Leiders zonder gezag, kiezers zonder geduld

Volgens het handboek internationale politiek zijn de Verenigde Staten de enige mogendheid die werkelijk bij machte is om Israte doen inbinden....

Tot zo ver de theorie. De praktijk blijkt weerbarstig. De Amerikaanse regering toonde zich weinig gecharmeerd van de veiligheidsmuur die Israbouwt op de Westoever. De regering-Sharon voelde zich echter niet geroepen om het project te staken; er werden alleen een paar scherpe kantjes afgevijld. Deze week heeft minister van Buitenlandse Zaken Powell onverhulde kritiek geleverd op het Israsche optreden in Rafah, waar honderden Palestijnen dakloos zijn geworden omdat Israer een bufferzone wil cren. Voorlopig lijkt de Amerikaanse bewindsman te hebben gesproken voor dovemansoren.

Sommigen zullen de Israsche onverstoorbaarheid zien als een bewijs dat de Amerikaanse kritiek niet zo hevig is gemeend en dat Washington voornamelijk doende is met window dressing. Want als het de VS ernst zou zijn, zou de Israsche regering wel anders piepen.

Het is een mogelijke verklaring, maar ze is in dit geval niet erg plausibel. De Amerikanen verkeren de laatste tijd namelijk niet (meer) in de luxueuze positie dat ze zich weinig gelegen hoeven te laten liggen aan hun aanzien in de Arabische wereld. Dat aanzien heeft, vooral na de jongste gebeurtenissen in Irak, dringend behoefte aan een nieuw laagje vernis. Temeer daar Washington, ondanks alle handreikingen aan de regering-Sharon, zichzelf nog steeds een cruciale bemiddelingsrol toekent in het Israsch-Palestijns conflict. Daarbij zou een Israsche rrence voor de grote bondgenoot goed van pas komen.

Maar in het verleden is wel vaker gebleken dat Israzich niet makkelijk tot de orde laat roepen als het meent dat er vitale belangen in het geding zijn. In dit geval lijkt premier Sharon erop te mikken dat president Bush zich al zo vergaand heeft gentificeerd met de Israsche visie op het Palestijns probleem en dat het Witte Huis zo zeer is gefixeerd op de verkiezingen, dat Powells ongenoegen niet al te ernstig hoeft te worden genomen.

De (bittere) ironie is dat Sharon zelf onlangs ook heeft ervaren dat zijn politieke krediet een stuk kleiner is dan hij had gedacht. Als premier heeft hij aan het begrip onbuigzaamheid een nieuwe betekenis gegeven. Maar zijn vele wapenfeiten in de confrontatie met de Palestijnen hebben hem niet aan voldoende overredingskracht geholpen om een meerderheid in zijn eigen Likud-partij ertoe te bewegen zijn plan voor eenzijdige ontruiming van de Gaza-strook ten minste het voordeel van de twijfel te gunnen. Zelfs een zaligverklaring in het Witte Huis hielp hem niet over de barri.

Politieke leiders die zoveel prestige genieten dat ze op persoonlijke titel een doorbraak kunnen forceren het lijkt wel of ze steeds zeldzamer worden. Zoals een De Gaulle die Frankrijk verloste van het probleem-Algerije. Thatcher die de slepende kwestie-Rhodesiot een oplossing bracht. Sadat die uit het Arabisch afwijzingsfront stapte en naar Jeruzalem reisde. Begin die de kolonisten trotseerde en de Sinaoestijn ontruimde. En in dit rijtje past ook de naam van Mandela, die door de kracht van zijn persoonlijkheid een Zuid-Afrikaanse bijltjesdag voorkwam.

Zijn de leiders zwakker geworden of de kiezers te weerspannig om ook bij tegenslag enige speling toe te laten? Tony Blair sprak met succes zijn reserves aan om de invasie van Irak aan de Britten en dan vooral aan zijn partijgenoten te verkopen. Maar de operatie bleek nog een stuk kostbaarder dan gedacht, en zijn politieke kapitaal is nu bijna tot nul gereduceerd. Jacques Chirac en Gerhard Schr oogstten ieder in eigen land de nodige lof voor hun verzet tegen de oorlog, maar veel krediet kunnen ze er niet aan ontlenen. Beide mannen stuiten op zwaar verzet bij hun pogingen om een broodnodige hervorming van de verzorgingsstaat door te voeren. Ze vertonen geen animo om in de Irak-crisis hun veilige positie aan de zijlijn te verlaten.

Maar dat alles verbleekt bij de snelheid waarmee het politieke krediet van Sonia Gandhi in India is verdampt. Vijf dagen geleden was ze de verrassende winnares van de verkiezingen. Maar het begon vrijwel meteen te stormen rond haar persoon, en gisteren voelde ze zich gedwongen een stap opzij te zetten. In alle nederigheid, zoals ze zelf zegt. Al zou een Gandhi zich ook mogen troosten met de vermaarde uitspraak van Gloria Swanson in de filmklassieker Sunset Boulevard: 'I am big, it's the pictures that got small.'

Meer over