Legertop neemt alle tijd om democratie te leren

Al sinds de dagen van Soeharto zitten er militairen in het Indonesische parlement. De bedoeling is dat daaraan in 2004 een einde komt....

De Indonesische militairen en politieagenten zijn nog niet rijp voor democratie. Lange tijd hebben zij niet mogen stemmen - niet sinds de jaren zestig, toen president Soeharto hun het stemrecht ontnam. Zij moeten daarom eerst gedegen worden voorbereid om verantwoord gebruik te kunnen maken van dit recht - zeggen de bevelhebbers van leger en politie.

Die voorbereiding kost tijd. Meer tijd dan tot de volgende verkiezingen, die in 2004 worden gehouden, zeggen de generaals. En daarom willen leger en politie graag nog tot 2009 afzien van hun stemrecht en de situatie laten zoals die is. Dat wil zeggen: de generaals houden hun eigen, gereserveerde, zetels in het Volkscongres (MPR), het hoogste politieke orgaan van Indonesië.

'Het apparaat' - de term waarmee leger en politie gemakshalve op één hoop worden geveegd - voert een achterhoedegevecht om zijn aandeel in de politieke macht te behouden. Met argumenten die volgens commentatoren 'te gek voor woorden' zijn, proberen de generaals uitstel te verkrijgen voor de afspraak dat zij uiterlijk bij de volgende verkiezingen, in 2004, uit de politiek zullen verdwijnen. Die afspraak dateert van 1998, nadat president Soeharto tot aftreden was gedwongen. Door Indonesië waarde de geest van de reformasi (hervorming), die van het autoritair geregeerde land een democratie zou maken.

In een democratisch parlement horen geen generaals. Die generaals bezetten nu echter nog 38 zetels in het Volkscongres. Voor die zetels wijst de legertop zelf de afgevaardigden aan.

Die 38 zetels zijn minder dan de helft van de honderd zetels waarover leger en politie onder Soeharto in het vijfhonderd zetels tellende Volkscongres beschikten, maar dan nog is de fractie van 'het apparaat' ruim oververtegenwoordigd. Critici rekenen voor dat één zetel overeenkomt met ongeveer 400 duizend stemmen. Het leger en de politie samen bestaan uit niet veel meer dan 400 duizend man, wat zou neerkomen op één zetel.

Maar op principiële gronden is zelfs die ene zetel er een te veel. Militairen horen niet in een democratisch parlement. Volgens afspraak zouden de generaals dan ook hun parlementszetels in 2004 opgeven. Militairen en politiemensen kunnen dan voortaan als gewone burgers hun stem uitbrengen.

Een commissie van het Volkscongres bereidt een nieuwe kieswet voor waarin dat wordt vastgelegd. Maar nu de parlementaire behandeling van dat wetsontwerp in zicht komt, beginnen de generaals terug te krabbelen. Zij zeggen dat 2004 te vroeg is, 2009 komt beter uit en misschien is er zelfs nog wel meer tijd nodig.

De militaire fractie heeft een amendement op de grondwet ingediend waarin dat zou worden vastgelegd. Dat amendement hebben de militairen weer ingetrokken, omdat het wel erg zwaar zou zijn om dit in de grondwet vast te leggen. Maar zij houden vol dat zij het recht hebben hun MPR-zetels tot zeker 2009 te behouden.

Met de mond belijden de bevelhebbers hun vertrek uit de politiek, maar de werkelijkheid is dat zij er niets voor voelen de politiek over te laten aan de politici. Generaal Djali Yusuf, bevelhebber van het leger in Atjeh, legde de rol van het leger onlangs zo uit: 'Het leger steunt het proces van democratisering. Het leger is niet antidemocratisch. Maar democratisering heeft tijd nodig. Het is een proces. Wij zijn nog maar net onafhankelijk. Wij kennen de democratie maar pas. Ooit zal dit een land zijn als Nederland, maar wij moeten het leren. Je kunt een land niet zomaar veranderen. Studenten roepen op straat om revolutie, maar dat kan niet. Dat kan het leger niet tolereren.' Een tweede argument dat wordt aangevoerd is dat soldaten die mogen stemmen niet politiek neutraal zijn.

De legertop doet daarom graag afstand van het stemrecht van zijn soldaten, in ruil voor het behoud van de eigen zetels. De kans bestaat dat die zijn zin krijgt, in ieder geval tot 2009 . De discussie, ook al is die 'te gek voor woorden', beweegt zich nu langzaam in die richting. Maar zelfs als dat niet lukt, zullen de generaals mogelijk toch royaal in het parlement vertegenwoordigd blijven.

Minister van Binnenlandse Zaken Hari Sabarno - zelf een ex-generaal - heeft een wetsontwerp gemaakt waarin 'het apparaat' zijn zetels in 2004 kwijtraakt. Maar dat betekent niet dat de militairen uit het Volkscongres verdwijnen, want behalve kiesrecht krijgen ze ook het recht om verkozen te worden. Zij hoeven dan niet de militaire dienst te verlaten, maar krijgen verlof voor de duur van de verkiezingen en hun termijn als parlementariër. Na afloop van hun politieke carrière mogen ze terugkeren op hun oude post.

Kortom, zij kunnen militair blijven. En daarmee wordt, zeggen de critici, de democratische hervorming ondermijnd. Zij pleiten ervoor de legerzetels in 2004 gewoon te schrappen . Maar dat lijkt te simpel gedacht, in Indonesië.

Zolang de belangrijkste ministers ex-generaals zijn, president Megawati de voormalige commandant van Soeharto's lijfwacht tot opperbevelhebber benoemt, en ex-generaal Sutiyoso met haar presidentiële steun afstevent op een tweede termijn als gouverneur van Jakarta, is het leger nog niet weg uit het centrum van de macht.

Meer over