richt zich tot groep 1 en 2, die in een halve cirkel om hem heen zitten, en zet een pet op. ‘Ik ben nu Bob, en ik ben jarig’, zegt hij. ‘Ik ben Suzanne, en ik kom bij je op bezoek’, reageert Daphne, die een cowboyhoed opzet.

Suzanne geeft Bob een bosje (plastic) bloemen. Bob ruikt eraan, trekt een vies gezicht en sneert dat ze stinken. Suzanne loopt boos weg.

‘Wat gebeurde er?’ vraagt Jac. Verschillende vingers gaan omhoog. ‘Jij wat niet zo cool’, zegt een meisje. ‘Je was onaardig’, zegt een ander. ‘Je had moeten doen alsof ze niet stinken.’

‘Dus ik had een keuze?’ De kinderen knikken. ‘Wie wil voordoen hoe Bob beter had kunnen reageren?’

Een blond jochie loopt naar voren. Hij zet de pet van Bob op, neemt de plastic bloemen van Suzanne in ontvangst, ruikt eraan, trekt een vies gezicht en zegt: ‘Eh, goh, mooi zeg. Wil jij misschien een stukje taart?’

Zomerkampen zijn er in alle soorten en maten. Zeilen en pony rijden natuurlijk. Maar er is ook een Fashion Camp en een verlegen- kinderenkamp. (Guus Dubbelman/de Volkskrant) Beeld
Zomerkampen zijn er in alle soorten en maten. Zeilen en pony rijden natuurlijk. Maar er is ook een Fashion Camp en een verlegen- kinderenkamp. (Guus Dubbelman/de Volkskrant)
Meer over