Nieuws

Lekke olietanker bij Jemen: VN halen 36 miljoen euro op om ‘tikkende tijdbom’ op te ruimen

Tijdens een online-donorconferentie heeft een grote groep landen 36 miljoen euro toegezegd voor het opruimen van een lekke olietanker voor de kust van Jemen. Het gaat om de FSO Safer, een decennia oud schip dat door gebrek aan onderhoud en verroesting dreigt te zinken.

Jenne Jan Holtland
Satellietfoto van de FSO Safer op 19 juni 2020. Beeld AFP
Satellietfoto van de FSO Safer op 19 juni 2020.Beeld AFP

De Verenigde Naties, samen met de Nederlandse regering initiatiefnemer van de conferentie, spreken van een ‘tikkende tijdbom’ die met spoed moet worden ontmanteld. De donorconferentie volgde op een onverwachte doorbraak in maart, toen een van de strijdende partijen in het door oorlog verscheurde Jemen, de extremistische Houthi-beweging, haar handtekening zette onder een reddingsplan van de Verenigde Naties.

De opbrengst van woensdag is beduidend minder dan gehoopt en ligt 100 miljoen onder de geraamde kosten. Namens Nederland zegde minister Liesje Schreinemacher (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) 7,5 miljoen euro toe.

Complexe operatie

Mocht het plan doorgang vinden, dan gaat de klus hoogstwaarschijnlijk naar Smit Salvage, een bergingsbedrijf dat deel uitmaakt van het Rotterdamse Boskalis. De bedoeling is dat een tanker van Smit langszij zal varen waarna de ruwe olie wordt overgeplaatst, een complexe operatie waar vier maanden voor staat. De Safer moet daarna worden weggesleept voor de sloop. In fase twee wordt de tanker van Smit vervangen door een nieuw schip dat Jemen zal moeten kopen. Betrokkenen vragen om haast: in oktober begint het moessonseizoen en kunnen de weersomstandigheden het werk onmogelijk maken.

Smit heeft nog geen contract getekend, maar dat lijkt een formaliteit. Eerder dit jaar vlogen ingenieurs van het bedrijf op verzoek van de VN naar Jemen voor technisch advies. Moederbedrijf Boskalis tekende in 2021 voor de ‘moeder aller bergingen’ in het Suezkanaal, waar het schip Ever Given was vastgelopen.

De opslagtanker voor de kust van Jemen heeft zo’n 185 miljoen liter olie aan boord en is door motorproblemen niet van zijn plek te krijgen. Milieubeschermers waarschuwen voor een ramp van enorme omvang als het schip vergaat – niet alleen voor de unieke koraalriffen, planten en dieren in het Rode Zeegebied, maar ook voor de miljoenen burgers die voor hun dagelijks leven afhankelijk zijn van de haven van Hodeidah, 60 kilometer verderop. Ter vergelijking: bij de ramp met de Exxon Valdez in 1989, een van de grootste in de Amerikaanse geschiedenis, kwam ‘slechts’ 42 miljoen liter vrij, oftewel minder dan een kwart van wat de Safer aan boord heeft. Volgens de VN is er in het rampzaligste scenario 19 miljard euro nodig om alle olie op te ruimen – een veelvoud van het geld dat woensdag is opgehaald.

Reddingsplan getorpedeerd

Lange tijd was een oplossing niet in zicht vanwege de oorlog die in Jemen woedt tussen de Houthi-beweging in de hoofdstad Sana’a en de internationaal erkende regering (met Aden als tijdelijke hoofdstad). De maritieme zone waar de Safer ligt, wordt gecontroleerd door de Houthi’s. Een eerder VN-reddingsplan torpedeerden ze op het laatste moment omdat ze de tanker wilden gebruiken als drukmiddel in toekomstige vredesonderhandelingen.

Critici betwijfelen of het de Houthi’s dit keer wel ernst is. Dinsdagavond, kort voor de donorconferentie, lanceerden de Houthi’s de verdachtmaking dat de VN zouden hebben getreuzeld met het uitwerken van het reddingsplan, en dat de nog in te zamelen miljoenen op zouden gaan aan personeelskosten en andere onkosten. Eerder weigerde Sana’a VN-inspecteurs toegang te geven tot het schip, waardoor er grote onzekerheid bestaat over de precieze conditie van de Safer. Het is een publiek geheim dat de Houthi’s de wateren rond de tanker bovendien hebben voorzien van zeemijnen.

Meer over