ReportageCorona in Spanje

Leger houdt Spanjaarden van de straat: ‘Iedereen in zijn eigen huis, glaasje wijn erbij’

Legervoertuigen en politieagenten bewaken streng de totale rust en leegheid op de Madrileense straten en pleinen. Alleen voedselkoeriers en mopperende zwervers trotseren de coronamaatregelen van de Spaanse regering. Dus ‘zit iedereen in zijn eigen huis, glaasje wijn erbij’, telefonisch te trivianten.

Militairen op straat in Madrid. Beeld Getty Images

Met zijn fiets aan de hand loopt Nelson Cuellar (41) over het trottoir van het Plaza de Colón, een van de grote verkeerspleinen in het centrum van Madrid. ‘De politie heeft me net staande gehouden’, vertelt hij. ‘Ik zei dat ik boodschappen ging doen, maar dat geloofden ze niet. Ze dreigden met een boete als ik door zou fietsen, en ze zeiden ook dat ze mijn fiets zouden afpakken.’

Het is maandag de eerste werkdag waarop Spanje gedwongen thuis moet blijven vanwege het coronavirus, en meteen al blijkt dat het de autoriteiten menens is. Overal in het centrum van Madrid rijden legervoertuigen en politieauto’s rond. De ordehandhavers waarschuwen en delen boetes uit, en lijken het daarbij in het bijzonder gemunt te hebben op fietsers. Immers, fietsen geldt in Spanje als iets wat je vooral doet als sport of ter ontspanning – en dat is nu strikt verboden.

De Spanjaarden mogen sinds zondag alleen voor werk of voor een boodschap hun huizen nog uit. Wie de nieuwe regels overtreedt, riskeert forse straffen: een boete tot 60 duizend euro, of maximaal een jaar gevangenisstraf. De gemeentelijke politie maakte zondag bekend dat er die dag al 199 boetes waren uitgedeeld, van 600 euro of hoger.

De agenten werden geholpen door de Madrilenen zelf: volgens de Spaanse media werd er volop gebeld naar het alarmnummer, om door te geven dat buren of voorbijgangers ongeoorloofd op straat of op de binnenplaats verbleven. Een overtreding is niet moeilijk op te sporen. De Spanjaarden mogen tot nader order alleen nog in hun eentje de straat op.

Eenzame fietskoerier maandag in hartje Madrid.Beeld REUTERS

Boze mompelende zwervers

Het leidt ertoe dat Madrid maandag een onwerkelijke aanblik biedt. Juist op de plekken waar het normaal het drukst is, is nu geen levende ziel te bekennen. Het Plaza Mayor is verlaten. Je hoort alleen nog het boze gemompel van de zwervers die onder de bogengalerij leven. Puerta del Sol, het kloppende hart van Spanje, is op wat cameraploegen na leeg.

Buiten het oude centrum zijn er wel mensen op straat, maar de vrolijkheid is verdwenen. Het luide stemgeluid van de Spanjaarden is verstomd. Gelachen wordt er niet meer. Kinderen zijn nergens te bekennen. De straten behoren toe aan de postbodes, de maaltijdbezorgers, en de hondenuitlaters.

Aan mensen zoals Pilar Murillo (55), die vergezeld door een klein wit hondje het Plaza de Colón oversteekt. Ze is een van de velen die momenteel vanuit huis werkt. ‘Eén keer per dag maak ik een lange wandeling met de hond, maar verder ga ik zo min mogelijk naar buiten nu’, vertelt ze. ‘Ik wil geen risico nemen.’ Thuis vermaakt ze zich prima: zaterdagavond speelde ze gewoon Triviant met vrienden, nu via de videoconferentie-app Zoom. ‘Iedereen in zijn eigen huis, glaasje wijn erbij.’

Onder de voorbijgangers is er veel begrip voor dat hun bewegingsvrijheid tot het minimum wordt beperkt. La salud es lo primero, gezondheid is het belangrijkste, dat kan iedere Spanjaard je vertellen. Daar komt bij dat vooral Madrid zwaar wordt getroffen door de corona-epidemie: van de 309 doden in Spanje vielen er tot nu toe 213 in de hoofdstad.

Het virus heeft het in Madrid om heel wat redenen gemakkelijk. Veel mensen die dicht op elkaar leven, een relatief verouderde bevolking, een cultuur van elkaar veel aanraken. En dan was er op 8 maart ook nog een grote demonstratie voor de vrouwenrechten, die 120 duizend mensen op de been bracht. Zowel Unidas Podemos-minister Irene Montero als premiersvrouw Begoña Gómez waren daarbij. Zij zijn inmiddels positief getest, en zij zijn natuurlijk niet de enigen.

‘Het lijkt erop dat dit heel serieus wordt’, zegt Mario Bermejo (48), een taxichauffeur die op het Plaza de Colón al ruim een uur wacht op een klant. Normaal maakt hij 20 of 22 ritten op een dag. De laatste dagen waren dat er nog 3 of 4. ‘Laten we hopen dat er hulp voor ons komt’, zegt hij. ‘Dat wij zzp’ers minder premie hoeven te betalen, bijvoorbeeld.’

Een paar meter verderop, voor de deur van hamburgerrestaurant Carl’s Jr, wacht ook maaltijdbezorger Oswaldo Guerra (40) met zijn fiets op klandizie. ‘Je denkt misschien dat ik lieg, maar ook ik heb weinig werk’, zegt hij. ‘De mensen hebben zo veel eten in huis gehaald, dat ze geen bestellingen plaatsen.’

De politie wierp hem en enkele medekoeriers een waarschuwende blik toe toen ze te dicht bij elkaar stonden te wachten op een rit. Maar verder heeft hij – overduidelijk aan het werk – geen last gehad van agenten. En dan, met een van de schaarse lachjes die nog te zien zijn in een vreugdeloze stad: ‘Het is wel fijn om hier te fietsen, nu er zo weinig verkeer is.’

Meer over