Reportage

Leidse studenten eisen dat universiteit slimme camera’s weghaalt uit collegezalen

Studenten van de Universiteit Leiden protesteren tegen het gebruik van slimme camera’s in collegezalen. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Studenten van de Universiteit Leiden protesteren tegen het gebruik van slimme camera’s in collegezalen.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Tijdens de coronacrisis kocht de Universiteit Leiden 371 slimme camera’s om de bezetting van collegezalen in de gaten te houden. Dit leidt tot onvrede onder studenten, die vrezen voor hun privacy. ‘Ik kan moeilijk invloed uitoefenen op het beleid van Facebook, maar wel op dat van mijn universiteit.’

Nick de Jager

‘Haal ze weg, haal ze weg’, schreeuwt de Portugese linguïstiekstudent João Pedro gesteund door een klein honderdtal medestanders. ‘We zijn nu allemaal camgirls’, staat op een van de borden. ‘Lachen voor de camera’, staat op een ander. Aan het begin van het protest is Pedro nog rustig. Hij heeft een broodje hummus in de hand komt net aanlopen uit de collegezaal. Eenmaal meegesleept door de rest roept hij voor de ingang van het Lipsiusgebouw van de Universiteit van Leiden het luidst van iedereen.

Om het aantal studenten te kunnen tellen hing de Universiteit Leiden tijdens de coronacrisis 371 slimme camera’s op boven de ingang van de collegezalen. Anderhalf jaar later zorgen de kastjes voor veel protest. Na een petitie, stickers waarop staat ‘camera’s maken mij boos’ en een bezorgde brief van 170 werknemers ‘blokkeren’ studenten en personeel dinsdagmiddag de ingang van het Lipsiusgebouw.

De universiteit is de eerste Nederlandse onderwijsinstelling die personentellers of classroom scanners invoerde en sinds het Leidse universiteitsblad Mare er vorige maand over publiceerde liggen ze onder vuur. In een reeks artikelen over #cameragate wordt een beeld gecreëerd van een universiteit die achter de rug van studenten om een bigbrother-achtig systeem invoerde, en dat vervolgens niet goed beveiligde. Dat baart studenten en personeel zorgen, ook door recente datalekken op andere onderwijsinstellingen. Demissionair onderwijsminister Ingrid van Engelshoven ‘trok haar wenkbrauw op’ toen ze de artikelen las, maar wil eerst bij de universiteit nagaan ‘of het klopt’.

Volgen in plaats van tellen

De zorg van de studenten is begrijpelijk, zegt hoogleraar digitale surveillance Marc Schuilenburg (Erasmus Universiteit). De stelregel is volgens hem simpel: tien jaar later worden surveillancesystemen nooit gebruikt met de intenties waarmee ze waren aangekondigd. ‘De universiteit is zich daar onvoldoende van bewust.’

Schuilenburg verwijst naar de camera’s boven snelwegen. ‘Die werden in eerste instantie enkel geïnstalleerd om auto’s te tellen, maar in 2019 kreeg je een systeem dat kentekens kan herkennen om harde criminaliteit tegen te gaan. Nu wordt dat ANPR-systeem steeds meer gebruikt om verkeersovertreders te pakken.’ Ook de route naar de privacy-invasieve wifitracking van sommige gemeenten past in dat rijtje, vindt Schuilenburg. Daarmee kan de wifiverbinding van mobiele telefoons worden gebruikt om personen in winkelstraten te volgen.

De onderwijsinstelling kan zich hier niet in vinden. ‘Wat zouden we met die gegevens moeten?’, zegt een woordvoerder. ‘De universiteit heeft daarvoor totaal geen belangstelling.’ Het bestuur neemt een duidelijk standpunt in: de beeldvorming is erg overtrokken.

De camera’s worden slechts ingezet als ‘tellers’ om de maximale bezetting van collegezalen te monitoren. Meer niet, bezweert de universiteit. In theorie hebben de camera’s de mogelijkheid om specifieke persoonskenmerken, zoals geslacht en lengte, korrelig te laten zien. In de verwerkersovereenkomst met de fabrikant, die de universiteit om veiligheidsredenen niet openbaar wil maken, zou die optie zijn uitgesloten. ‘Op camera’s in de supermarkt is veel meer te zien dan op onze personentellers’, aldus de woordvoerder. Na de publicaties van Mare zou de privacy naar het maximale niveau zijn opgeschroefd.

Onveilig gevoel

Toch laten de studenten het er niet bij zitten. ‘Ik kan moeilijk invloed uitoefenen op het beleid van Apple of Facebook, maar wel op dat van mijn universiteit’, zegt Joris Wiebes, organisator van het protest en student Arts, Media and Society. Wiebes en veel andere demonstranten hebben ook ideologische bezwaren. ‘Voor een academisch klimaat is het belangrijk dat studenten zich veilig voelen op een universiteit. Met zulke camera’s werkt de universiteit dat tegen. Het gevoel weegt even zwaar als wat er werkelijk gebeurt.’

Hoogleraar Schuilenburg is het met beide punten eens. Studenten kunnen niet kiezen of ze hun aanwezigheid willen laten registreren door de kastjes. Dat verplicht onderwijsinstellingen ‘voorzichtig’ met zo’n middel om te gaan. Ook toont de kwestie volgens Schuilenburg een klassieke fout die veel instellingen maken bij de implementatie van dit soort technologieën: ‘Je ziet vaak dat surveillance top-down wordt opgelegd. Maar je moet alle lagen vanaf het begin erbij proberen te betrekken.’

Het bestuur kocht de kastjes met toestemming van de universiteitsraad, maar communiceerde er niet over naar het gehele studenten- en personeelsbestand. Ook dat zet kwaad bloed. De universiteit erkent dat ze de zorgen van de studenten heeft onderschat en al bij de plaatsing van de camera's een mail had moeten sturen.

Niet iedereen kan zich druk maken om de camera's. Voor het universiteitsgebouw kijken vier studenten schaapachtig lachend toe. Ze vinden het maar ‘theater’, zo’n blokkade van de ingang om een paar kastjes. ‘Als de privacy is gewaarborgd, mogen ze van mij blijven hangen’, zegt Dirk van Vugt, die een master public affairs doet. ‘Mijn grootste kritiekpunt blijft wel dat het zulke dure krengen zijn. Van het geld had je ook een paar werknemers kunnen aannemen.’

Meer over