Lehning?

Anarchist Arthur Lehning krijgt de P.C. Hooftprijs voor zijn literaire verdiensten. De inmiddels 99-jarige schrijver geniet internationaal aanzien door zijn essays, maar deze prijs komt erg laat....

MARC KRUYSWIJK

Aad Meinderts, ambtelijk secretaris van de P.C. Hooftstichting: 'Ik had eigenlijk verwacht dat Nederland in luid gejuich zou uitbarsten dat er nu weer eens een historicus met de P.C. Hooftprijs gaat strijken. Maar als u meer wilt weten, moet u bellen met de jury.'

Martin Reints, jury-voorzitter P.C. Hooftprijs: 'Het is niet gebruikelijk om verslag te doen van het juryberaad, maar ik mag geloof ik wel zeggen dat iedereen onmiddellijk enthousiast was toen de naam Arthur Lehning viel als mogelijke winnaar. We zijn vervolgens uit elkaar gegaan en hebben Lehnings werk nog eens uitgebreid gelezen. Bij de volgende bijeenkomst waren we allemaal nog steeds zeer enthousiast.

'Ik kan niet beoordelen waarom Lehning de prijs nu pas krijgt, de vorige jury's hadden hun verantwoordelijkheden en ik de mijne. Aan Lehnings bekendheid kan het niet liggen, ik ken echt niemand die hem niet kent. Lehning is een wereldberoemde Nederlander.

'Hij is inderdaad een wetenschapper, dat blijkt duidelijk uit het onderzoek dat hij heeft verricht naar Bakoenin. Maar zijn essays hebben absoluut literaire waarde. Ik weet niet of u zijn werk over Marsman heeft gelezen, maar dat is echt literair.'

Arnold Heumakers, literair criticus: 'Ik ben verbaasd over deze keuze. Volgens mij is de P.C. Hooftprijs toch meer een literaire prijs en ik heb niet de indruk dat Lehnings werk nu juist daarin uitblinkt. Natuurlijk, zijn werk aan het archief van Bakoenin is onomstreden, maar dat is wetenschappelijk. In zijn essays vind ik Lehning meer historicus of politicoloog.'

Jan Wolkers, schrijver: 'Als het met literaire prijzen te maken heeft, geef ik liever geen commentaar.'

Ivo Gay, directeur van Aristos, die verscheidene bundels van Lehning uitgaf: 'Als eerste wil ik graag zeggen dat ik ont-zet-tend blij ben dat Arthur deze prijs heeft gewonnen. Eindelijk erkenning. Maar ik ben ook erg boos dat het nu pas gebeurt. Het is verdomme een wonder dat die man nog leeft! De mensen die over de essays gaan in Nederland leven duidelijk bij de waan van de dag. Dan lezen ze eens wat en dan denken ze: goh, ja, dat is ook mooi, laten we die een prijs geven.

'Ik kan nog niet overzien of dit nu ook goed is voor mij als uitgever, ik zie het in ieder geval als een persoonlijke erkenning. Maar ja, dan wint Arthur een prijs en dan zal je zien dat er ineens twintig uitgevers voor de deur staan. Terwijl wij samen jarenlang hard hebben gewerkt en nooit een cent hebben verdiend. Wilt u weten dat ik zijn boeken intussen allemaal heb moeten verramsjen? Ik vind het achterlijk. Maar mijn kwaadheid staat mijn vreugde voor hem niet in de weg, ik ben een blij man.'

Ronald Giphart, schrijver: 'Schitterend dat iemand op die leeftijd, na een leven van hard werken, nog de waardering krijgt waar hij recht op heeft. Want de P.C. Hooftprijs is toch een soort Nederlandse Nobelprijs. Ik mag hopen dat mij op mijn 99ste nog zo'n eer te beurt zal vallen. Mijn erfgenamen zouden heel tevreden met me zijn, want er zit een mooi bedrag aan vast, dat zou ik nooit meer kunnen opmaken. Of ik weleens iets van hem heb gelezen? Nee, dat niet.'

F.H. Hotz, vorig jaar winnaar van de P.C. Hooftprijs: 'Lehning is een heel terechte winnaar, ik ken zijn werk goed. Hij is een mooie opvolger, daar kan ik erg trots op zijn, want Lehning was een groot man. Ik hoef alleen maar te denken aan de correspondentie die hij voerde met Mondriaan: zeer intrigerend. Niet te laat dus.'

Marcel Möring, schrijver: 'Lehning is voor mij iemand uit mijn middelbare schooltijd, de jaren dat ik nog op zoek was naar een romantische vorm van politiek, ja dan kom je al snel uit bij het anarchisme en dus bij Lehning. Maar dat is alweer heel wat jaartjes geleden. Sinds die tijd heb ik nooit meer iets van hem gelezen, ik kan dus niet beoordelen of het terecht is, laat staan dat ik iets zou kunnen zeggen over of deze prijs te laat komt.'

Bert Altena, goede vriend van Arthur Lehning: 'Het is volstrekt terecht dat Arthur deze prijs krijgt, sterker nog, hij had hem al veel eerder verdiend. Eigenlijk is de jury decennia te laat. Ze hadden de prijs, ik zeg maar wat, ook in 1946 aan hem kunnen toekennen, want hij had toen al een zeer belangrijke plaats in het denken over cultuur. Maar ik ben blij dat hij nog steeds in leven is en de prijs in ontvangst kan nemen.'

Marc Kruyswijk

Meer over